GROEP 7 · REKENEN
Breuken vergelijken en optellen
Gelijknamig maken: als de stukken even groot zijn
½ + ⅓
= ⅚
GROEP 7 · REKENEN
Breuken vergelijken en optellen
Gelijknamig maken: als de stukken even groot zijn
½ + ⅓
= ⅚
De breukenstrook (repen onder elkaar met dezelfde lengte) is het krachtigste model voor deze les. Maak hem eventueel met de klas van papier. Laat kinderen zien dat je bij optellen niet de noemers optelt: ½ + ½ is niet 2/4. Duur ongeveer 45 minuten.
GROEP 7 · BREUKEN
Dit ga je leren
Ik zie dat verschillende breuken even groot kunnen zijn.
Ik vergelijk breuken met een strook.
Ik tel breuken op door ze gelijknamig te maken.
This item has no instructions
GROEP 7 · BREUKEN
Even groot, andere naam
Kijk naar de stroken. Ze zijn even lang.
½ van de bovenste is net zo veel als 2/4 van de middelste en 4/8 van de onderste.
Dus ½ = 2/4 = 4/8. Dat heten gelijkwaardige breuken.
This item has no instructions
GROEP 7 · BREUKEN
Boven en onder hetzelfde
Vermenigvuldig de teller en de noemer met hetzelfde getal. Dan blijft de breuk even groot.
⅔ = 2 × 2 / 3 × 2 = 4/6
¾ = 3 × 5 / 4 × 5 = 15/20
This item has no instructions
GROEP 7 · BREUKEN
⅓ = ...
2/3
1/6
2/6
3/6
Goed antwoord: 2/6.
GROEP 7 · BREUKEN
Welke breuk is groter: ⅗ of ½?
⅗
½
ze zijn even groot
Goed antwoord: ⅗. Maak ze gelijknamig: 6/10 tegen 5/10.
GROEP 7 · BREUKEN
Gelijknamig maken
Je wilt ½ + ⅓ uitrekenen. Maar de stukken zijn niet even groot.
Zoek een noemer die bij allebei past: 6.
½ = 3/6 en ⅓ = 2/6.
3/6 + 2/6 = 5/6.
De gemeenschappelijke noemer vind je door de tafels van beide noemers te vergelijken: 2, 4, 6 en 3, 6. De eerste die in allebei zit is 6.
GROEP 7 · BREUKEN
¼ + ¼ =
½
2/8
1/8
¼
Goed antwoord: ½.
GROEP 7 · BREUKEN
⅓ + ⅙ =
2/9
2/6
⅔
½
Goed antwoord: ½. ⅓ = 2/6, en 2/6 + 1/6 = 3/6 = ½. Wie 2/9 kiest, telt tellers en noemers op.
GROEP 7 · BREUKEN
¾ − ½ =
2/2
¼
½
1
Goed antwoord: ¼.
GROEP 7 · BREUKEN
Mila eet ⅜ van een taart. Haar broer eet ¼ van de taart. Welk deel hebben ze samen gegeten?
Goed antwoord: 5/8. ¼ = 2/8, en 3/8 + 2/8 = 5/8.
Sleep elke breuk naar de breuk die even groot is.
GROEP 7 · BREUKEN
½
⅓
¾
4/8
2/6
6/8
5/10
3/9
9/12
This item has no instructions
GROEP 7 · BREUKEN
Zet de breuken op volgorde, van klein naar groot.
Goede volgorde: 1/10, ⅕, ⅓, ½, ⅔, 9/10.
GROEP 7 · BREUKEN
Hoeveel is 1 − ⅖?
Goed antwoord: 3/5 of ⅗.
Gelijknamig maken
Vergelijken
Optellen en aftrekken
Niks meer!
GROEP 7 · BREUKEN
Wat vind jij het lastigst aan breuken?
This item has no instructions
GROEP 7 · BREUKEN
Goed gedaan!
Verschillende breuken kunnen even groot zijn: ½ = 2/4 = 4/8.
Optellen of aftrekken? Maak ze eerst gelijknamig.
Tel daarna alleen de tellers op. De noemer blijft hetzelfde.
This item has no instructions