Hoofdstuk 5: Marketingmix - Plaats

Hoofdstuk 5 
Marketingmix - Plaats 
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 5 
Marketingmix - Plaats 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je weet hoe je het marketinginstrument plaats kunt inzetten in de marketingmix.
  • Je weet wat verkoopkanalen zijn en kunt er een aantal benoemen.
  • Je kunt de belangrijkste schakels en bewegingen binnen de bedrijfskolom benoemen.
  • Je kent de belangrijkste leveringscondities.

Slide 2 - Slide

Marketingmix en plaats 

Slide 3 - Slide

Omgevingsanalyse 
  • Welke wetten en regels gelden er voor de vestiging van jouw winkel of bedrijf?
  • Zijn er subsidies voor startende ondernemers in de gemeente?
  • Zijn er bouwplannen in de buurt van jouw winkel of bedrijf?
  • Zitten er concurrenten in de nabije omgeving?
  • Hoe is de economische situatie in de buurt: hebben mensen in de toekomst meer of minder te besteden?
  • Hoe is de bevolking van de buurt samengesteld: jong/oud, arm/rijk, vrouw/man, westers/niet-westers?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Link

Met welk gedeelte uit de omgevingsanalyse hebben deze jonge ondernemers geen rekening gehouden?

Slide 6 - Open question

Distributiekanalen 

Slide 7 - Slide

Bedrijfskolom 

Slide 8 - Slide

Let's work 
Maak nu opdracht 2 op bladzijde 136

Slide 9 - Slide

Distributiekanalen 
  • Verkoopkanaal 
  • Fysiek distributiekanaal 
  • Communicatiekanaal 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Distributie intensiteit 

Slide 12 - Slide

Intensieve Distributie
Producten zijn op veel plekken te koop. Denk aan levensmiddelen. 

Slide 13 - Slide

Selectieve Distributie
Wordt het product bij een beperkt aan aanbieders verkocht. Deze winkels worden geselecteerd op bijvoorbeeld: Grootte, kennis, imago, assortiment. 
Voorbeelden zijn meubels en cosmetica.

Slide 14 - Slide

Exclusieve Distributie
Het product is slechts bij 1 of enkele winkels verkrijgbaar. Dit wordt vooral toegepast bij producten die veel geld kosten of veel kennis nodig hebben. 

Slide 15 - Slide

Let's work
Maak nu opgave 3 op bladzijde 138

Slide 16 - Slide

Verkoopkanalen B2C en B2B 
B2C - Fysieke winkel
          - Webwinkel 
B2B - Accountmanager
          - Showroom 
          - Agent 
          - Beurzen
          - Affiliate shops  
     

Slide 17 - Slide

Verkoop B2B
Accountmanager: 

Slide 18 - Slide

Showroom

Slide 19 - Slide

Agent
Een handelsagent is iemand die bedrijven helpt om hun spullen te verkopen.
Je kunt het zo zien:

Een fabriek maakt producten, bijvoorbeeld schoenen.
De fabriek heeft iemand nodig die winkels vertelt: “Kijk, deze schoenen zijn heel goed! Willen jullie ze verkopen?”
Die persoon is de handelsagent. Hij is niet in dienst bij het bedrijf maar krijgt een gedeelte van de winst. 

Slide 20 - Slide

Beurzen

Slide 21 - Slide

Verkoopkanalen 

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Let's work 
Maak nu opgave 4 op bladzijde 142

Slide 24 - Slide

De bedrijskolom

Slide 25 - Slide

Wat is een voorbeeld van een tussenhandel?
A
Verkoper
B
Producent
C
Consument
D
Groothandel

Slide 26 - Quiz

Welke schakel komt eerst in de bedrijfskolom?
A
Consument
B
Groothandel
C
Producent
D
Detailhandel

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Bedrijfskolom
Chocoladefabriek
Supermarkt
Importeur
Cacaoplantage
Groothandel

Slide 30 - Drag question

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Let's work 
Maak nu opgave 5 op bladzijde 148

Slide 35 - Slide

Leveringsvoorwaarden
  • transportkosten
  • leveringstermijn
  • garanties
  • reclames en geschillen.

Slide 36 - Slide

Wat betekent 'franco' in leveringsvoorwaarden?
A
Levering is zonder verzekering
B
Kosten zijn voor rekening van de koper
C
Kosten zijn voor rekening van de leverancier
D
Goederen zijn gratis

Slide 37 - Quiz

Wat betreft garanties, wat is belangrijk?
A
De kleur van de producten.
B
Duur en beperking van aansprakelijkheid.
C
De levertijd van de producten.
D
De grootte van de verpakking.

Slide 38 - Quiz

Wat geeft de leveringstermijn aan?
A
De kwaliteit van de producten.
B
Wanneer de producten geleverd worden.
C
De prijs van de producten.
D
De garantieperiode van de producten.

Slide 39 - Quiz

Let's work 
Maak nu opgave 6 op bladzijde 150

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide