LES 2 - ANTWOORDEN ZOEKEN IN TUSSENKOPJES EN VRAGEN BEANTWOORDEN

1 / 57
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 57 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Begrijpend lezen 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JDW-kijkwijzer 5.0
Lesopbouw:
  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen

  4. Evaluatie:
    Afsluiting




Slide 5 - Slide

De principes van de JdW-Kijkwijzer hebben betrekking op het wezenlijk van effectief leren , gewenst schoolgedrag en taalontwikkeling . Bovendien wordt van hieruit gewerkt aan het versterken van de collectieve lerareneffectiviteit, wat essentieel is voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit, leerlingprestaties en het opbouwen van vaste onderwijsdoelen (Badura, 1993; Goddard, 2001).
              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 6 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Voorkennis activeren
Op de volgende slides staan een aantal vragen om te kijken wat je al van begrijpend lezen weet.

Slide 7 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Wat denk je dat begrijpend lezen betekent?

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Wat doe je als je een tekst niet meteen begrijpt?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Waar let je op als je een tekst voor de eerste keer leest?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Geld verdienen?

Slide 11 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 

Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  • Ik kan zeggen waar een tekst over gaat.
  • Ik kan een tekst globaal lezen.
  • Ik kan vertellen wat er in het begin, midden en einde van de tekst gebeurt.
  • Ik kan de belangrijkste informatie uit een tekst halen.
  • Ik kan een tekst in mijn eigen woorden opschrijven.
  • Ik kan vragen over de tekst beantwoorden

Slide 14 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
              Inleiding 
Elke dag lees je teksten: appjes, borden, berichten op je telefoon of verhalen.
Bij begrijpend lezen gaat het niet alleen om woorden lezen, maar om snappen wat er staat.

Soms lees je een tekst, maar weet je aan het einde niet goed waar het over ging.
Dan heb je wel gelezen, maar niet begrijpend gelezen.
In deze les leer je hoe je een tekst beter kunt begrijpen.

Zo wordt lezen makkelijker én leuker, en kun je teksten beter gebruiken voor school en later voor werk.
Je leert:

eerst globaal lezen
kijken naar de opbouw van een tekst
en de tekst in je eigen woorden navertellen

Slide 15 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
           Theorie
Begrijpend lezen betekent dat je snapt wat je leest.
Niet alleen losse woorden, maar waar de hele tekst over gaat.

Slide 16 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Globaal lezen
Bij globaal lezen lees je de tekst in één keer door.
Je stopt niet bij moeilijke woorden.
Je let op:
  • de titel
  • tussenkopjes, plaatjes, dikgedrukte woorden
  • waar het verhaal over gaat

👉 Zo krijg je een eerste indruk van de tekst.

Slide 17 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Opbouw van de tekst
1. Titel
Geeft kort aan waar de tekst over gaat
Moet duidelijk en informatief zijn
2. Inleiding
Introduceert het onderwerp
Maakt de lezer nieuwsgierig
Geeft vaak het doel van de tekst aan
Soms staat hier een vraag die in de tekst beantwoord wordt

👉 Voorbeeld:
“Hoe ontstaat een aardbeving en wat zijn de gevolgen?”

Slide 18 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Opbouw van de tekst
3. Kern (middenstuk)
Dit is het belangrijkste deel van de tekst.

Bestaat vaak uit meerdere alinea’s:
  • Elke alinea heeft één hoofdgedachte
  • Alinea’s hebben vaak een kopje/tussenkop


Wat is de hoofdgedachte?
De hoofdgedachte is:
👉 waar de tekst vooral over gaat
👉 de belangrijkste boodschap van de tekst

Kort gezegd:
Wat wil de schrijver jou vertellen?
Hoe herken je de hoofdgedachte?

Stel jezelf deze vraag:
👉 “Waar gaat deze tekst eigenlijk over in één zin?”

De hoofdgedachte:

staat soms letterlijk in de tekst
maar vaak moet je hem zelf bedenken

Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Opbouw van de tekst
4. Slot (afsluiting)

Vat de belangrijkste informatie samen
Geeft een conclusie of antwoord op de vraag uit de inleiding
Soms een mening of aanbeveling

Overzicht in schema
Titel → Inleiding → Kern → Slot

Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           In eigen woorden
Een tekst in eigen woorden opschrijven betekent:

  • niet overschrijven

  • schrijven alsof je het vertelt aan iemand anders

Je gebruikt korte zinnen en alleen de belangrijkste informatie.
Handige hulpzinnen
  • Deze tekst gaat over…
  • In het begin…
  • Daarna…
  • Aan het einde…

Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Wat betekent globaal lezen?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Noem de vier onderdelen van een tekst.

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Waarom schrijf je een tekst in je eigen woorden?

