Les 3: Poster

Les 3: Poster
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Keuzedeel crossmediaal communicerenMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Les 3: Poster

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je legt uit wat een poster is. 
  • Je benoemt de verschillen tussen een poster, flyer en brochure. 
  • Je ontwikkelt zelf een poster.  

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Zou dit nou werken?
Ga jij hierdoor minder pesten
Dit is de officiële poster 

Slide 4 - Slide

Deze poster helpt wel/niet tegen pesten. Leg uit waarom!

Slide 5 - Open question

Hoe maak je nou een goede poster?
Je zult voor jezelf een aantal vragen moeten beantwoorden.
  • wie
  • wat
  • waar
  • waarom
  • wanneer
  • hoe

Slide 6 - Slide

Voor WIE ga jij een poster maken?
Dit noem je de doelgroep.
Het maakt natuurlijk verschil of je deze poster voor bejaarden maakt of voor je klasgenoten. 

Slide 7 - Slide

WAT wil je bereiken?
Dit noem je ook wel het DOEL van je poster. Laat zien wat je wilt bereiken door middel van tekst en illustraties. 
PESTEN

Slide 8 - Slide

WAAR:
Je ontwerpt een poster voor jezelf en je klas/schoolgenoten. Dus de plaats waar de poster komt te hangen is ook belangrijk.  
Maar het waar is natuurlijk ook altijd afhankelijk van je doel en doelgroep.

Slide 9 - Slide

WAAROM maak je een poster?
Omdat deze zichtbaar zijn en opvallen vanwege de grootte.  Posters blijven vaak ook lang hangen. Een flyer of brochure kan weggegooid worden. 

Slide 10 - Slide

HOE????
Een poster kun je op heel veel verschillende manieren vormgeven. Dat zou niet eens perse op papier hoeven te zijn!
  • Tekenen op papier potlood / stiften
  • Een collage maken (op google vind je voorbeelden)
  • Op de computer maken met Canva 

Slide 11 - Slide

Opdracht
Je maakt een poster over een relevant maatschappelijk onderwerp. 
Criteria:
  • In Canva op A3 formaat;
  • Individuele opdracht;
  • Maak de poster aan de hand van 5W en 1H;
  • Visueel aantrekkelijk;
  • Correct taalgebruik en grammatica, geen taalfouten;
  • Inleveren via ITL.

Slide 12 - Slide