604

Zoek je 
plek
Pak je
spullen
Deze les:
HW bespreken

Start 6.3
- Energie verbruik?
- Wet van behoud van energie

Voorbeeld opdracht


Afsluiting






5 min



15 min
15 min 
10 min










Welke energie omzetting vindt er hier plaats?
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with text slides.

Items in this lesson

Zoek je 
plek
Pak je
spullen
Deze les:
HW bespreken

Start 6.3
- Energie verbruik?
- Wet van behoud van energie

Voorbeeld opdracht


Afsluiting






5 min



15 min
15 min 
10 min










Welke energie omzetting vindt er hier plaats?

Slide 1 - Slide

Een scootmobiel (m=250 kg) versnelt gedurende 4,5 seconde met 1,1 m/s2.
De gemiddelde snelheid van de scootmobiel tijdens het optrekken is 2,5 m/s
24
Antwoord 24b
  • Fres = m ∙ a 
  • Fres = 250 × 1,1 
  • Fres = 275 N = 2,8·102 N.
Antwoord 24d 
  • s = vgem ∙ t 
  • s = 2,5 × 4,5 
  • s = 11,25 m = 11 m
Antwoord 24e
  • W = F ∙ s 
  • W = 275 × 11,25 
  • W = 3094 J = 3,1 kJ
Antwoord 24 f
  •  Ek = ½ m ∙ v2
  •  Ek = ½ × 250 × (4,5x1,1)
  •  Ek = 3063 J = 3,1 kJ

Slide 2 - Slide

Een scootmobiel (m=250 kg) versnelt gedurende 4,5 seconde met 1,1 m/s2.
De gemiddelde snelheid van de scootmobiel tijdens het optrekken is 2,5 m/s
24
Antwoord 24b
  • Fres = m ∙ a 
  • Fres = 250 × 1,11 
  • Fres = 275 N = 2,8·102 N.
Antwoord 24d 
  • s = vgem ∙ t 
  • s = 2,5 × 4,5 
  • s = 11,25 m = 11 m
Antwoord 24e
  • W = F ∙ s 
  • W = 275 × 11,25 
  • W = 3094 J = 3,1 kJ
Antwoord 24 f
  •  Ek = ½ m ∙ v2
  •  Ek = ½ × 250 × (4,5x1,1)
  •  Ek = 3063 J = 3,1 kJ
Wet van arbeid en kinetische energie
ΣW=ΔEk

Slide 3 - Slide

Antwoord 23a
  • De steen gaat naar een twee keer zo grote hoogte (h).
  • Volgens de formule Ez=m x g x h wordt de zwaarte-energie dan ook twee keer zo groot. 50 J. 
Antwoord 23b
  • De bal krijgt een twee keer zo grote snelheid (v).
  • Volgens de formule
    Ek = 1/2 x m x v2 
    wordt de kinetische energie dan 22 = 4 keer zo groot. 100 J. 

Slide 4 - Slide

Energie verbruik 
bestaat niet

Slide 5 - Slide

Energie verbruik 
bestaat niet
Energie opwekken is onmogelijk

Slide 6 - Slide

Est
Eel

Slide 7 - Slide

Est
Eel

Slide 8 - Slide

Energie-stroom diagram
Er geldt altijd:
energie voor = energie na

Slide 9 - Slide

Henk gooit een bal (150 g) recht omhoog. Als de bal zijn hand verlaat heeft deze een snelheid van 18 km/h, en een hoogte van 1,6m.
a) Bereken de kinetische energie van de bal als deze net Henks hand verlaat.
De bal stijgt, totdat deze zijn hoogste punt heeft bereikt. Verwaarloos de zwaartekracht.
b) Welke energieomzetting
vindt er plaats?
c) Bereken de maximale
hoogte van de bal.

