WELVAART EN GROEI · GROEI
Quiz
Terugblik: Structurele groei
WELVAART EN GROEI · GROEI
Quiz
Terugblik: Structurele groei
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: A ansems / Wikimedia Commons, publiek domein
De regering verbetert de kinderopvang, zodat meer ouders kunnen werken. Wat verhoogt dit?
K, het kapitaal
A, de totale factorproductiviteit
L, de arbeid
f, de vorm van de productiefunctie
Meer mensen aan het werk is meer arbeid (L). Verwachte fout: A kiezen omdat het om beleid gaat.
Vul in: twee begrippen
Bij afnemende meeropbrengsten levert extra K steeds minder extra Y op; bij constante schaalopbrengsten verdubbelt Y als K en L verdubbelen.
Eén factor groter geeft afnemende meeropbrengsten; K en L samen groter in gelijke mate geeft constante schaalopbrengsten.
Een land vergroot K en L allebei met 10% (A gelijk). Wat verwacht je van Y?
Y stijgt met minder dan 10%
Y stijgt met meer dan 10%
Y stijgt met 10%
Y stijgt met 20%
Constante schaalopbrengsten: evenredige toename van K en L geeft een evenredige toename van Y. Verwachte fout: 20% (de som van K en L).
Welk voorbeeld hoort bij instituties?
Een rechtsstaat die contracten afdwingt
Een nieuwe snelweg tussen twee steden
Een machine die automatisch werkt
Een cursus voor werklozen
Instituties zijn spelregels zoals de rechtsstaat. Verwachte fout: de snelweg kiezen, dat is infrastructuur.
K en L gelijk, A daalt. Wat doet Y?
Y daalt: de productiefunctie verschuift omlaag. Verwachte fout: zeggen dat Y gelijk blijft omdat K en L gelijk blijven.
Land P en Q hebben evenveel K en L. Bij K = 36 is Y 72 in P en 48 in Q. Wat verklaart dit het best?
Q heeft meer kapitaal dan P
P heeft afnemende meeropbrengsten en Q niet
Q heeft constante schaalopbrengsten en P niet
P heeft een hogere totale factorproductiviteit
Bij gelijke K en L verklaart alleen A het verschil. Verwachte fout: afnemende meeropbrengsten gelden in beide landen.
Een autobedrijf bedenkt een manier om auto's goedkoper te bouwen. Welk soort innovatie?
Productinnovatie
Procesinnovatie
Learning by doing
Groeibevorderend beleid
Een nieuwe productiemethode is procesinnovatie. Verwachte fout: productinnovatie, dat is een nieuw of beter product.
Een eiland ligt aan zee, midden in drukke handelsroutes. Welke factor van A is dit?
Gunstige geografische ligging
Eigendomsrechten
Learning by doing
Procesinnovatie
Ligging is een omstandigheid die A verhoogt. Verwachte fout: instituties, maar het gaat niet om regels.
Waarom is meer K alleen niet genoeg voor groei op de lange termijn?
Meer K verlaagt de arbeid L
Meer K verlaagt de totale factorproductiviteit
Extra K levert steeds minder extra Y op
Y daalt bij elke extra eenheid K
Afnemende meeropbrengsten: Y blijft stijgen, maar minder per eenheid. Een hogere A verschuift de lijn. Verwachte fout: denken dat Y daalt.
Door een ramp daalt K, terwijl L en A gelijk blijven. Wat gebeurt er met de potentiële productie?
Die blijft gelijk, want A is gelijk
Die daalt: een beweging langs de lijn naar links
Die stijgt door afnemende meeropbrengsten
De lijn verschuift omhoog
Minder K betekent minder Y bij gelijke L en A. Verwachte fout: denken dat een verschuiving nodig is; die komt alleen door een andere A.
Wat bepaalt op lange termijn vooral de economische groei?
De groei van de consumptieve bestedingen
De hoogte van de rente
De omvang van het begrotingstekort
De groei van de productiefactoren en de technologie
Op lange termijn bepaalt het aanbod de groei. Verwachte fout: de vraagzijde kiezen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
WELVAART EN GROEI · GROEI
Goed gedaan!
Je kunt nu uitleggen hoe kapitaal, arbeid en de totale factorproductiviteit samen de potentiële productie bepalen, en waarom instituties ertoe doen.
This item has no instructions