Niet-financiële informatie (Bedrijfseconomie vwo), les 1: Uitleg

Tevredenheidsmeting op een luchthaven. Foto: TaurusEmerald, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Niet-financiële informatie

Examenstof bedrijfseconomie vwo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg voor het vwo-examen bedrijfseconomie: de verschillen tussen financiële en niet-financiële informatie, de tien begrippen uit de syllabus, het belang voor het management, beleidsbeslissingen en risicomanagement, met 6 checks.

Items in this lesson

Tevredenheidsmeting op een luchthaven. Foto: TaurusEmerald, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Niet-financiële informatie

Examenstof bedrijfseconomie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: F1 29, 29.1, 29.2; F2 31.2, 31.2.1. Image credit: TaurusEmerald / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Wat ga je kunnen?

Ik kan de verschillen tussen financiële en niet-financiële informatie uitleggen, het belang voor het management aangeven en beslissingen en risico's aan niet-financiële informatie koppelen.

This item has no instructions

Een bedrijf boekt een prima resultaat. Welke andere cijfers wil je als directeur toch nog zien?

Syllabus 29: welke financiële en niet-financiële informatiebehoefte het management heeft. Verwachte woorden: klanttevredenheid, verloop, verzuim, levering, imago, nieuwe producten, dataveiligheid. Laat leerlingen die woorden later in de les sorteren: gaat het over euro's of niet. Veelgemaakte fout: denken dat een goed resultaat alles zegt over hoe het bedrijf ervoor staat.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Financieel en niet-financieel

  • Financiële informatie is uitgedrukt in euro's: opbrengsten, kosten, uitgaven en resultaat (winst).

  • Niet-financiële informatie druk je niet in euro's uit: aantallen, percentages, scores of oordelen.

  • Let op: een percentage is niet vanzelf niet-financieel. Kijk of het over een geldbedrag gaat.

  • Financiële informatie komt uit de administratie, niet-financiële vaak uit metingen, registraties of enquêtes.

  • Financieel laat vooral zien wat er gebeurd is. Niet-financieel laat vaak zien waarom en wat eraan komt.

Syllabus 29.1: de verschillen tussen financiële informatie en niet-financiële informatie uitleggen. De syllabus geeft geen definities; de omschrijvingen en de verschillen in bron en tijdsrichting zijn een eigen uitleg in leerlingtaal. Vwo vraagt dat je een gegeven in een casus goed indeelt en het verschil kunt verwoorden. Veelgemaakte fout: elk percentage of elk cijfer over personeel als niet-financieel zien. De loonkosten zijn financieel, het aantal vertrekkende medewerkers niet.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Het belang voor het management

  • Het management stuurt de organisatie en heeft informatie nodig om het functioneren te beoordelen.

  • Het resultaat toont het gevolg van keuzes. Niet-financiële informatie toont vaak de oorzaak.

  • Niet-financiële informatie waarschuwt eerder: tevreden klanten en personeel geven opbrengsten van later.

  • Een goed resultaat kan een probleem verbergen, zoals hoog verloop of dalende klanttevredenheid.

  • Het management gebruikt daarom beide soorten informatie samen, per onderdeel van de organisatie.

Syllabus 29 en 29.2: het belang van niet-financiële informatie voor het management uitleggen. Redeneer in een casus van een niet-financieel gegeven naar een gevolg voor de opbrengsten of kosten. Veelgemaakte fout: zeggen dat niet-financiële informatie 'minder belangrijk' is omdat ze niet in geld is uitgedrukt. Ze laat juist zien wat het resultaat later gaat beïnvloeden.

Een lege werkplek op een kantoor, Tallinn. Foto: Liilia Moroz, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Personeel: verloop en verzuim

  • Personeelsverloop (%) = vertrokken medewerkers / gemiddeld aantal medewerkers x 100.

