Organisatiestructuur en leiderschap
Organisatiestructuur en leiderschap
Open met het idee dat groei niet alleen meer omzet betekent, maar ook meer afstemming, taakverdeling en leiding. Dat vormt de brug naar structuur, leiderschap en organisatietheorie.
Leerdoel
Ik kan uitleggen hoe organisatiestructuren, leiderschapsstijlen en organisatietheorieën samenhangen in een groeiende onderneming.
This item has no instructions
Bij kijken video, schrijf op:
Wat is het essentiële verschil tussen de manier waarop producten werden gemaakt in de industriële revolutie ten opzichte van de periode daarvoor ?
This item has no instructions
This item has no instructions
klassikaal:
Wat is het essentiële verschil tussen de manier waarop producten werden gemaakt in de industriële revolutie ten opzichte van de periode daarvoor ?
This item has no instructions
This item has no instructions
Welke woorden koppel jij aan een goed georganiseerde onderneming?
Gebruik de opbrengst als startpunt: verwacht woorden als structuur, leiding, afdelingen, communicatie, regels, samenwerking en verantwoordelijkheid. Verbind deze daarna aan de leerdoelen.
Groei vraagt om structuur
In een kleine onderneming zijn taken vaak informeel verdeeld.
Bij groei wordt het belangrijker om vast te leggen:
wie leiding geeft
wie verantwoording aflegt
welke afdelingen er zijn
hoe informatie door de organisatie loopt
Q: Hoe kun je dit zichtbaar maken voor de medewerkers in een organisatie?
Benadruk dat organisatiebeleid nodig is om overzicht, snelheid en controle te behouden. Laat leerlingen het verband zien tussen groei en formalisering.
Organogram opstellen
Een organogram is een
schematische weergave
van de organisatie.
Het laat zien:
functies en afdelingen
hiërarchische verhoudingen
wie aan wie rapporteert
Maak duidelijk dat een organogram functies toont, geen personen. Dat voorkomt verwarring tussen organisatiestructuur en personeelsbezetting.
Een organogram tekenen
Bij het tekenen bepaal je eerst:
de hoogste leiding
de afdelingen
de leidinggevenden per afdeling
de uitvoerende functies
Daarna verbind je de functies volgens de gezagslijnen.
Als voorbeeld kan de docent mondeling een eenvoudige onderneming nemen met directie, verkoop, productie en administratie.
Een organogram lezen
Formuleer een mogelijk knelpunt tussen 2 afdelingen
Welke extra informatie heb je nodig om dit te toetsen?
Hoe zou je dit organigram kunnen vereenvoudigen waarmee je het knelpunt oplost?
Wijs op het verschil tussen hiërarchie en samenwerking: niet elke samenwerking staat met een lijn in het organogram.
Vul de kernbegrippen in
Een organogram is een schematische weergave van de organisatie. In een lijnorganisatie loopt het gezag rechtstreeks van boven naar beneden. Bij een lijn- en staforganisatie ondersteunen stafafdelingen de leiding met specialistisch advies.
Alle drie begrippen zijn expliciet behandeld in deze subtopic. Let erop dat leerlingen lijn en staf niet verwarren met extra gezag.
This item has no instructions
Verschil tussen lijn en staf
Het kernverschil is de rol van ondersteuning.
Lijnorganisatie: alleen directe gezagslijnen
Lijn- en staforganisatie: gezagslijnen plus specialistisch advies
Naarmate een onderneming groeit, neemt de behoefte aan specialistische kennis vaak toe.
Veel leerlingen denken dat staf automatisch hoger in rang staat. Maak duidelijk dat staf vooral een ondersteunende functie heeft.
''Naarmate een onderneming groeit, moet zij altijd meer stafafdelingen toevoegen''. Noem 1 argument VOOR en 1 argument TEGEN
This item has no instructions
This item has no instructions
Vul de juiste begrippen in
De spanwijdte is het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende direct leiding geeft. Het omspanningsvermogen is het aantal medewerkers waaraan die leidinggevende effectief leiding kan geven. De spandiepte zegt vervolgens iets over het aantal managementlagen in de organisatie.
Controleer vooral of leerlingen breedte, vermogen en diepte functioneel van elkaar kunnen onderscheiden.
Horizontale taakverdeling
Bij horizontale taakverdeling worden werkzaamheden naast elkaar verdeeld over functies of afdelingen.
Veelvoorkomende vormen zijn:
functionele indeling
productindeling
geografische indeling
markt- of doelgroepindeling
De subtopic hier is het nut van verschillende indelingen. Gebruik de volgende slides om voor- en nadelen systematisch te contrasteren.
NovaBike ontwerpt en verkoopt elektrische fietsen. Het bedrijf groeit van 70 naar 420 medewerkers en verkoopt in Nederland, Duitsland en België. Er zijn drie productgroepen: stadsfietsen, e-bikes voor woon-werkverkeer en cargobikes. De directie wil sneller innoveren, maar merkt tegelijkertijd kwaliteitsproblemen, hogere kosten en trage besluitvorming.