Slide 10 - Slide

Henk gooit een bal (150 g) recht omhoog. Als de bal zijn hand verlaat heeft deze een snelheid van 18 km/h, en een hoogte van 1,6m.
a) Bereken de kinetische energie van de bal als deze net Henks hand verlaat.
De bal stijgt, totdat deze zijn hoogste punt heeft bereikt. Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welke energieomzetting
vindt er plaats?
c) Bereken de maximale
hoogte van de bal.
Gegevens
  • m = 150 g = 0,150 kg
  • v = 18 km/h = 18/3,6 = 5,0 m/s
  • h = 1,6 m 
Gevraagd
  • Ek = ?
Formule
  • Ek = 1/2 x m x v2
Berekening
  • Ek = 1/2 x 0,150 x 5,02
  • Ek = 1,875 
Antwoord
  • Ek = 1,9 J

Slide 11 - Slide

Henk gooit een bal (150 g) recht omhoog. Als de bal zijn hand verlaat heeft deze een snelheid van 18 km/h, en een hoogte van 1,6m.
a) Bereken de kinetische energie van de bal als deze net Henks hand verlaat.
De bal stijgt, totdat deze zijn hoogste punt heeft bereikt. Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welke energieomzetting
vindt er plaats?
c) Bereken de maximale
hoogte van de bal.
Omzetting
  • E → Ez
Gegevens
  • v =  5,0 m/s        m = 0,150 kg
Gevraagd
  • h = ?
Formule
  •                          E= Ez     
  •      1/2xmxv2         = mxgxh
Berekening
  • 1/2 x 0,150 x 5,02 = 0,150x9,81xh
  •         1,875             =    1,4715     x h
  • h = 1,875 / 1,4715 = 1,27420999
Antwoord
  • h = 1,27420999 + 1,6 = 2,9 m 

Slide 12 - Slide

Voorbeeld
Een kat (2,0 kg) zit bovenop een dak (10 m).
a) Bereken de zwaarte-energie van de kat bovenop het dak.
De kat springt naar beneden. 
Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welk energieomzetting vindt er hier plaats?
c) Bereken de snelheid van de kat net voor dat deze landt.
d) Bereken de snelheid van de kat precies halverwege de val.
e) Teken het energiestroom diagram voor het de sprong waarbij er wel wrijvingskracht is.
Maak deze opdracht

timer
12:00
klaar? maak 32 en 33

Slide 13 - Slide

Voorbeeld
Een kat (2,0 kg) zit bovenop een dak (10 m).
a) Bereken de zwaarte-energie van de kat bovenop het dak.
De kat springt naar beneden. 
Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welk energieomzetting vindt er hier plaats?
c) Bereken de snelheid van de kat net voor dat deze landt.
d) Bereken de snelheid van de kat precies halverwege de val.
e) Teken het energiestroom diagram voor het de sprong waarbij er wel wrijvingskracht is.
Antwoord a
Gegevens
  • m = 2,0 kg
  • h = 10 m 
Gevraagd
  • E= ?
Formule
  • Ez = m x g x h
Berekening
  • Ez = 2,0 x 9,81 x 10
  • Ez = 196,2 
Antwoord
  • Ez = 0,20 kJ 

Slide 14 - Slide

Een kat (2,0 kg) zit bovenop een dak (10 m).
a) Bereken de zwaarte-energie van de kat bovenop het dak.
De kat springt naar beneden. 
Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welk energieomzetting vindt er hier plaats?
c) Bereken de snelheid van de kat net voor dat deze landt.
d) Bereken de snelheid van de kat precies halverwege de val.
e) Teken het energiestroom diagram voor het de sprong waarbij er wel wrijvingskracht is.
Antwoord b
  • E → Ek
Antwoord c
Gegevens
  • m = 2,0 kg              h = 10 m 
Gevraagd
  • v = ?
Formule
  •             Ez,voor  = Ek,na
  •  m x   g    x h  = 1/2 x  m  x v2 
Berekening
  • 2,0 x 9,81 x 10 = 1/2 x 2,0 x v2  
  •         196,2        =      1,0      x v2
  • v = √ 196,2 = 14,00
Antwoord
  • v = 14 m/s

Slide 15 - Slide

Een kat (2,0 kg) zit bovenop een dak (10 m).
a) Bereken de zwaarte-energie van de kat bovenop het dak.
De kat springt naar beneden. 
Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welk energieomzetting vindt er hier plaats?
c) Bereken de snelheid van de kat net voor dat deze landt.
d) Bereken de snelheid van de kat precies halverwege de val.
d2) Bereken de snelheid van de kat 0,5 m boven de grond.
Antwoord d
Gegevens
  • m = 2,0 kg              h = 10 m 
Gevraagd
  • v = ?
Formule
  • Ez,voor          = Ez,na          + Ek,na 
  • mxgxhvoor= mxgxhna+ 1/2xmxv2
Berekening
  • 2,0x9,81x10=2,0x9,81x5,0+1/2x2,0xv2
  •      196,2      =        98,1       +   1,0    x v2
  • 196,2 - 98,1 = v2
  •        98,1       = v2
Antwoord
  • v = √ 98,1 = 9,9045 = 9,9 m/s

Slide 16 - Slide

Een kat (2,0 kg) zit bovenop een dak (10 m).
a) Bereken de zwaarte-energie van de kat bovenop het dak.
De kat springt naar beneden. 
Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welk energieomzetting vindt er hier plaats?
c) Bereken de snelheid van de kat net voor dat deze landt.
d) Bereken de snelheid van de kat precies halverwege de val.
d2) Bereken de snelheid van de kat 0,5 m boven de grond.
Antwoord d2
Gegevens
  • m = 2,0 kg              h = 10 m 
Gevraagd
  • v = ?
Formule
  • Ez,voor          = Ez,na          + Ek,na 
  • mxgxhvoor= mxgxhna+ 1/2xmxv2
Berekening
  • 2,0x9,81x10=2,0x9,81x0,5+1/2x2,0xv2
  •      196,2      =        9,81       +   1,0    x v2
  • 196,2 - 9,81 = v2
  •        186,39  = v2
Antwoord
  • v = √ 186,39 = 13,65 = 14 m/s

Slide 17 - Slide

Voorbeeld
Een kat (2,0 kg) zit bovenop een dak (10 m).
a) Bereken de zwaarte-energie van de kat bovenop het dak.
De kat springt naar beneden. 
Verwaarloos de wrijvingskracht.
b) Welk energieomzetting vindt er hier plaats?
c) Bereken de snelheid van de kat net voor dat deze landt.
d) Bereken de snelheid van de kat precies halverwege de val.
e) Teken het energiestroom diagram voor het de sprong waarbij er wel wrijvingskracht is.

Slide 18 - Slide

Maak:
timer
1:00
32 en 33
a, b, c, d 

Slide 19 - Slide

Antwoord
Gegevens
  • h = 14,3 m 
Gevraagd
  • v = ?
Formule
  •             E= Ek 
  •    mxgxh = 1/2xmxv2
  •          gxh = 1/2  x   v2
Berekening
  • 9,81x14,3 = 1/2  x   v2
  •  140,283  = 1/2  x   v2
  • 280,566  =             v2
Antwoord
  • v = √ 280,566 = 16,75 = 16,8 m/s
32

Slide 20 - Slide

33a
Gegevens
  • h = 2,2 m
  • m = 82 g = 0,082 kg
  • v = 38 m/s 
Gevraagd
  • Ek = ?
Formule
  • Ek = 1/2 x m x v2
Berekening
  • Ek = 1/2 x 0,082 x 382
  • Ek = 59,204
Antwoord
  • Ek = 59 J
33

Slide 21 - Slide

33b
Gegevens
  • hvoor = 2,2 m
  • m = 0,082 kg          v = 38 m/s 
Gevraagd
  • hmax = ?
Formule
  •                         E= Ez     
  • 1/2 x   m     x  v2  =        m x   g   x h
Berekening
  • 1/2 x 0,082 x 382 = 0,082 x 9,81 x h
  •         59,204          =    0,80442    x h
  • h = 59,204 / 0,80442 =73,59836901
Antwoord
  • h = 73,5983 + 2,2 = 76 m 
33

Slide 22 - Slide

33d
Gegevens
  • m = 0,082 kg       hmax =75,7983m  
Gevraagd
  • v = ?
Formule
  •                               E= Ek     
  •  m     x  g  x       h     = 1/2x  m    x v
Berekening
  • 0,082x9,81x75,7983=1/2x0,082x v2
  •                60,974        =     0,041  x v2
  • 60,974   / 0,041       = v2
  •          1487,17             = v2
Antwoord
  • v = √14,87,17 = 38,56 = 39 m/s
33

Slide 23 - Slide

Maak:
timer
1:00
31 en 28

Slide 24 - Slide