  • Hulpformules, niet in Bijlage 4. Gemiddeld = (begin + eind) / 2: begin 40, eind 60 geeft 50; 5 weg is 10%.

  • Ziekteverzuim (%) = verzuimde werkdagen / te werken werkdagen x 100.

  • Hoog verloop en verzuim kosten geld en wijzen vaak op werkdruk of weinig werkplezier.

Syllabus 29: personeelsverloop en ziekteverzuim. De syllabus geeft geen formules en ze staan niet in Bijlage 4; de formules zijn een eigen uitleg op basis van de gangbare definities. Voorbeeld: begin 40 en eind 60 is gemiddeld (40 + 60) / 2 = 50 medewerkers; 5 / 50 x 100 = 10%. In een examenopgave wordt de formule zo nodig gegeven. Veelgemaakte fout: delen door het aantal medewerkers aan het begin of het eind in plaats van het gemiddelde. Image credit: Liilia Moroz / Wikimedia Commons, CC0

Hotel Duinroos meet loonkosten, verzuim (4,5%), resultaat en gastcijfer (8,2). Welke zijn niet-financieel?

A

Loonkosten en verzuim

B

Resultaat en gastcijfer

C

Verzuim en gastcijfer

D

Loonkosten en resultaat

Syllabus 29.1. Verzuim is een percentage van werkdagen en het gastcijfer een score: beide niet in euro's. Loonkosten en resultaat zijn bedragen. Verwachte fout: de loonkosten kiezen omdat het over personeel gaat. Hotel Duinroos is verzonnen.

Vul in

Financiële informatie druk je uit in euro's en laat vooral zien wat er gebeurd is. Niet-financiële informatie geeft vaak een waarschuwing vooraf.

euro's
waarschuwing
percentages
heden

Syllabus 29.1 en 29.2. Het verschil in tijdsrichting is een eigen uitleg: niet-financiële informatie voorspelt vaak het resultaat van later. Verwachte fout: percentages invullen, omdat niet-financiële informatie vaak in percentages staat.

Een callcenter met klantenservice. Foto: Singhira, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Klanten: tevredenheid en imago

  • Klanttevredenheid: hoe tevreden klanten zijn over product en service, vaak als rapportcijfer.

  • Imago: het beeld dat mensen van de organisatie hebben, ook mensen die geen klant zijn.

  • Tevreden klanten kopen opnieuw. Een slecht imago kan klanten en sollicitanten wegjagen.

  • Je meet het met enquêtes, beoordelingen en het aantal klachten.

Syllabus 29: klanttevredenheid en imago. Omschrijvingen in leerlingtaal. Klanttevredenheid gaat over de ervaring van klanten, imago over het beeld bij een breder publiek. Imago kan door slecht nieuws dalen terwijl klanten tevreden zijn. Veelgemaakte fout: de twee door elkaar halen. Vraag bij de foto: welke cijfers kan deze afdeling het management leveren? Image credit: Singhira / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Aftekenen voor een pakket op een telefoon. Foto: Meanwell Packaging, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Levering

  • Leveringstermijn: de tijd tussen de bestelling en de levering bij de klant.

  • Leveringsbetrouwbaarheid: hoe vaak er op tijd en volgens afspraak wordt geleverd.

  • Hulpformule (niet in Bijlage 4): betrouwbaarheid (%) = leveringen op tijd / alle leveringen x 100.

  • Een korte termijn helpt niet als de afspraak vaak niet wordt nagekomen.

Syllabus 29: leveringstermijn en leveringsbetrouwbaarheid. De formule is een eigen uitleg en staat niet in Bijlage 4. De termijn is een duur, de betrouwbaarheid een percentage. Een bezorger kan snel maar onbetrouwbaar zijn en andersom. Veelgemaakte fout: de twee begrippen omwisselen of denken dat een korte termijn automatisch betrouwbaar is. Image credit: Meanwell Packaging / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Een elektrische auto aan de lader, Tokio. Foto: Syced, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Innovatiekracht

  • Innovatiekracht: het vermogen om nieuwe producten of werkwijzen te bedenken en in te voeren.

