WELVAART EN GROEI · GROEI
Examentraining
Structurele groei: zo pak je examenvragen aan
WELVAART EN GROEI · GROEI
Examentraining
Structurele groei: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: A ansems / Wikimedia Commons, publiek domein
WELVAART EN GROEI · GROEI
Wat ga je kunnen?
Ik kan met grafieken van de productiefunctie redeneren over K, L en A en de gevolgen voor Y.
This item has no instructions
WELVAART EN GROEI · GROEI
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke grafiek of tabel, wat staat op de assen en wat is constant (L, K of A)?
2. Kies: beweging langs de lijn (K of L verandert) of verschuiving van de lijn (A verandert)?
3. Lees af: schrijf de waarden van Y en K of L uit de grafiek op.
4. Beantwoord: reken met die waarden en geef een korte onderbouwing.
This item has no instructions
WELVAART EN GROEI · GROEI
Productie Y bij oplopende arbeid L in Zonnedal
Vraagtype 1: waarden aflezen
Zonnedal: kapitaal is constant, de grafiek laat Y zien bij oplopende arbeid L.
Lees Y af met de stippellijnen: ga vanaf L omhoog en dan naar links.
Reken met verschillen: nieuwe waarde min oude waarde.
Zonnedal: Y = 16, 32, 48, 64, 80 bij L = 4, 16, 36, 64, 100. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Zonnedal (zie grafiek): hoeveel is Y bij L = 36?
36
32
64
48
Af te lezen: 48. Verwachte fouten: 36 (de L-waarde zelf), 32 (Y bij L = 16) en 64 (Y bij L = 64).
Y bij L = 36 en L = 64: hoeveel stijgt Y?
Y gaat van 48 naar 64: een stijging van 16. Verwachte fout: 28 (het verschil in L) antwoorden.
WELVAART EN GROEI · GROEI
Productie Y bij oplopend kapitaal K (arbeid constant)
Vraagtype 2: afnemende meeropbrengsten
Kijk naar de helling van de lijn: hoe vlakker, hoe minder extra Y per extra K.
Vergelijk steeds dezelfde stijging van Y: hoeveel extra K is daarvoor nodig?
Noem het begrip: afnemende meeropbrengsten, en vermeld dat Y blijft stijgen.
Dezelfde grafiek als in de uitleg: Y 40, 60, 80, 100 bij K 16, 36, 64, 100. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Zie de grafiek. Welke uitspraak over de productiefunctie klopt?
Hoe hoger K, hoe minder extra K nodig is voor dezelfde stijging van Y
Hoe hoger K, hoe meer extra K nodig is voor dezelfde stijging van Y
Y daalt zodra K hoger is dan 64
Extra K levert bij elke K evenveel extra Y op
Voor Y +20 is eerst 20, dan 28, dan 36 extra K nodig. Verwachte fout: denken dat de lijn lineair is of dat Y daalt.
Extra K voor Y van 60 naar 80: hoeveel?
K gaat van 36 naar 64: 28 extra K. Verwachte fout: 20 (het verschil in Y) antwoorden.
WELVAART EN GROEI · GROEI
Productiefunctie voor en na innovatie
Vraagtype 3: beweging of verschuiving
Verandert K of L? Dan beweeg je langs de lijn.
Verandert A? Dan verschuift de hele lijn.
Procentuele mutatie: (nieuw min oud) gedeeld door oud, maal 100%. Deel door de oude waarde.
Productiefunctie voor en na innovatie: bij K = 36 is Y 60 voor en 90 na innovatie (L constant). Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Bij K = 36 stijgt Y door een innovatie van 60 naar 90. Hoeveel % is Y gestegen?
50%
30%
33%
150%
(90 min 60) gedeeld door 60 is 0,5, dus 50%. Verwachte fouten: 30% (het verschil als procent), 33% (delen door 90) en 150% (de verhouding 90 tegen 60 als stijging).
De lijn verschuift omhoog terwijl L gelijk blijft. Welke oorzaak past?
Er is meer kapitaal gekomen, dus K stijgt
Er komen afnemende meeropbrengsten
Een nieuwe productiemethode: A stijgt
De economie beweegt langs de lijn naar rechts
Alleen een hogere A verschuift de lijn bij gelijke L. Meer K is een beweging langs de lijn. Verwachte fout: meer K kiezen.
WELVAART EN GROEI · GROEI
De Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag
Vraagtype 4: instituties in een casus
Instituties zijn spelregels: rechtsstaat, eigendomsrechten, eerlijke mededinging.
Redeneer in stappen: betere instituties, meer vertrouwen en nieuwe ideeën, hogere A.
Eindig bij de productiefunctie: de lijn verschuift omhoog en de potentiële productie stijgt.
Redeneerketen: instituties, durven proberen en investeren, A hoger, productiefunctie omhoog, potentiële productie hoger. Image credit: Fred Romero / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Land Z beschermt eigendomsrechten beter en versterkt de rechtsstaat. Wat past hierbij?
K stijgt direct, want er komt extra land bij
A stijgt: bij gelijke K en L neemt Y toe
L stijgt direct, want iedereen gaat meer werken
A daalt, want de overheid bemoeit zich meer met bedrijven
Betere instituties verhogen A. Verwachte fout: kiezen voor K of L, maar daar verandert niets aan door deze maatregel.
Zet op volgorde: van oorzaak naar gevolg
Van oorzaak naar gevolg zoals in de uitleg. Verwachte fout: de verschuiving van de productiefunctie voor de stijging van A zetten.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Waarden aflezen
Afnemende meeropbrengsten
Beweging of verschuiving
Instituties in een casus
This item has no instructions
WELVAART EN GROEI · GROEI
Tips voor op het examen
Schrijf bij elke grafiek eerst op wat constant is: L, K of A.
Bij 'langs de lijn' of 'verschuift de lijn': noem expliciet K, L of A.
Procentuele mutatie: altijd delen door de oude waarde.
Afnemende meeropbrengsten betekent niet dat Y daalt, maar dat Y minder snel stijgt.
This item has no instructions