Leidinggevende en medewerker in gesprek, 2017. Foto: amtec, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Personeelsbeleid en HRM
Examenstof bedrijfseconomie vwo
Leidinggevende en medewerker in gesprek, 2017. Foto: amtec, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Personeelsbeleid en HRM
Examenstof bedrijfseconomie vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C2 17.1, 17.2, 17.8. Image credit: amtec_photos / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen hoe personeelsbeleid bijdraagt aan kernwaarden en concurrentiepositie, de drie fasen benoemen en loonkosten per eenheid product berekenen.
This item has no instructions
Welke woorden komen bij je op bij personeelsbeleid in een bedrijf?
Verwachte woorden: werven, sollicitatie, contract, salaris, opleiding, ontslag, pensioen, vacature, HRM, beoordeling. Gebruik ze om te laten zien dat het om een route gaat: instroom, doorstroom, uitstroom. Syllabus 17.
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Personeelsbeleid en HRM
Personeelsbeleid: alle keuzes over werven, selecteren, aannemen, motiveren, scholen en afscheid nemen van personeel.
HRM (human resource management): de syllabus schrijft 'personeelsbeleid/HRM' en bedoelt hetzelfde beleid.
Het beleid start bij een gegeven personeelsbehoefte: hoeveel mensen met welke kennis en vaardigheden heb je nodig?
Het past bij de doelstelling en de aard van de organisatie en houdt rekening met wet- en regelgeving.
Een medewerker doorloopt drie fasen: instroom, doorstroom en uitstroom. Samen zijn ze de route door de organisatie.
Syllabus 17 en 17.1: personeelsbeleid/HRM beschrijven en de relatie leggen met doelstelling en aard van de organisatie, uitgaande van een gegeven personeelsbehoefte. Op havo ging het om werven, selecteren en de arbeidsrelatie; op vwo leg je ook uit hoe het beleid bijdraagt aan kernwaarden, bedrijfsdoelen en concurrentiepositie. De arbeidsrelatie, het ontslagrecht en de medezeggenschap staan in een apart onderwerp. Veelgemaakte fout: personeelsbeleid zien als administratie van lonen en contracten. Nummering volgens de nieuwe tekst van de vwo-syllabus 2027 (pdf, versie 2): 17.1 kernwaarden, bedrijfsdoelen en concurrentiepositie; 17.2 instroom-, doorstroom- en uitstroomfase; 17.8 loonkosten per eenheid product.
Bakkerijpersoneel pakt oliebollen in, Noord-Hollands Archief
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Kernwaarden en concurrentie
Kernwaarden zijn de uitgangspunten waar de organisatie voor staat, bijvoorbeeld persoonlijke aandacht of duurzaamheid.
Personeelsbeleid draagt bij aan de kernwaarden: via wie je werft, hoe je beoordeelt en beloont en waarin je opleidt.
Goed personeelsbeleid draagt bij aan de bedrijfsdoelen: kwaliteit, productie en klanttevredenheid.
Zo versterkt HRM de concurrentiepositie: betere kwaliteit of lagere kosten dan de concurrent, of allebei.
Syllabus 17.1: uitleggen in hoeverre het personeelsbeleid/HRM bijdraagt aan kernwaarden, bedrijfsdoelen en concurrentiepositie van de organisatie. Gebruik een voorbeeld: een zorgorganisatie met de kernwaarde persoonlijke zorg selecteert op inlevingsvermogen en traint in gespreksvaardigheden. Kwaliteit of kosten als bron van concurrentievoordeel is een eigen uitwerking; de syllabus noemt alleen de concurrentiepositie. Veelgemaakte fout: kernwaarden zien als een slogan zonder gevolgen voor het beleid. Image credit: Cees de Boer (Fotoburo De Boer) / Wikimedia Commons, CC0
Vul in
Personeelsbeleid past bij de doelstelling en de aard van de organisatie en laat de kernwaarden zien.
Syllabus 17 en 17.1. Verwachte fout: personeelsbehoefte invullen; dat is het aantal en soort mensen dat nodig is, niet iets wat het beleid moet weerspiegelen.
Hotel Duinzicht traint personeel in gastvrijheid en vraagt hogere prijzen. Hoe helpt HRM hier?