NovaBike is nu functioneel georganiseerd: Inkoop, Productie, Marketing & Sales, Finance, HR en ICT. De directie overweegt een nieuwe structuur. Er zijn drie voorstellen:
A. Productindeling: stadsfietsen, woon-werk e-bikes en cargobikes krijgen eigen divisies.
B. Geografische indeling: Nederland, Duitsland en België krijgen eigen divisies.
C. Doelgroepindeling: consumenten, zakelijke leasemaatschappijen en gemeentelijke organisaties krijgen eigen divisies.
This item has no instructions
Opdracht 10 minuten
Adviseer de directie welk voorstel zij als eerste moet uitvoeren. Je advies bestaat uit:
een keuze voor A, B of C;
twee argumenten voor jouw keuze
één nadeel van jouw keuze;
waarom de twee andere indelingen op dit moment minder passend zijn;
één voorwaarde om jouw structuur succesvol te laten functioneren.
Let op: er is geen standaardantwoord. De kwaliteit zit in de afweging.
This item has no instructions
Begin 2e les
Werkvorm: directie vergadering NovaBikes
This item has no instructions
NovaBike ontwerpt en verkoopt elektrische fietsen. Het bedrijf groeit van 70 naar 420 medewerkers en verkoopt in Nederland, Duitsland en België. Er zijn drie productgroepen: stadsfietsen, e-bikes voor woon-werkverkeer en cargobikes. De directie wil sneller innoveren, maar merkt tegelijkertijd kwaliteitsproblemen, hogere kosten en trage besluitvorming.
NovaBike is nu functioneel georganiseerd: Inkoop, Productie, Marketing & Sales, Finance, HR en ICT. De directie overweegt een nieuwe structuur. Er zijn drie voorstellen:
A. Productindeling: stadsfietsen, woon-werk e-bikes en cargobikes krijgen eigen divisies.
B. Geografische indeling: Nederland, Duitsland en België krijgen eigen divisies.
C. Doelgroepindeling: consumenten, zakelijke leasemaatschappijen en gemeentelijke organisaties krijgen eigen divisies.
This item has no instructions
Opdracht 10 minuten
Adviseer de directie welk voorstel zij als eerste moet uitvoeren. Je advies bestaat uit:
een keuze voor A, B of C;
twee argumenten voor jouw keuze
één nadeel van jouw keuze;
waarom de twee andere indelingen op dit moment minder passend zijn;
één voorwaarde om jouw structuur succesvol te laten functioneren.
Let op: er is geen standaardantwoord. De kwaliteit zit in de afweging.
This item has no instructions
This item has no instructions
3e les
. Terugblik vorige lessen: voor-en nadelen van verschillende organisatievormen
. Procesgericht organiseren: versterk communicatie en samenwerking onafhankelijk van de organisatievorm
. Management stijlen
This item has no instructions
Functionele indeling
specialisatie per functie
efficiënte taakuitvoering
duidelijke vakkennis per afdeling
afdelingen kunnen langs elkaar heen werken
coördinatie tussen functies kost tijd
minder focus op product of klant
Nadelen
Voordelen
Verbind dit aan afdelingen als productie, marketing en administratie. Dat maakt de abstracte indeling concreet.
Product- en geografische indeling
Voordelen
beter inspelen op regionale verschillen
korte afstand tot de markt
Nadelen
lastiger centrale aansturing
kans op uiteenlopend beleid
Voordelen
veel aandacht per productgroep
snelle besluitvorming dicht bij het product
Nadelen
dubbel werk tussen productafdelingen
hogere kosten
Geografische indeling
Productindeling
Als er tijd is, noem dat internationale ondernemingen vaak geografische indeling gebruiken om beter aan te sluiten bij lokale markten.
Markt- of doelgroepindeling
Deze indeling richt de organisatie op klantgroepen of markten.
Voordelen
sterke klantgerichtheid
producten en service passen beter bij de doelgroep
Nadelen
overlap tussen afdelingen
afstemming tussen doelgroepen kan moeilijker zijn
Leg eventueel het verschil uit met productindeling: productindeling draait om wat je aanbiedt, doelgroepindeling om voor wie je het aanbiedt.
Procesgericht organiseren
In jullie NovaBike directie vergaderingen waren samenwerking en communicatie belangrijke voorwaarden voor succes
This item has no instructions
This item has no instructions
Processen: vastleggen wat je doet en hoe je dit doet (ISO-certificeringen)
Praktijkvoorbeeld automotive toeleverancier ''ways of working''
This item has no instructions
Organisatie-design: combinatie van 3 factoren
This item has no instructions
''There’s no substitute for regularly revisiting how to adapt structures, people, and processes to create the most effective organizational design.''
This item has no instructions
Zin en onzin over leiderschapsstijlen
Er is niet één leiderschapsstijl die altijd het best werkt.
De effectiviteit hangt af van:
de situatie
de aard van het werk
de medewerkers
de mate van zelfstandigheid
Corrigeer de simplificatie dat 'streng' of juist 'vriendelijk' altijd beter zou zijn. Dat bereidt voor op situationeel leiderschap.
