Marketing prijzen en verdienmodelllen

Marketing - pricing en verdienmodellen
1 / 32
next
Slide 1: Slide
marketingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Marketing - pricing en verdienmodellen

Slide 1 - Slide

Een verkoper in een winkel vraagt of jij het merk Huawei kent.
Vraagt hij naar de spontane of geholpen merkbekendheid?
A
geholpen merkbekendheid
B
spontane merkbekendheid

Slide 2 - Quiz

Wat is geen uitgangspunt voor het vaststellen van de prijs?
A
Kosten
B
Winst
C
Concurrentie
D
Vraag

Slide 3 - Quiz

Bij welke prijsvaststellingsmethode komt het begrip "prijzenoorlog" voor?
A
Kostengeoriënteerde prijsstelling
B
Concurrentiegeoriënteerde prijsstelling
C
Winstgeoriënteerde prijsstelling
D
Vraaggeoriënteerde prijsstelling

Slide 4 - Quiz

Prijsstellingsmethode
Uitgangspunten bij vaststellen prijs:

  • Kostengerichte (kostengeoriënteerde) prijsstelling
  • Concurrentiegerichte prijsstelling
  • Klantgerichte/ vraaggeörienteerde prijsstelling

Slide 5 - Slide

Klantgerichte prijsstelling (vraaggerichte/ afnemergerichte prijsstelling)
= prijs die de klant wil betalen is uitgangspunt


  • Psychologische prijszetting--> prijs net onder een rond getal dat de klant het gevoel geeft voordeliger te zijn (illusie)







Slide 6 - Slide

Psychologie van prijzen en keuzen

Slide 7 - Slide

Klantgerichte prijsstelling
Snob/ prestige pricing  = producten die hun status door de hoge prijs krijgen. Als de prijs lager is zijn ze minder interessant 

  bijv juwelen, merkkleding, Mercedes AMG --> € 299.995

Slide 8 - Slide

Klantgerichte prijsstelling
Loss leader pricing
een prijsstrategie, waarbij een product wordt verkocht onder de marktprijs met als doel om later in de funnel met up-sells en cross-sells de winst per klant alsnog te verhogen

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Prijsdiscriminatie
= voor hetzelfde product aan verschillende afnemersgroepen verschillende prijzen rekenen

bijvoorbeeld:
  • introductieprijzen voor nieuw product
  • Vroegboekkorting
  • Korting voor snelle inschrijvers
  • vaste klanten korting

  

Slide 11 - Slide

Voorbeeld van prijsdiscriminatie online

Slide 12 - Slide

Wat is het verschil tussen Prijsdiscriminatie en Prijsdifferentiatie?

Slide 13 - Open question

Prijsdiscriminatie 
= voor hetzelfde product aan verschillende afnemersgroepen verschillende prijzen rekenen

Prijsdifferentiatie
voor hetzelfde product aan verschillende afnemersgroepen verschillende prijzen rekenen als gevolg van kostenverschillen

Slide 14 - Slide

Prijs & nieuwe producten
Wat is een nieuw product? --> als de consument het als nieuw ervaart noem je dit een nieuw product

  • Iets dat eerder niet bestond
  • Een verbetering van een bestaand product

Slide 15 - Slide

Termen m.b.t. nieuw producten
Innovatie = ontwikkelen van nieuwe producten

Pioneer = 1e aanbieder van een nieuw product

Pioneer pricing = bepalen van de prijs door de pioneer voor een nieuw product

Slide 16 - Slide

Vaststellen van de prijs bij een nieuw product

2 methoden:

  • Afroomstrategie (skimming)
  • Penetratieprijsstrategie

Slide 17 - Slide

Afroomstrategie (skimming)
Bij deze methode begin je met een hoge prijs als de verkoop daalt, verlaag je de prijs. Hiermee bereik je weer nieuwe groepen kopers. Als de vraag dan weer daalt verlaag je de prijs wederom. Dit herhaal je tot je alle mogelijke doelgroepen hebt bediend.




