Personeelsbeleid en HRM (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Leidinggevende en medewerker in gesprek, 2017. Foto: amtec, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Examentraining

Personeelsbeleid en HRM: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met 8 vragen in 4 vraagtypen: loonkosten per product berekenen, loonkosten tegenover concurrent of doel, HRM-keuzes in een casus en kernwaarden met concurrentie. De notes bevatten de uitwerking van de berekeningen.

Items in this lesson

Leidinggevende en medewerker in gesprek, 2017. Foto: amtec, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Examentraining

Personeelsbeleid en HRM: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: amtec_photos / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus loonkosten per eenheid product berekenen en personeelsbeleid koppelen aan doelstelling en concurrentie.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: noteer de doelstelling, de aard van de organisatie en de gegeven cijfers.

  • 2. Herken: bepaal de fase (instroom, doorstroom, uitstroom) of het doel (kernwaarde, bedrijfsdoel, concurrentiepositie).

  • 3. Reken: loonkosten per eenheid = loonkosten : productie, voor elk jaar apart.

  • 4. Koppel: leg het verband met kernwaarden, concurrentie of een interne doelstelling.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Type 1: loonkosten per product

  • Je rekent de loonkosten per eenheid product uit voor elk jaar apart.

  • Loonkosten per eenheid = totale loonkosten : aantal geproduceerde eenheden.

  • Een stijging van het totaal hoeft geen stijging per product te zijn: kijk naar de productie.

  • Een verandering van € 0,80 naar € 0,90 geef je in procenten van het beginbedrag.

This item has no instructions

In 2024: € 336.000 loonkosten, 14.000 stoelen. In 2025: € 357.000, 17.000 stoelen. Loonkosten per stoel in 2025?

A

€ 25,50

B

€ 21,00

C

€ 24,00

D

€ 22,50

Syllabus 17.8. Uitwerking: 357.000 : 17.000 = 21. Foute opties: 357.000 : 14.000 = 25,50 (verkeerde productie); 336.000 : 14.000 = 24 (het jaar 2024); (24 + 21) : 2 = 22,50 (gemiddelde). Controle: 21 x 17.000 = 357.000.

De loonkosten per brood stijgen van € 0,80 naar € 0,90. Hoeveel procent stijgen ze?

A

10%

B

11,1%

C

12,5 procentpunt

D

12,5%

Syllabus 17.8. Uitwerking: (0,90 min 0,80) : 0,80 = 0,125 = 12,5%. Fout 10%: het verschil van € 0,10 als procent. Fout 11,1%: gedeeld door het nieuwe bedrag. Procentpunt is bij een stijging van een bedrag onjuist.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Type 2: tegenover concurrent of doel

  • Je vergelijkt de loonkosten per eenheid product met een interne doelstelling of met de concurrent.

  • Bij een doel per product reken je terug: maximale loonkosten = doel per product x aantal producten.

  • Daarna leg je uit wat het verschil betekent voor prijs, marge of kwaliteit.

This item has no instructions

Meubelmaker Osei wil hoogstens € 12,00 loonkosten per bureau bij 42.000 bureaus. Maximale loonkosten?

A

€ 3.500

B

€ 50.400

C

€ 5.040.000

D

€ 504.000

Syllabus 17.8 (interne doelstelling). 12 x 42.000 = 504.000; controle: 504.000 : 42.000 = 12. Verwachte fouten: 42.000 : 12 = 3.500 (gedeeld in plaats van vermenigvuldigd) of een fout met nullen.

Hotel Lindeboom heeft door extra service hogere loonkosten per overnachting dan de concurrent. Wanneer is dat geen probleem?

A

Als de totale loonkosten van het hotel ook stijgen

B

Als gasten voor die service een hogere prijs betalen

C

Als de concurrent meer overnachtingen verkoopt

D

Als het hotel minder functioneringsgesprekken voert

Syllabus 17.8 en 17.1: hogere loonkosten per eenheid zijn te verdedigen als de kwaliteit de concurrentiepositie versterkt en klanten ervoor betalen. Verwachte fout: denken dat hogere totale loonkosten het probleem oplossen.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Type 3: HRM-keuzes in een casus

  • Je koppelt een situatie aan het juiste onderdeel van het personeelsbeleid.

  • Let op de fase: gaat het om binnenkomen, groeien of vertrekken van personeel?

  • Let op het doel: wat wil de organisatie bereiken met deze keuze?

This item has no instructions

Mila vertelt haar leidinggevende dat ze wil groeien en ze kiezen samen een training. Welk gesprek is dit?

A

Een beoordelingsgesprek

B

Een exitgesprek

C

Een functioneringsgesprek

D

Een sollicitatiegesprek

Syllabus 17.2, doorstroomfase. Tweezijdig en gericht op verbetering en ontwikkeling: functioneringsgesprek. Een beoordelingsgesprek geeft een oordeel over prestaties. Verwachte fout: beoordelingsgesprek.

In vijf jaar gaat 30% van de monteurs van een bouwbedrijf met pensioen. Waar houdt het bedrijf rekening mee?

A

Personeelsplanning

B

Taakroulatie

C

Functiewaardering

D

Outplacement

Syllabus 17.2: pensioen is uitstroom; de personeelsplanning bepaalt wie en hoeveel er straks nodig zijn. Taakroulatie en functiewaardering lossen het tekort niet op; outplacement is voor vertrekkers die een nieuwe baan zoeken.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Type 4: kernwaarden en concurrentie

  • Je legt uit hoe een kernwaarde terugkomt in werving, beoordeling of opleiding.

  • Je legt uit hoe het beleid de kwaliteit of de kosten ten opzichte van de concurrent beïnvloedt.

  • Gebruik de casus: noem de kernwaarde, de HRM-keuze en het effect.

This item has no instructions

Fietsenmaker Rivo heeft persoonlijke aandacht als kernwaarde. Welke HRM-keuze past?

A

Selecteren op het laagste loon, ongeacht klantcontact

B

Selecteren op inlevingsvermogen en trainen in klantgesprekken

C

Alle klantcontact door een chatbot laten doen

D

Beoordelen op het aantal verkochte fietsen per uur

Syllabus 17.1: personeelsbeleid draagt bij aan de kernwaarde via selectie, training en beoordeling. De andere opties passen niet bij persoonlijke aandacht.

Noem één voordeel van beter opgeleid personeel.

Syllabus 17.1. Goede antwoorden: hogere kwaliteit, minder fouten, meer klanttevredenheid, hogere productie met dezelfde loonkosten (lagere loonkosten per eenheid) en daardoor een sterkere concurrentiepositie. Verwachte fout: ze verdienen meer, dat is geen voordeel voor de organisatie.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Loonkosten per product

2

Tegenover concurrent of doel

3

HRM-keuzes in een casus

4

Kernwaarden en concurrentie

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSONEEL · HRM

Tips voor op het examen

  • Reken bij loonkosten per eenheid altijd per jaar apart en vergelijk daarna pas.

  • Noem bij een uitleg altijd de koppeling: kernwaarde, doelstelling of concurrentiepositie.

  • Bepaal bij een casus eerst de fase: instroom, doorstroom of uitstroom.

  • Procent is iets anders dan procentpunt: schrijf bij een stijging het verschil op het beginbedrag.

This item has no instructions