H1.6 Reductiedeling (meiose)

Biologie H1.6 Reductiedeling (meiose) blz. 36

Lesopening

Terugblik

Instructie

Begeleid oefenen

Zelfstandig oefenen

Evaluatie & Huiswerk

Leerdoelen

  • Ik kan beschrijven hoe een reductiedeling verloopt

  • Ik kan de verschillen in de bouw van zaadcellen en eicellen noemen

  • Ik kan omschrijven hoe geslachtschromosomen het geslacht van de mens bepalen

  • Moedercel en dochtercel

  • Mitose

  • Spiraliseren, kerndeling, celdeling en plasmagroei

  • Geslachtscellen

  • Reductiedeling

  • Geslachtschromosomen

1 en 2

Vraag 1 tm 2

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Biologie H1.6 Reductiedeling (meiose) blz. 36

Lesopening

Terugblik

Instructie

Begeleid oefenen

Zelfstandig oefenen

Evaluatie & Huiswerk

Leerdoelen

  • Ik kan beschrijven hoe een reductiedeling verloopt

  • Ik kan de verschillen in de bouw van zaadcellen en eicellen noemen

  • Ik kan omschrijven hoe geslachtschromosomen het geslacht van de mens bepalen

  • Moedercel en dochtercel

  • Mitose

  • Spiraliseren, kerndeling, celdeling en plasmagroei

  • Geslachtscellen

  • Reductiedeling

  • Geslachtschromosomen

1 en 2

Vraag 1 tm 2

Herhaling - Waarom nieuwe cellen?

  • om te zorgen dat je groeit

  • om te zorgen dat wondjes kunnen genezen

  • om oude cellen te vervangen





Herhaling - Mitose, hoe dan?

  • Kerndeling

  • Celdeling

  • Plasmagroei





Herhaling

Meiose (reductiedeling)


Hoe maakt je lichaam geslachtscellen (eicellen en zaadcellen)?




Meiose (reductiedeling)

Bij mitose - 1x celdeling

Bij meiose - 2x celdeling


  • In de geslachtscellen zitten 23 chromosomen

  • Reductie = verminderen (van 46 naar 23)


Na bevruchting wordt dat weer 46

(23 van de moeder en 23 van de vader)



Geslachtschromosomen bij de bevruchting


Bevruchting = kern van de zaadcel smelt samen met de kern van de eicel.

23 chromosomen + 23 chromosomen = 23 chromosomenparen



Een jongen of een meisje?





Wat zijn 3 (van de 9) levenskenmerken van een organisme (zoals ze in het boek staan op blz. 10)

A

Een boek lezen, dwarsfluit spelen, naar de kapper gaan.

B

Je best doen om de wereld een betere plek te maken, of shoarma eten.

C

Groei, reageren op prikkels, beweging.

D

Putin spelen in een toneelstuk.

De bouw van een organisme, van groot naar klein

A

Teen, voet, been, oorlel

B

Vinger, hand, arm, andere oorlel

C

Mier, muis, kat, paard, olifant

D

Organisme, orgaanstelsel, orgaan, weefsel, cel

Weefsel is...

A

Als een spinneweb. Mooi, geheimzinnig en dodelijk!

B

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie, met tussencelstof tussen de cellen

C

Een groep cellen met verschillende vormen en functie

D

Losse cellen op verschillende plekken in het organisme

Deze cel bevat een vacuole en korrels. Dit is een ...

A

Dierlijke cel

B

Plantaardige cel

Dit is Gerda. Gerda houdt van tuinieren, koken en ze leest graag een goed boek. Ze heeft sinds een jaar een relatie met Pedro. Je kent hem wel. Pedro van de buren, met die lange zwarte lokken en die grote snor. Gerda's beste vriendin is Angelique, maar die heeft 't druk sinds ze die baan op de kinderboerderij heeft. Angelique heeft Gerda gevraagd om ook te solliciteren op de kinderboerderij. 'Een hartstikke leuke baan, maar dan moet je wel wat doen aan dat haar van je' voegde ze er ongevraagd aan toe. Gerda kon daar niet om lachen.


Een alpaca heeft 74 chromosomen in elke huidcel. Hoeveel chromosomenparen heeft een alpaca in een levercel?


A

37 chromosomenparen, de helft van 74

B

Dat kan je niet weten. te weinig info.

C

74 chromosomenparen

Mitose, de gewone celdeling.

Welke bewering is waar?


I: Door plasmagroei worden de dochtercellen net zo groot als de moedercellen.

II: Ongeveer 2 maanden na de celdeling krijgen de nieuwe cellen een nieuwe celkern.

A

Alleen I is juist

B

Beiden zijn onjuist

C

Alleen II is juist

D

Beiden zijn juist

Nu maken / Huiswerk

Blz. 38

Opdracht 1 tm 2


Leerdoelen

  • Ik kan beschrijven hoe een reductiedeling verloopt

  • Ik kan de verschillen in de bouw van zaadcellen en eicellen noemen

  • Ik kan omschrijven hoe geslachtschromosomen het geslacht van de mens bepalen

Nu maken / Huiswerk

Blz. 38

Opdracht 3, 4(tabel niet, vragen eronder wel), 5, 6, 7


Leerdoelen

  • Ik kan beschrijven hoe een reductiedeling verloopt

  • Ik kan de verschillen in de bouw van zaadcellen en eicellen noemen

  • Ik kan omschrijven hoe geslachtschromosomen het geslacht van de mens bepalen