Slide 18 - Slide

Afroomprijsstrategie
Wanneer toepassen:
  • Echt innovatief, nieuw product Hoge ontwikkelingskosten -->snel terugverdienen

  • Beperkte productiecapaciteit

  • Op grote schaal verspreiden van product is lastig

Slide 19 - Slide

Penetratieprijsstrategie

Is een gecombineerde introductie- en prijsstrategie in een bepaalde markt, waarbij de prijs voor een product eerst zeer laag wordt vastgesteld en in een latere fase langzaam hoger wordt gesteld

stay out

 

Slide 20 - Slide

Penetratieprijsstrategie
Producten voor een lage prijs in de markt zetten --> veel klanten

Je bent de concurrentie voor door: veel verkoop = verzadiging van de markt en lage prijs waar concurrent moeilijk onder kan duiken

Slide 21 - Slide

Kortingen
Verschillende redenen waarom korting wordt gegeven

  • Functionele kortingen --> korting aan de tussenhandel zodat je product beter verkocht wordt

  • Prestatiekortingen -->  korting aan de tussenhandel omdat een “prestatie” wordt geleverd, bijv product op een opvallende plek in de winkel, of een grote hoeveelheid afgenomen




Slide 22 - Slide

Kortingen
  • Inruilkortingen -->  korting die winkelier aan klant geeft als deze zijn oude product inlevert, bijv bij auto’s

  • Actiekortingen -->  tijdelijke korting om de verkoop op korte termijn te stimuleren
  


Slide 23 - Slide

Verdienmodellen
Het verdienmodel of businessmodel beschrijft de manier waarop een organisatie geld verdient

  • Directe transactie -->  éénmalige verkoop

  • Abonnementensysteem --> tegen een bepaald bedrag krijg je toegang tot een bepaalde dienst of product


Slide 24 - Slide

Verdienmodellen
  • Instapmodel --> product is gratis maar voor een betere versie of update betaal je wel. Bijv. games, spotify

  • Advertentiemodel --> in het product wordt reclame gemaakt voor een ander product bijv: advertentie in de krant, banner op een website

Slide 25 - Slide

Verdienmodellen
  • Veilingmodel -->  Samenbrengen van vraag en aanbod,  je laat klanten mbv jouw product aankopen doen bij een andere partij. Bijv: Ebay en Marktplaats (auto’s)
  •    
  • Makelaarsmodel --> Samenbrengen van vraag en aanbod ,  de makelaar heeft extra kennis en info dit organiseert en vergemakkelijkt de transactie. Bijv, Makelaar van huizen, werving en selectie buro



Slide 26 - Slide

Verdienmodellen
Yieldmodel --> de prijs wordt telkens aangepast op basis van veranderde vraag en aanbod. Bijv. vliegtickets en hotelkamers.


Slide 27 - Slide

1. Welke kostengeoriënteerde methode kun je gebruiken als je marktleider bent?
A
Target , Me too, prijsdifferentiatie
B
Cost plus, target of prijsdifferentiatie
C
Cost plus, Me too of Target
D
prijsdiscriminatie, target, cost plus

Slide 28 - Quiz

Geef een voorbeeld van een product waarbij sprake is van skimming?

Slide 29 - Open question

4. Welke uitspraak is juist: Het nadeel van cost plus pricing is:

A
dat je gericht bent op maximale winst
B
dat je geen rekening houdt met de vraag
C
dat het leidt tot vermindering van prijsconcurrentie
D
dat je geen goed beeld hebt van de kosten

Slide 30 - Quiz

Kist het juiste antwoord. Welke prijs neem je als uitgangspunt bij Backward pricing?
A
de kostprijs
B
de kostprijs + BTW
C
De prijs van het product als het innovatief zou zijn
D
de consumentenprijs

Slide 31 - Quiz

Welke soort kortingen worden toegepast in een B2C markt?
A
Inruilkorting en prestatiekorting
B
Prestatiekorting en functionele korting
C
Actiekorting en inruilkorting
D
Actiekorting en functionele korting

Slide 32 - Quiz