Via lagere kosten dan de concurrent
Via een lagere personeelsbehoefte
Via betere kwaliteit dan de concurrent
Via minder wet- en regelgeving
Syllabus 17.1: HRM en concurrentiepositie. Training verhoogt de kwaliteit, daarom kan het hotel een hogere prijs vragen. Verwachte fout: lagere kosten kiezen; training kost juist geld.
Banenbeurs, Londen. Foto: German Embassy London, CC BY 2.0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Instroomfase
Basis: personeelsplanning (wie en hoeveel straks?), een functieprofiel en functiewaardering (hoe zwaar weegt de functie?).
Werving: kandidaten aantrekken met een vacature, ook via een recruiter die voor je zoekt.
Selectie: de best passende kandidaat kiezen, waarbij ook de kernwaarden meewegen.
Aanstelling: de gekozen kandidaat in dienst nemen met een arbeidsovereenkomst.
Syllabus 17.2, instroomfase: werving, selectie, vacature, recruiter, aanstelling. De begrippentabel van de syllabus zet functieprofielen, functiewaardering en personeelsplanning bij de doorstroomfase; ze zijn ook de basis voor werving en selectie, daarom staan ze hier. Een recruiter zoekt en benadert kandidaten, intern of als ingehuurd bureau. Veelgemaakte fout: werving en selectie door elkaar halen; werving trekt kandidaten aan, selectie kiest. Image credit: German Embassy London / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Leidinggevende en medewerker in gesprek, 2017. Foto: amtec, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Doorstroomfase
Het functioneringsgesprek kijkt naar het functioneren en naar wat nodig is om beter te functioneren.
Het beoordelingsgesprek geeft een oordeel over de prestaties en is vaak input voor beloning of promotie.
Promotie: een zwaardere functie. Demotie: een lichtere functie. Taakroulatie: wisselen van taken.
Training en opleiding houden kennis en vaardigheden bij en bereiden voor op een volgende functie.
Syllabus 17.2, doorstroomfase: functioneringsgesprek, beoordelingsgesprek, promotie, demotie, taakroulatie, training en opleiding (functioneren en beoordelen). Functioneringsgesprek: tweezijdig en vooruitkijkend. Beoordelingsgesprek: de leidinggevende oordeelt over de prestaties. Demotie kan ook vrijwillig zijn. Veelgemaakte fout: de twee gesprekken verwisselen. Image credit: amtec_photos / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Afscheidsreceptie bij de brandweer, 1960. Foto: Joop van Bilsen, Anefo, CC0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Uitstroomfase
Medewerkers vertrekken door ontslag, het einde van een contract of pensioen.
Bij ontslag kan een transitievergoeding verschuldigd zijn: een vergoeding voor de werknemer.
Outplacement: begeleiding naar een nieuwe baan, vaak betaald door de werkgever.
Een exitgesprek laat zien waarom iemand vertrekt; gebruik die les voor het beleid.
Syllabus 17.2, uitstroomfase: outplacement, ontslag, transitievergoeding, pensioen, exitgesprekken. De regels van het ontslagrecht en de gronden voor ontslag staan in het onderwerp over arbeidsrelatie, ontslag en medezeggenschap; hier gaat het om de plaats van uitstroom in het personeelsbeleid. Veelgemaakte fout: uitstroom alleen zien als ontslag. Pensioen en het einde van een tijdelijk contract horen er ook bij. Image credit: Joop van Bilsen / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0
Zet de stappen van het personeelsbeleid op volgorde
Syllabus 17.2: instroom (vacature, selectie, aanstelling), doorstroom (functioneringsgesprek), uitstroom (exitgesprek). Verwachte fout: het exitgesprek te vroeg zetten.
Een ontwerpbureau laat Eva een jaar op een andere afdeling werken om breder te leren. Welk begrip?
Demotie
Taakroulatie
Promotie
Outplacement
Syllabus 17.2: taakroulatie in de doorstroomfase. Eva wisselt van taken zonder zwaardere of lichtere functie. Verwachte fout: promotie, omdat ze iets nieuws leert.
Melkflessen vullen aan de lopende band, Denemarken 1954. Van de Poll, CC0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Loonkosten per product
Loonkosten per eenheid product = totale loonkosten gedeeld door het aantal geproduceerde eenheden.