  • Je ziet het aan het aantal nieuwe producten dat de organisatie per jaar uitbrengt.

  • Innovatie kost nu geld en levert later pas opbrengsten op. Het resultaat van nu laat dat niet zien.

  • Met veel innovatiekracht kan de organisatie sneller meebewegen met wat klanten willen.

Syllabus 29: innovatiekracht. Omschrijving in leerlingtaal. De uitgaven aan onderzoek zijn financieel, de innovatiekracht zelf niet. Veelgemaakte fout: innovatiekracht gelijkstellen aan de kosten van onderzoek en ontwikkeling. Het gaat om het vermogen en het resultaat ervan. Image credit: Syced / Wikimedia Commons, CC0

Financieel gevolg van ontevreden klanten?

Syllabus 29.2. Goed antwoord: de opbrengsten dalen omdat klanten wegblijven of minder kopen, of de kosten stijgen door klachtenafhandeling en retouren. Verwachte fout: alleen noemen dat klanten boos zijn zonder het effect op opbrengsten of kosten.

Pakketdienst Zwift bezorgt gemiddeld in 1 dag, maar 40% van de pakketten komt te laat. Wat klopt?

A

Korte termijn en lage betrouwbaarheid

B

Lange termijn en lage betrouwbaarheid

C

Korte termijn en hoge betrouwbaarheid

D

Lange termijn en hoge betrouwbaarheid

Syllabus 29. De termijn is 1 dag (kort). Als 40% te laat is, is 60% op tijd: dat is een lage betrouwbaarheid. Verwachte fout: de korte termijn gelijkstellen aan een hoge betrouwbaarheid. Pakketdienst Zwift is verzonnen.

Technicus bij een serverrek (NERSC, Berkeley). Foto: Derrick Coetzee, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Data en maatschappij

  • Dataveiligheid: gegevens van klanten en medewerkers beschermen tegen verlies of misbruik.

  • Werkgelegenheid: het aantal banen dat de organisatie biedt, bijvoorbeeld in de regio.

  • Diversiteit en inclusie: medewerkers met verschillende achtergronden die er allemaal bij horen.

  • Een datalek schaadt het imago en kan geld kosten. De andere twee tonen de rol voor de samenleving.

Syllabus 29: dataveiligheid, werkgelegenheid, diversiteit en inclusie. Omschrijvingen in leerlingtaal. Werkgelegenheid en diversiteit en inclusie sluiten aan bij de maatschappelijke rol van de organisatie. Veelgemaakte fout: dataveiligheid als financiële informatie zien omdat een datalek geld kost. Het geldverlies is financieel, de veiligheid zelf niet. Image credit: Derrick Coetzee / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Van informatie naar beleid

  • Het management koppelt beslissingen aan de resultaten per informatiecategorie, financieel en niet-financieel.

  • Verloop of verzuim hoog: personeelsbeleid aanpassen, bijvoorbeeld werkdruk, beloning of ontwikkelmogelijkheden.

  • Klanttevredenheid of imago laag: service, kwaliteit of communicatie verbeteren. Levering slecht: planning of voorraad herzien.

  • Dataveiligheid zwak: meer beveiliging en training. Innovatiekracht laag: meer geld voor onderzoek en ontwikkeling.

  • Werkwijze, geen syllabustekst: 1 meten, 2 vergelijken met de doelstelling, 3 de oorzaak zoeken, 4 een beslissing nemen.

Syllabus 31.2: uitleggen welke beleidsbeslissingen het management kan koppelen aan de behaalde resultaten per financiële en niet-financiële informatiecategorie. De voorbeelden zijn eigen uitleg en geen vaste lijst; een andere logische beslissing is ook goed. De vier stappen zijn een eigen werkwijze, afgeleid van de gangbare regelkring (meten, vergelijken met de norm, analyseren, bijsturen); ze staan op de dia als werkwijze gemarkeerd. Veelgemaakte fout: een beslissing kiezen bij een andere categorie, bijvoorbeeld reclame maken terwijl de levering onbetrouwbaar is.

