Cellen en organisatieniveaus (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Examentraining

Cellen en organisatieniveaus: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: celdelen aanwijzen op een afbeelding, de functie van een celdeel beschrijven, cellen vergelijken en processen en organisatieniveaus onderscheiden. Acht vragen in examenstijl.

Items in this lesson

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Examentraining

Cellen en organisatieniveaus: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Juan Carlos Fonseca Mata / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Wat ga je kunnen?

Ik kan celdelen herkennen, cellen vergelijken en organisatieniveaus onderscheiden in een examenvraag.

This item has no instructions

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd en over welke cel of welk niveau gaat het?

  • 2. Kijk: bekijk de afbeelding of de gegevens goed. Wat valt op?

  • 3. Denk: welk begrip uit de les past hierbij?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?

This item has no instructions

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Vraagtype 1: celdelen aanwijzen

  • Je krijgt een foto of tekening van een cel.

  • Kijk naar vorm en kleur: groene bolletjes zijn bladgroenkorrels, een stip in het midden is vaak de celkern.

  • Een cel met een stevige rand heeft een celwand.

  • Schrijf de naam van het celdeel precies op.

This item has no instructions

Wat zijn de vele groene bolletjes in deze plantencellen?

A

Bladgroenkorrels

B

Zetmeelkorrels

C

Vacuolen

D

Celkernen

Groen komt door bladgroen in bladgroenkorrels, waar fotosynthese plaatsvindt. Verwachte fout: celkernen kiezen. Een cel heeft maar één kern. Image credit: Juan Carlos Fonseca Mata / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welk celdeel is de paarse stip in het midden van deze wangcel?

A

Vacuole

B

Bladgroenkorrel

C

Celkern

D

Celwand

De gekleurde stip in het midden is de celkern. Een dierlijke cel heeft geen bladgroenkorrels en geen celwand. Verwachte fout: vacuole kiezen. Image credit: Kyreb / Wikimedia Commons, CC0

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Vraagtype 2: de functie van een celdeel

  • Bij 'beschrijf de functie' zeg je wat het celdeel doet.

  • Celmembraan: bepaalt welke stoffen de cel in en uit gaan.

  • Celwand: geeft steun en vorm.

  • Bladgroenkorrel: hier vindt fotosynthese plaats.

This item has no instructions

Welk celdeel bepaalt welke stoffen de cel in en uit gaan?

A

Celwand

B

Cytoplasma

C

Celmembraan

D

Vacuole

Het celmembraan regelt wat er binnenkomt en naar buiten gaat. Verwachte fout: celwand kiezen omdat die ook aan de buitenkant zit. De celwand geeft alleen steun.

Waarvoor dient de celwand van een plantencel?

Goed: steun en vorm geven aan de cel (ook: beschermen). Verwachte fout: 'bepaalt wat de cel in en uit gaat', dat is het celmembraan.

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Vraagtype 3: cellen vergelijken

  • Je krijgt een cel met een lijstje kenmerken.

  • Kijk naar drie dingen: kern, celwand en bladgroenkorrels.

  • Dier: alleen een kern. Plant: kern, celwand en bladgroenkorrels.

  • Schimmel: kern en celwand. Bacterie: geen kern, wel celwand.

This item has no instructions

Een cel heeft een kern en een celwand, maar geen bladgroenkorrels. Van welk organisme is de cel?

A

Schimmel

B

Plant

C

Dier

D

Bacterie

Kern en celwand zonder bladgroenkorrels: schimmel. Verwachte fout: plant kiezen, maar een plantencel heeft bladgroenkorrels.

Welke cellen hebben geen celkern?

Goed: bacteriecellen (bacteriën). Verwachte fout: 'dierlijke cellen' of 'schimmelcellen'. Die hebben wel een kern.

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Vraagtype 4: processen en niveaus

  • Let op welke stoffen erin en eruit gaan.

  • Fotosynthese: koolstofdioxide, water en licht erin, glucose en zuurstof eruit.

  • Verbranding: glucose en zuurstof erin, koolstofdioxide, water en energie eruit.

  • Niveaus van klein naar groot: cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme, ecosysteem.

This item has no instructions

Een plant neemt in het licht koolstofdioxide op en maakt glucose. Welk proces is dit?

A

Verbranding

B

Uitscheiding

C

Voortplanting

D

Fotosynthese

Koolstofdioxide en licht erin, glucose eruit: fotosynthese. Verwachte fout: verbranding, want daarbij komt juist koolstofdioxide vrij.

Welke energierijke stof maakt een plant?

Goed: glucose, bij fotosynthese. Verwachte fout: koolstofdioxide noemen, die neemt de plant juist op.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Celdelen aanwijzen op een afbeelding

2

De functie van een celdeel

3

Cellen van organismen vergelijken

4

Processen en organisatieniveaus

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.

CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS

Tips voor op het examen

  • Kijk bij een afbeelding eerst naar kleur en vorm voordat je een celdeel kiest.

  • Onthoud: dier geen celwand, plant celwand en bladgroenkorrels, bacterie geen kern.

  • Gebruik bij de organisatieniveaus de volgorde cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme.

  • Schrijf bij een proces op welke stoffen erin en welke eruit gaan.

This item has no instructions