CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Examentraining
Cellen en organisatieniveaus: zo pak je examenvragen aan
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Examentraining
Cellen en organisatieniveaus: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Juan Carlos Fonseca Mata / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Wat ga je kunnen?
Ik kan celdelen herkennen, cellen vergelijken en organisatieniveaus onderscheiden in een examenvraag.
This item has no instructions
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat wordt er gevraagd en over welke cel of welk niveau gaat het?
2. Kijk: bekijk de afbeelding of de gegevens goed. Wat valt op?
3. Denk: welk begrip uit de les past hierbij?
4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?
This item has no instructions
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Vraagtype 1: celdelen aanwijzen
Je krijgt een foto of tekening van een cel.
Kijk naar vorm en kleur: groene bolletjes zijn bladgroenkorrels, een stip in het midden is vaak de celkern.
Een cel met een stevige rand heeft een celwand.
Schrijf de naam van het celdeel precies op.
This item has no instructions
Wat zijn de vele groene bolletjes in deze plantencellen?
Bladgroenkorrels
Zetmeelkorrels
Vacuolen
Celkernen
Groen komt door bladgroen in bladgroenkorrels, waar fotosynthese plaatsvindt. Verwachte fout: celkernen kiezen. Een cel heeft maar één kern. Image credit: Juan Carlos Fonseca Mata / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Welk celdeel is de paarse stip in het midden van deze wangcel?
Vacuole
Bladgroenkorrel
Celkern
Celwand
De gekleurde stip in het midden is de celkern. Een dierlijke cel heeft geen bladgroenkorrels en geen celwand. Verwachte fout: vacuole kiezen. Image credit: Kyreb / Wikimedia Commons, CC0
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Vraagtype 2: de functie van een celdeel
Bij 'beschrijf de functie' zeg je wat het celdeel doet.
Celmembraan: bepaalt welke stoffen de cel in en uit gaan.
Celwand: geeft steun en vorm.
Bladgroenkorrel: hier vindt fotosynthese plaats.
This item has no instructions
Welk celdeel bepaalt welke stoffen de cel in en uit gaan?
Celwand
Cytoplasma
Celmembraan
Vacuole
Het celmembraan regelt wat er binnenkomt en naar buiten gaat. Verwachte fout: celwand kiezen omdat die ook aan de buitenkant zit. De celwand geeft alleen steun.
Waarvoor dient de celwand van een plantencel?
Goed: steun en vorm geven aan de cel (ook: beschermen). Verwachte fout: 'bepaalt wat de cel in en uit gaat', dat is het celmembraan.
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Vraagtype 3: cellen vergelijken
Je krijgt een cel met een lijstje kenmerken.
Kijk naar drie dingen: kern, celwand en bladgroenkorrels.
Dier: alleen een kern. Plant: kern, celwand en bladgroenkorrels.
Schimmel: kern en celwand. Bacterie: geen kern, wel celwand.
This item has no instructions
Een cel heeft een kern en een celwand, maar geen bladgroenkorrels. Van welk organisme is de cel?
Schimmel
Plant
Dier
Bacterie
Kern en celwand zonder bladgroenkorrels: schimmel. Verwachte fout: plant kiezen, maar een plantencel heeft bladgroenkorrels.
Welke cellen hebben geen celkern?
Goed: bacteriecellen (bacteriën). Verwachte fout: 'dierlijke cellen' of 'schimmelcellen'. Die hebben wel een kern.
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Vraagtype 4: processen en niveaus
Let op welke stoffen erin en eruit gaan.
Fotosynthese: koolstofdioxide, water en licht erin, glucose en zuurstof eruit.
Verbranding: glucose en zuurstof erin, koolstofdioxide, water en energie eruit.
Niveaus van klein naar groot: cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme, ecosysteem.
This item has no instructions
Een plant neemt in het licht koolstofdioxide op en maakt glucose. Welk proces is dit?
Verbranding
Uitscheiding
Voortplanting
Fotosynthese
Koolstofdioxide en licht erin, glucose eruit: fotosynthese. Verwachte fout: verbranding, want daarbij komt juist koolstofdioxide vrij.
Welke energierijke stof maakt een plant?
Goed: glucose, bij fotosynthese. Verwachte fout: koolstofdioxide noemen, die neemt de plant juist op.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Celdelen aanwijzen op een afbeelding
De functie van een celdeel
Cellen van organismen vergelijken
Processen en organisatieniveaus
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Tips voor op het examen
Kijk bij een afbeelding eerst naar kleur en vorm voordat je een celdeel kiest.
Onthoud: dier geen celwand, plant celwand en bladgroenkorrels, bacterie geen kern.
Gebruik bij de organisatieniveaus de volgorde cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme.
Schrijf bij een proces op welke stoffen erin en welke eruit gaan.
This item has no instructions