Newton 5.3 De grootte van krachten

Leerjaar 2 - Periode 1 - VMBO-BK
Als je op aarde 60 kg weegt, weeg je op de maan slechts 10 kg?

WAAR of NIET WAAR?
H5.3 De grootte van krachten
1 / 21
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Leerjaar 2 - Periode 1 - VMBO-BK
Als je op aarde 60 kg weegt, weeg je op de maan slechts 10 kg?

WAAR of NIET WAAR?
H5.3 De grootte van krachten

Slide 1 - Slide

H5.3 De grootte van krachten
NaSk Techniek - Theorie - H5.3
De eenheid van Gewicht is Newton 
De eenheid van Massa is Kilogram
🤔

Slide 2 - Slide

H5.3 De grootte van krachten
  • Planning
  • Hoofdstuk 5.3 De grootte van krachten
      - Wat is massa? En wat is de eenheid hiervan?
      - Wat is gewicht? En wat is de eenheid hiervan?
      - Rekenen met gewicht
      - De kracht van een driehoek

  • Doe opdracht: Constructiebrug (sateprikkers)
Vandaag:
NaSk Techniek - Theorie - H5.3

Slide 3 - Slide

Planning 
NaSk Techniek - Theorie 
week 43
20 okt - 24 okt
week 44
27 okt - 31 okt
week 45
3 nov - 7 nov
week 46
10 nov - 14 nov

week 47
17 nov - 21 nov
Theorie
5.2 Allerlei soorten krachten

Theorie 
5.3 De grootte van krachten
Theorie 
5.4 Snelheid
Theorie 
Herhaling
+
Oefentoets

Toets Hoofdstuk 5
Allerlei soorten krachten, De grootte van krachten en Snelheid

Slide 4 - Slide

H5.3 De grootte van krachten
NaSk Techniek - Theorie - H5.3
Het maakt niet uit waar je bent, of je nu op aarde staat of op de maan: je massa (Kilogram) is een eigenschap van een voorwerp en blijft altijd hetzelfde

Je gewicht (Newton) kan wel veranderen omdat de zwaartekracht anders is op verschillende plekken.


Slide 5 - Slide

H5.3 De grootte van krachten
Samen lezen boek pagina 18 en 19
NaSk Techniek - Theorie - H5.3

Slide 6 - Slide

H5.3 De grootte van krachten
NaSk Techniek - Theorie - H5.3
Formule: gewicht = massa in kilogram x 10

Rekenen:
De massa van een voorwerp is 2500 gram, wat is het gewicht?
Massa in gram omrekenen naar kilogram 2500 gram : 1000 = 2,5 kg.

Gewicht = 2,5 kg x 10 = 25 Newton

Slide 7 - Slide

H5.3 Vragen maken
NaSk Techniek - Theorie - H5
timer
5:00
Vraag 2 t/m 10 (Boek)
Ga naar Teams Classwork > LJ2 - P1 - Krachten en Beweging

Vragen - De grootte van krachten (Deel 1)

Slide 8 - Slide

Een pak suiker weegt 1000 gram.

Hoe groot is het gewicht van het pak suiker?

(let op! omrekenen naar kilogram)
A
1 Newton
B
100 Newton
C
10 Newton
D
1000 Newton

Slide 9 - Quiz

Een tafel weegt 50 kg.

Hoe groot is het gewicht van de tafel?
A
500 Newton
B
50 Newton
C
100 Newton
D
5000 Newton

Slide 10 - Quiz

NaSk Techniek - Theorie - H5.3
Driehoek constructie

Slide 11 - Slide

Je hebt een kast gemaakt, maar hij wiebelt een beetje. Je maakt de kast steviger door een driehoek aan de achterkant te zetten.

Waarom maakt de driehoek de kast steviger?
A
De driehoek verdeelt de krachten beter
B
De driehoek maakt de kast lichter
C
De driehoek zorgt ervoor dat de kast er mooier uitziet
D
De kast is niet steviger geworden

Slide 12 - Quiz

Op een boerderij staan twee hooibalen op kruiwagens. Sarah duwt een kruiwagen met één wiel en Jan duwt een kruiwagen met twee wielen.
(De hooibalen zijn even zwaar)

Wat is waar?
A
De kracht op Sarah’s wiel is groter dan op Jan’s wielen
B
De kracht op Jan’s wielen is groter dan op Sarah’s wiel.
C
De kracht op beide kruiwagens is gelijk
D
De kracht hangt af van hoe snel ze duwen

Slide 13 - Quiz

H5.3 De grootte van krachten
Samen lezen boek pagina 21 en 22
NaSk Techniek - Theorie - H5.3

Slide 14 - Slide

H5.3 Vragen maken
NaSk Techniek - Theorie - H5
timer
5:00
Vraag 11 t/m 14 (Boek)
Ga naar Teams Classwork > LJ2 - P1 - Krachten en Beweging

Vragen - De grootte van krachten (Deel 2)

Slide 15 - Slide

Bij touwtrekken trekken beide teams met een kracht van 100 Newton, wat gebeurt er met het touw?
A
Het touw beweegt naar het sterkste team
B
Het touw blijft in het midden en beweegt niet
C
Het touw beweegt naar het zwakste team
D
Het touw breekt door de krachten van beide teams

Slide 16 - Quiz

Bij touwtrekken trekken beide teams (4 man) met een kracht van 100 Newton.

Hoeveel kracht oefent 1 persoon op het touw uit?
A
100 : 4 = 25 Newton
B
200 : 4 = 50 Newton
C
100 Newton
D
100 : 8 = 12,5 Newton

Slide 17 - Quiz

Bij touwtrekken trek team A met een kracht van 100 Newton en team B met een kracht van 150 Newton.

Welke team wint?
A
Team A
B
Team B
C
Geen van beide

Slide 18 - Quiz

Als je veel wrijvingskracht hebt en je drukt toch door, zoals bij het langer wrijven in je handen.

Wat is het gevolg hiervan?
A
De wrijvingskracht zorgt voor afkoelen
B
De wrijvingskracht zorgt voor warmte
C
Door wrijvingskracht wordt iets magnetisch
D
Er gebeurt niets

Slide 19 - Quiz

De auto in het plaatje is zwaar beladen, hierdoor heeft deze een grotere wrijvingskracht op de weg?
A
JUIST
B
ONJUIST

Slide 20 - Quiz

Als ik met een auto sneller ga rijden dan wordt de lucht weerstand en wrijvingkracht groter.

Hierdoor verbruikt een auto meer brandstof?
A
JUIST
B
ONJUIST

Slide 21 - Quiz