Voorbeeld: € 480.000 loonkosten en 12.000 producten geven € 40,00 per product.
Jaar erna: € 510.000 en 15.000 producten: € 34,00. Totaal +6,25%, per product 15% lager.
Syllabus 17.8: de loonkosten per eenheid product van de organisatie uitleggen en berekenen met betrekking tot de concurrentie of een interne doelstelling. Uitwerking voorbeeld: 480.000 : 12.000 = 40; 510.000 : 15.000 = 34; 510.000 : 480.000 = 1,0625 (+6,25%); 34 : 40 = 0,85 (min 15%). Let op: loonkosten per product kunnen dalen terwijl de totale loonkosten stijgen. De syllabus geeft geen formule (niet in Bijlage 4); de deling is de gebruikelijke berekening en de leerling moet die kunnen. Veelgemaakte fout: alleen naar de totale loonkosten kijken. Image credit: Willem van de Poll / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Tegenover concurrent of doel
Je beoordeelt de loonkosten per eenheid product ten opzichte van de concurrentie of een interne doelstelling.
Concurrentie: lagere loonkosten per product dan de concurrent geven ruimte voor een lagere prijs of een hogere marge.
Interne doelstelling: bijvoorbeeld 'de loonkosten per product mogen dit jaar hoogstens 2% stijgen'.
Personeelsbeleid beïnvloedt het getal: beter opgeleid personeel maakt met dezelfde loonkosten vaak meer producten.
Hogere loonkosten per product hoeven geen probleem te zijn als de klant betaalt voor de betere kwaliteit.
Syllabus 17.8: met betrekking tot de concurrentie of een interne doelstelling. Laat zien dat het getal pas betekenis krijgt in een vergelijking. De voorbeelden (prijs, marge, kwaliteit) zijn een eigen uitwerking. Veelgemaakte fout: denken dat lagere loonkosten per product altijd lagere totale loonkosten betekenen.
Vul in
Loonkosten per eenheid product = totale loonkosten gedeeld door het aantal geproduceerde eenheden in dezelfde periode.
Syllabus 17.8. Verwachte fout: delen door het aantal medewerkers; dat geeft de loonkosten per medewerker.
Een bedrijf wil lagere loonkosten per product zonder ontslagen. Wat helpt?
Alle lonen 3% verhogen bij gelijke productie
Minder produceren met hetzelfde personeel
Meer uren betalen voor dezelfde productie
Medewerkers trainen zodat ze meer produceren
Syllabus 17.8 en 17.1: meer productie bij dezelfde loonkosten verlaagt de loonkosten per eenheid. Hogere lonen, minder productie of meer betaalde uren bij gelijke productie verhogen ze juist. Verwachte fout: alleen naar het loon kijken.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Kernwaarden en concurrentie
De drie fasen
Loonkosten per eenheid product
Loonkosten tegenover een doel
Gebruik de uitkomst om te bepalen waar je start met herhalen.
Noem een HRM-keuze die past bij een kernwaarde.
Een goed antwoord noemt een kernwaarde (bijvoorbeeld persoonlijke aandacht, duurzaamheid, betrouwbaarheid) en een keuze in werving, selectie, beoordeling of opleiding die erbij past. Syllabus 17.1.
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Begrippen (1/2)
personeelsbeleid en HRM: Alle keuzes over personeel, afgestemd op doelstelling en aard van de organisatie
kernwaarden: Uitgangspunten waar de organisatie voor staat
concurrentiepositie: Hoe de organisatie ervoor staat tegenover concurrenten, bijvoorbeeld in kwaliteit of kosten
instroomfase: Werving, selectie, vacature, recruiter en aanstelling van nieuwe medewerkers
doorstroomfase: Functioneren, beoordelen, promotie, demotie, taakroulatie, training en opleiding
This item has no instructions
EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM
Begrippen (2/2)
uitstroomfase: Ontslag, pensioen, outplacement, transitievergoeding en exitgesprekken
personeelsplanning: Bepalen wie en hoeveel medewerkers de organisatie straks nodig heeft
taakroulatie: Medewerkers wisselen van taken om breder te worden
outplacement: Begeleiding van vertrekkende medewerkers naar een nieuwe baan
loonkosten per eenheid product: Totale loonkosten gedeeld door het aantal geproduceerde eenheden
This item has no instructions