Een koortsthermometer. Foto: Alabama Extension, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Risicomanagement

  • Risicomanagement: risico's die de ondernemingsresultaten kunnen raken opsporen en beperken.

  • Niet-financiële informatie is er een onderdeel van: ze toont risico's eerder dan de cijfers.

  • Hoog verloop kost wervingsgeld en ervaring, een datalek kost klanten en imago.

  • Zo kan niet-financiële informatie de ondernemingsresultaten beïnvloeden.

Syllabus 31.2.1: uitleggen dat niet-financiële informatie een belangrijk onderdeel is van risicomanagement en dat het de ondernemingsresultaten kan beïnvloeden. De omschrijving van risicomanagement is een eigen uitleg. De thermometer is een beeld: een stijgend ziekteverzuim is een koortsmeter voor de organisatie. Veelgemaakte fout: risicomanagement alleen als verzekeren of als financieel risico zien. Image credit: Alabama Extension / Wikimedia Commons, CC0

Bij Metaalbedrijf Brons loopt het verzuim op door werkdruk. Welke beslissing past bij deze informatie?

A

De verkoopprijzen van de producten verhogen

B

De werkdruk verlagen, bijvoorbeeld met extra personeel

C

Meer reclame maken voor het bedrijf

D

Een nieuw product op de markt brengen

Syllabus 31.2: personeelsbeleid past bij personeelsinformatie. De andere beslissingen horen bij prijs, promotie en innovatie en lossen het verzuim niet op. Verwachte fout: een beslissing kiezen die bij een andere categorie hoort. Metaalbedrijf Brons is verzonnen.

Waarom hoort niet-financiële informatie bij risicomanagement?

A

Ze vervangt de resultatenrekening van het bedrijf

B

Ze is verplicht in euro's uit te drukken

C

Ze laat alleen zien wat vorig jaar gebeurd is

D

Ze toont risico's die de resultaten later kunnen raken

Syllabus 31.2.1. Niet-financiële informatie waarschuwt vaak eerder dan de cijfers en kan zo de ondernemingsresultaten beïnvloeden. Verwachte fout: denken dat niet-financiële informatie het financiële verslag vervangt.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Financieel of niet-financieel

2

De tien begrippen

3

Beslissingen koppelen

4

Risicomanagement

Gebruik de uitslag om te bepalen welk blok je nog een keer doorloopt.

Een niet-financieel cijfer voor jouw school?

Elk bruikbaar antwoord telt, bijvoorbeeld ziekteverzuim van docenten, tevredenheid van leerlingen of het aantal leerlingen dat afhaakt. Vraag bij elk antwoord welke beslissing het management daaraan kan koppelen (syllabus 31.2).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Begrippen (1/2)

  • personeelsverloop: Het deel van de medewerkers dat in een periode vertrekt.

  • ziekteverzuim: Het deel van de werktijd dat medewerkers ziek zijn.

  • imago: Het beeld dat mensen van de organisatie hebben.

  • leveringsbetrouwbaarheid: Hoe vaak er op tijd en volgens afspraak wordt geleverd.

  • leveringstermijn: De tijd tussen bestelling en levering.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Begrippen (2/2)

  • dataveiligheid: Gegevens van klanten en medewerkers goed beschermen.

  • werkgelegenheid: Het aantal banen dat de organisatie biedt.

  • diversiteit en inclusie: Medewerkers met verschillende achtergronden die er allemaal bij horen.

  • innovatiekracht: Het vermogen om nieuwe producten of werkwijzen in te voeren.

  • klanttevredenheid: Hoe tevreden klanten zijn over product en service.

This item has no instructions