Klare taal les 27 Bijvoeglijke naamwoorden

Titel van de les
Klare taal les 27 Bijvoeglijke naamwoorden(2)
1 / 50
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Titel van de les
Klare taal les 27 Bijvoeglijke naamwoorden(2)

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • NUMO: woensdag ben je klaar met 60 minuten. Ben je woensdag niet klaar dan maak je donderdag om 15.30 je NUMO in lokaal 003
  • Klare Taal les 27: Bijvoeglijke naamwoorden. Met of zonder -e?
  • Woordenboek op tafel!

Slide 2 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
           Leerdoelen
  1. Je kunt het bijvoeglijk naamwoord in een zin invullen.


Slide 3 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Trappen van vergelijking?
timer
0:30

Slide 4 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Extra oefening: Trappen van vergelijking

Maak oefening 64 en 65.

Klaar? Controleer je antwoorden met een andere leerling.


timer
5:55

Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Exit
Met de bal gooien. Een bijvoeglijk naamwoord noemen en de leerling geeft de trappen van vergelijking.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Bijvoeglijk naamwoord?
timer
0:30

Slide 7 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
  • Een bijvoeglijk naamwoord geeft informatie over dingen, mensen of dieren (zelfstandige naamwoorden/ znw). 

Bijvoorbeeld: 
De rode jas. Rood zegt iets over de jas.
De grote auto. Groot zegt iets over de auto.
Het mooie huis. Mooi zegt iets over het huis.


Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Staat het woord aan het eind van een zin? Dan schrijf je de kortste vorm:

  • De stoel is wit.
  • De kast is groot.
  • Het meisje is lief.
Staat het voor een mens of ding? Dan krijgt het een -e:


  • De witte stoel.
  • De grote kast.
  • Het lieve meisje.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Let op!
Woorden met één klinker met daarna één medeklinker aan het einde:
wit - witte
dik - dikke
Woorden met twee dezelfde klinkers en één medeklinker aan het einde:
groot - grote
laag - lage

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Let op!

Woorden met  een s of een f:
grijs - grijze
lief - lieve

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

het kaartje is duur
timer
0:10
A
het duure kaartje
B
het dure kaartje
C
het duur kaartje

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

de auto is snel
timer
0:10
A
de snel auto
B
de snele auto
C
de snelle auto

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

het glas is vol
timer
0:10
A
het volle glas
B
het vol glas
C
het vole glas

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

het huis is hoog.
timer
0:10
A
het hoog huis
B
het hoge huis
C
het hooge huis

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

breed: de........straat
timer
0:20

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

slim: de........vrouw
timer
0:20

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

boos: de........man
timer
0:20

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

doof: de........jongen
timer
0:20

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Programma
  • NUMO: woensdag ben je klaar met 60 minuten. Ben je woensdag niet klaar dan maak je donderdag om 15.30 je NUMO in lokaal 003
  • Klare Taal les 27: Bijvoeglijke naamwoorden. Met of zonder -e?
  • Woordenboek op tafel!

Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
           Leerdoelen
  1. Je kunt het bijvoeglijk naamwoord in een zin invullen.


Slide 21 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Bijvoeglijk naamwoord?
timer
0:30

Slide 22 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Let op!
Geen -e achter het bijvoeglijk naamwoord:

-bij het-woorden na een: Een klein huis.
-bij het-woorden zonder lidwoord: Welk huis?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

De regel
de-woorden 
het-woorden
meervoud
met de of het 
De mooie stad
De leuke kamer
Het kleine meisje
Het grote huis
De mooie steden
De leuke kamers
De kleine meisjes
De grote huizen 
met 'een' 
Een mooie stad
Een leuke kamer 
Een klein meisje
Een groot huis 
-
geen lidwoord



Mooie stad
Leuke kamer
Klein meisje
Groot huis
Mooie steden
Leuke kamers
Kleine meisjes
Grote huizen

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

de jongen
timer
0:10
A
een mooi jongen
B
een mooie jongen

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

het meisje
timer
0:10
A
een mooi meisje
B
een mooie meisje

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

het huis
timer
0:10
A
een groot huis
B
een grote huis

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?

de tafel
timer
0:10
A
een vies tafel
B
een vieze tafel

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

het slimme meisje
een.........meisje
timer
0:20

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

het goedkope overhemd
een.........overhemd
timer
0:20

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

de lelijke trui
een.........trui
timer
0:20

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

de lekkere koffie
.........koffie
timer
0:20

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

het koude water
.........water
timer
0:20

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

de rustige straat
een.........straat
timer
0:20

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Let op!

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?
timer
0:10
A
de goud ring
B
de goude ring
C
de gouden ring

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Welk antwoord is goed?
timer
0:10
A
de hout lepel
B
de houte lepel
C
de houten lepel

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

zilver
de.............armband
timer
0:20

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

ijzer
het.............mes
timer
0:20

Slide 39 - Open question

This item has no instructions

           Klare Taal Les 27

Maak oefening 1 t/m 4 op blz.77.

Klaar? Controleer je antwoorden met een andere leerling.

Niet in het boek schrijven!!
Laptop dicht en gebruik je woordenboek voor woorden 
die je niet begrijpt.
timer
10:00

Slide 40 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Kies een bijvoeglijk naamwoord:
een ..... lokaal

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Een ................. jas (rood)

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Het ..................... hondje (klein)

Slide 43 - Open question

This item has no instructions

De ................... bloemen (geel)

Slide 44 - Open question

This item has no instructions

Een ..................... meisje (zelfstandig)

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

De .................... peren. (sappig)

Slide 46 - Open question

This item has no instructions

Een .................. monster (lelijk)

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

De ...................... kinderen. (zielig)

Slide 48 - Open question

This item has no instructions

..................... vragen. (makkelijk)

Slide 49 - Open question

This item has no instructions

Een ....................... film. (spannend)

Slide 50 - Open question

This item has no instructions