De kalender: maanden, dagen en tijden

De kalender: maanden, dagen en tijden

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAlfabetisering NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 13 min

Items in this lesson

De kalender: maanden, dagen en tijden

Wat weet je al over de kalender?

Lesdoel

Aan het einde van de les kun je maanden, dagen van de week en tijden op de kalender benoemen en gebruiken.

De maanden van het jaar

Er zijn 12 maanden in het jaar. Voorbeelden: januari, februari, maart.

De dagen van de week

Er zijn 7 dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.

Tijden op de kalender

Hoe noteer je een afspraak?

Schrijf de dag, datum, tijd en de activiteit op. Bijvoorbeeld: dinsdag 15 juli, 10:00 uur sporten met Henk.

10:00 sporten met Henk

Wat moet je noteren voor een afspraak?

A

datum

B

activiteit

C

dag

D

tijd

Hoe schrijf je de tijd op?

A

10:00 uur

B

10:00am

C

14:30 uur

Welke datum is goed geschreven?

A

dinsdag 15 juli

B

15 juli dinsdag

Hoe noteer je een afspraak correct?

A

15 juli, dinsdag 10:00 uur

B

dinsdag 15 juli, 10:00 uur sporten met Henk

Reflectie

Wat heb je vandaag geleerd over de kalender? Kun je een afspraak maken met de juiste datum en tijd?