Slide 24 - Open question

This item has no instructions


Wat doe je bij globaal lezen?
A
Elk moeilijk woord opzoeken.
B
kijken naar titel, plaatjes, dikgedrukte woorden
C
De tekst overschrijven

Slide 25 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wat hoort bij het midden van een tekst?
A
Geeft kort aan waar de tekst over gaat
B
Dit is het belangrijkste deel van de tekst.
C
Vat de belangrijkste informatie samen

Slide 26 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wat betekent ‘in eigen woorden’?
A
Precies hetzelfde opschrijven
B
Alleen moeilijke woorden gebruiken
C
De tekst navertellen met je eigen zinnen

Slide 27 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Instructie 
  • Lees de tekst rustig voor jezelf door.
  • Lees de opdrachten door
  • Maak de opdrachten
  • Klaar? Numo


Slide 28 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden

Slide 29 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Eigen woorden
De eerste alinea gaat over hoe mensen verschillend denken over de wolf en waarom ze zo denken. Er worden voorbeelden gegeven, kinderen durven niet meer buiten te spelen, beoren zijn bang en we kennen de wolf alleen in sprookjes.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

1. Waarom reageren sommige mensen bang of boos als de wolf in het nieuws is?

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

2. Waardoor hebben mensen volgens de tekst een bepaald beeld van de wolf?

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

           Aan de slag
Stap 1 - Lees eerst de hele tekst
Stap 2 – Lees de eerste alinea
Stap 3 – Schrijf in je eigen woorden op waar het over gaat
Stap 4 – Doe dit bij elke alinea
Stap 5 - Maak bij elke alinea 2 vragen (antwoord moet in de tekst staan)

Klaar? Numo- Nederlands - Leerplan


timer
20:00

Slide 33 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie les 2
  • Lees de tekst nog een keer rustig voor jezelf door.
  • Maak daarna de opdrachten op je stencil.
  • Als je klaar bent, vraag je het antwoordblad aan je mentor en kijk je het na.
  • Ben je klaar met nakijken, Numo - Nederlands- Leerplan.


Slide 34 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
n






Tekst lezen                          opdrachten maken                          nakijken

Klaar: nakijken - Numo - Nederlands - Leerplan

Slide 35 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 

Wanneer is mijn opdracht goed?

Slide 36 - Open question

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Stap 1 - Lees de tekst
Stap 2 – Lees de opdracht
Stap 3 – Maak de opdracht
Stap 4 – Ga verder met alle  opdrachten

Klaar? Numo- Nederlands - Leerplan


timer
20:00

Slide 37 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

Wat ga je eerst doen en dan daarna?
A
tekst lezen, eigen woorden, opdrachten maken, opdrachten doorlezen
B
opdrachten doorlezen, opdrachten maken, tekst lezen, eigen woorden
C
opdrachten lezen, tekst lezen, eigen woorden, opdrachten maken
D
tekst lezen, opdrachten lezen, opdrachten maken, eigen woorden

Slide 38 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting
Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 39 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
  • Titel
  • Inleiding
  • Kern
  • Slot

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket 
Vertel  in 1 of 2 zinnen vertellen waar de tekst over gaat, zoals jij het begrijpt?
Schrijf je antwoord op het blaadje wat je hebt gekregen

Tip:

Gebruik je eigen woorden, niet precies de zinnen uit de tekst.

Denk aan: wie, wat, waar en wat er gebeurt.

Slide 41 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Exit ticket
Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Ik heb mijn opdrachten goed gemaakt.
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll

This item has no instructions

Ik werkte netjes en rustig.
😒🙁😐🙂😃

Slide 45 - Poll

This item has no instructions

Ik luisterde goed naar de uitleg van de docent.
😒🙁😐🙂😃

Slide 46 - Poll

This item has no instructions

Ik begreep wat ik moest doen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 47 - Poll

This item has no instructions

Ik stelde vragen als ik iets niet snapte.
😒🙁😐🙂😃

Slide 48 - Poll

This item has no instructions

Ik kon zelfstandig aan het werk na de uitleg.
😒🙁😐🙂😃

Slide 49 - Poll

This item has no instructions

Ik begon snel met werken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 50 - Poll

This item has no instructions

Ik bleef geconcentreerd werken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 51 - Poll

This item has no instructions

Ik liet mij niet afleiden
😒🙁😐🙂😃

Slide 52 - Poll

This item has no instructions

Ik werkte goed samen (indien van toepassing).
😒🙁😐🙂😃

Slide 53 - Poll

This item has no instructions

Dit ging goed vandaag:

Slide 54 - Open question

This item has no instructions

Dit wil ik volgende keer beter doen:

Slide 55 - Open question

This item has no instructions

Mijn cijfer voor vandaag is......
010

Slide 56 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Bedankt voor jullie aandacht. Je hebt goed meegedaan en gewerkt.

Slide 57 - Slide

This item has no instructions