This item has no instructions
This item has no instructions
Twee visies vergeleken
De twee algemene organisatietheorieën kijken anders naar goed organiseren.
Klassiek: de organisatie werkt goed door orde en structuur
Human Relations: de organisatie werkt goed als mensen zich betrokken en gemotiveerd voelen
In de praktijk komen beide invalshoeken vaak samen.
Benadruk dat moderne organisaties meestal niet puur één theorie volgen, maar elementen combineren.
Zelfstandig bestuderen en oefenen
. H4.2 Organisatie (werkboek V5)
. Cumulus opgaven & zelftest
. Formatieve opdrachten LWEO (teams)
This item has no instructions
Back-up slides
Slide tekst
This item has no instructions
This item has no instructions
McGregor: theorie Y
Theorie Y gaat uit van een positiever mensbeeld.
De leidinggevende veronderstelt dat medewerkers:
verantwoordelijkheid kunnen nemen
gemotiveerd kunnen zijn
zichzelf willen ontwikkelen
Daar past vaker ruimte voor inspraak en zelfstandigheid bij.
Laat zien dat theorie Y beter aansluit bij kenniswerk en professionele zelfstandigheid, zonder te zeggen dat het altijd de enige juiste benadering is.
Situationeel leiderschap
Bij situationeel leiderschap past een leidinggevende zijn stijl aan de situatie aan.
De keuze hangt vooral af van:
taakvolwassenheid
kennis en ervaring van medewerkers
mate van motivatie en zelfstandigheid
Gebruik consequent de term situationeel leiderschap. Leg uit dat het model uitgaat van afstemming tussen medewerker en stijl.
Vier leiderschapsstijlen
Instrueren: veel leiding, weinig ruimte
Overtuigen: veel leiding, met uitleg en motivatie
Meer sturend
Overleggen: samen beslissen, coachende rol
Delegeren: verantwoordelijkheid ligt sterk bij medewerker
Meer ondersteunend
Noem eventueel dat de vier stijlen samenhangen met de mate waarin medewerkers begeleiding nodig hebben.
Klassieke organisatietheorie
De klassieke organisatietheorie legt de nadruk op structuur, regels en efficiency.
Belangrijke kenmerken:
duidelijke taakverdeling
hiërarchie
controle
formele procedures
Plaats deze theorie historisch als passend bij grootschalige productie en behoefte aan orde en standaardisatie.
Human Relations
De Human Relations-benadering legt meer nadruk op de mens in de organisatie.
Belangrijke kenmerken:
aandacht voor motivatie
informele relaties
communicatie
groepsgedrag
Leg uit dat deze benadering ontstond als reactie op een te eenzijdige focus op regels en efficiency.
Vul de theorieën en stijlen in
Volgens McGregor gaat theorie X uit van meer controle en sturing. Theorie Y past juist beter bij verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. In situationeel leiderschap kan een leidinggevende bij een onervaren medewerker eerst meer instrueren en later meer delegeren als de medewerker zelfstandiger wordt.
Let op de redenering: X en Y gaan over mensbeelden; instrueren en delegeren horen bij de mate van benodigde begeleiding.
Begrippenlijst
organogram - schematische weergave van functies, afdelingen en gezagsverhoudingen in een organisatie
lijnorganisatie - organisatiestructuur waarin het gezag rechtstreeks van boven naar beneden loopt
lijn- en staforganisatie - lijnstructuur met aanvullende stafafdelingen die adviseren en ondersteunen
spanwijdte - aantal medewerkers waaraan een leidinggevende direct leiding geeft
omspanningsvermogen - aantal medewerkers waaraan een leidinggevende effectief leiding kan geven
spandiepte - aantal hiërarchische lagen in een organisatie
horizontale taakverdeling - verdeling van werkzaamheden over functies of afdelingen op hetzelfde niveau
This item has no instructions
Begrippenlijst
functionele indeling - taakverdeling op basis van soort werkzaamheden, zoals productie of marketing
productindeling - taakverdeling op basis van productgroepen
geografische indeling - taakverdeling op basis van regio of gebied
markt- of doelgroepindeling - taakverdeling op basis van klantgroep of marktsegment
theorie X - visie van McGregor waarin medewerkers vooral sturing en controle nodig zouden hebben
theorie Y - visie van McGregor waarin medewerkers verantwoordelijkheid en ontwikkeling aankunnen
situationeel leiderschap - leiderschap waarbij de stijl wordt aangepast aan de situatie en de medewerker
This item has no instructions
Begrippenlijst
instrueren - leiderschapsstijl met veel sturing en weinig ruimte voor eigen inbreng
overtuigen - leiderschapsstijl met veel sturing gecombineerd met uitleg en motivatie
overleggen - leiderschapsstijl waarbij leidinggevende en medewerker samen beslissingen bespreken
delegeren - leiderschapsstijl waarbij veel verantwoordelijkheid bij de medewerker ligt
klassieke organisatietheorie - benadering die structuur, hiërarchie en efficiency centraal stelt
Human Relations - benadering die motivatie, informele relaties en betrokkenheid centraal stelt
This item has no instructions