SCÈNE MAKEN | Les 4 Spanning opbouwen

SCÈNE MAKEN | Les 4
Spanning opbouwen
1 / 16
next
Slide 1: Slide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

SCÈNE MAKEN | Les 4
Spanning opbouwen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Heb respect voor elkaar en blijf van elkaar af.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Ga voorzichtig om met onze materialen.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Slide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Wat gaan we doen?
  • Leren wat spanningsopbouw is en hoe je dit gebruikt in een scène. 

  • Beginnen aan de speltoets en werken aan de spelgegevens (wie-wat-waar)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Spanning en Conflict
Hoe zorg je voor spanning in je scène, zodat je publiek wil weten: Hoe loopt dit af?
Denk na als maker over het conflict:
Wat willen de personages en hoe zorgt dit voor conflict?
Wanneer introduceer ik het conflict?
Hoe werken de personages aan het conflict (oplossen)?


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Warming-up:
wat zit er in de doos?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Spanningsboog                                  

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Spanning in een scène vergroten
De spanning in een scène kun je vergroten door: 
  • Het CONFLICT te vergroten * maak de situatie erger  * maak de belangen van de personages tegengesteld aan elkaar  * maak de belangen van de personages groter.

  • De CLIMAX uit te stellen  Je probeert de spanning wat op te rekken door het hoge woord er nog niet uit te gooien. Let wel: Als je de climax te lang uitstelt neemt de spanning juist weer af. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Spanning in een scène vergroten
De spanning in een scène kun je vergroten door: 

  • Het publiek weet meer dan de/ een personage(s) Het publiek weet wat er komen gaat. Bijvoorbeeld doordat 1 personage iets zegt tegen het publiek of iets laat zien (geheime brief, gestolen spullen), voordat het andere personage op komt. De vraag is: Wanneer? En: Hoe? 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Speloefening:
Spelen met spanning

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Carrousel: Spelgegevens bedenken
Bij elke tafel ligt een papier en kostuums. Kijk goed en schrijf op:
  • WIE: Wie zijn deze mensen (rol/beroep) en wat is hun relatie?
  • WAAR: Waar speelt deze scène zich af (maakt het specifiek).
  • WAT: Wat is de situatie? Wat doen de personages (handeling)
  • CONFLICT: Wat voor conflict hebben zij (met elkaar)?
  • WAAROM: Probeer te zoeken naar de doelen van de personages. Wat wil ik en waarom?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Carrousel: Spelgegevens bedenken
Draai een laatste keer door en lees
goed wat jouw spelgegevens zijn.
Hier ga je 1 tableau bij maken.
Speel duidelijk de Wie-Wat-Waar.

timer
2:00
Zonder te praten
Hoedjes mag je gebruiken
Heb je ook stoelen/tafels nodig?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Voorwaarde speltoets blok 4: Scène maken
       De scène duurt 2 tot 3 minuten. Bedenk dus een conflict
       wat niet zo makkelijk is opgelost (bijv innerlijk conflict?)

       De scène begint met stil spel (ongeveer 10 sec).
       Het publiek ziet eerst spel voordat er wordt gesproken.
       
       De personages hebben een duidelijk doel.

     

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Beoordeling scène: Waar let ik op?
  • Tijdens de scène ben je gefocust op wat je met elkaar speelt.
  • We zien duidelijke personages, o.a. te zien in houding, gebaren en stem.
  • Ruimte en handelingen vertellen iets over de spelgegevens en wat de personages vinden.
  • Er is sprake van een duidelijke scène opbouw.
Spelvaardigheden

Fysieke
Transformatie

Mise-en-scène

Scèneopbouw



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Werk aan de spelgegevens van jullie scène 

Schrijf jullie spelgegevens op het formulier. 
Geen inspiratie? Vraag de docent!
Gebruik hele zinnen en wees zo specifiek mogelijk

We werken vandaag zonder materiaal uit het magazijn. Focus eerst op
mise-en-scène 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Afronding les 4
Controleer of alle namen van je groepje op het formulier staan.
De docent haalt het formulier op.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Beoordelingscriteria: Waar let ik op?
  • Conflict: Het is duidelijk waar het conflict over gaat.
  • De 3W's: Er is sprake van een wie, wat en waar.
  • Er wordt gespeeld met fysiek, mimiek en stem (houding, gebaren, toon).
  • Scèneopbouw:  - In het begin worden de 3W's duidelijk.
    - In het midden bouwt het conflict op tot een hoogtepunt.
    - Op het einde wordt de scène afgerond met een oplossing (of niet).
  • Je bent goed verstaanbaar en zichtbaar.
  • Je bent geconcentreerd aan het spelen en je blijft in je rol.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions