Snelheidsvergelijking bij eenparig versnelde beweging

Snelheidsvergelijking bij eenparig versnelde beweging
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMBOStudiejaar 4

This lesson contains 28 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Snelheidsvergelijking bij eenparig versnelde beweging

Slide 1 - Slide

Als je begint met een bepaalde snelheid en je versnelt elke seconde een beetje, hoe hard ga je dan later?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Na het volgen van de les kun je:
  • De eindsnelheid, beginsnelheid, versnelling en tijd berekenen met behulp van de formule 
v=v0+at

Slide 3 - Slide

a=​(t2−t1)​​(v2−v1)​​=​(Δt)​​(Δv)​​
​v​¯​​=​(t2−t1)​​(x2−x1)​​=​(Δt)​​(Δx)​​

Slide 4 - Slide

Formules samenvoegen
​v​¯​​=​(t2−t1)​​(x2−x1)​​=​(Δt)​​(Δx)​​
t1=t0=0

Slide 5 - Slide

Constante versnelling
​v​¯​​=​(t2−t1)​​(x2−x1)​​=​(Δt)​​(Δx)​​
t1=t0=0
​v​¯​​=​t−t0​​x−x0​​=​t​​x−x0​​

Slide 6 - Slide

versnellingsvector constant in tijd
a=​(Δt)​​(Δv)​​
a=​t​​v−v0​​

Slide 7 - Slide

versnellingsvector constant in tijd
a=​(Δt)​​(Δv)​​
a=​t​​v−v0​​
v−v0=at

Slide 8 - Slide

versnellingsvector constant in tijd
a=​(Δt)​​(Δv)​​
a=​t​​v−v0​​
v−v0=at
v=v0+at

Slide 9 - Slide

versnellingsvector constant in tijd
v=v0+at
nieuwe snelheid = beginsnelheid + versnelling × tijd
Oplossen van een vergelijking

Slide 10 - Slide

Vraag
Een auto rijdt met een beginsnelheid van 15 m/s en versnelt constant met 3 m/s². Bereken de snelheid van de auto na 4 seconden.

Slide 11 - Slide

Antwoord
v=v0+at
v=15+3⋅4
v=27​s​​​​​m​​

Slide 12 - Slide

Vraag
Een fietser vertrekt vanuit stilstand en versnelt met 2,5m/s². Wat is de snelheid van de fietser na 7 seconden?

Slide 13 - Slide

Antwoord
v=v0+at
v=0+2,5⋅7
v=17,5​s​​m​​

Slide 14 - Slide

Vraag
Een trein rijdt met een beginsnelheid van 10m/s en vertraagt constant met 1,2m/s². Wat is de snelheid van de trein na 6 seconden?

Slide 15 - Slide

Antwoord
v=v0+at
v=10+(−1,2⋅6)
v=2,8​s​​m​​

Slide 16 - Slide

Vraag
Een auto rijdt met een beginsnelheid van 22m/s en versnelt constant met 1,5m/s². Wat is de snelheid van de auto na 3,5 seconden.

Slide 17 - Slide

Antwoord
v=v0+at
v=22+1,5⋅3,5
v=27,25​s​​m​​

Slide 18 - Slide

Vraag
Een auto rijdt met een beginsnelheid van 28m/s en komt tot stilstand in 6,3s met constante vertraging. Wat is de constante versnelling van de auto?

Slide 19 - Slide

Antwoord
v=v0+at
0=28+a⋅6,3
0−28=a⋅6,3
a=​6,3​​(−28)​​=−4,44​s​2​​​​m​​

Slide 20 - Slide

Vraag
Een auto versnelt in 6,5 s van 13 m/s tot 22 m/s. Wat is zijn versnelling?  

Slide 21 - Slide

Antwoord
t=6,5s
v0=13​s​​m​​
v=22​s​​m​​
v=v0+at
22=13+a⋅6,5
a=​6,5​​(22−13)​​=1,38​s​2​​​​m​​

Slide 22 - Slide

Vraag
Een motorfiets versnelt van 18km/h tot 72km/h met een constante versnelling van 3 m/s². Hoelang duurt het voordat hij deze snelheid bereikt?

Slide 23 - Slide

Antwoord
v0=5​s​​m​​
v=20​s​​m​​
a=3​s​2​​​​m​​
v=v0+at
20=5+3⋅t
20−5=3⋅t
t=​3​​15​​=5s

Slide 24 - Slide

Vraag
Een trein komt tot stilstand in 12 s met een constante vertraging van 2 m/s². Wat was zijn beginsnelheid?

Slide 25 - Slide

Antwoord
v=0​s​​m​​
t=12s
a=−2​s​2​​​​m​​
v=v0+at
0=v0+(−2)⋅12
vo=−0+(−2⋅12)=−24​s​​m​​

Slide 26 - Slide

Vraag
Een auto versnelt van 36 km/h tot 100,8 km/h in 8 seconden. Wat is zijn versnelling?

Slide 27 - Slide

Antwoord
v0=10​s​​m​​
v=28​s​​m​​
t=8s
v=v0+at
28=10+a⋅8
a=​8​​18​​=2,25​s​2​​​​m​​

Slide 28 - Slide