Week 41 Ne 3K H1 Spelling : leestekens

1 / 41
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welkom!
Beste leerlingen,
 welkom bij de les van vandaag. We gaan het hebben over de leestekens.
Neem blz. 28 voor je en lees de theorie over!

Mevrouw Ori

Slide 2 - Slide

Week 41 
Doel van deze les:
Na deze les kan je/weet je  :
- punten, vraagtekens, uitroeptekens en komma's te gebruiken.
- dubbele punt en aanhalingstekens te gebruiken bij een citaat.

Slide 3 - Slide

Spelling
  • Leestekens
  • Hoofdletters

Slide 4 - Slide

Verschillen in betekenis

- Katten, spinnen, ijsberen, vissen, gieren, vliegen.


- Katten spinnen, ijsberen vissen, gieren vliegen.

Waardoor komt het verschil in betekenis?

Slide 5 - Slide

HOOFDLETTERS EN LEESTEKENS


Maken een tekst duidelijker en beter te lezen.


De lezer kan de tekst zo ook veel beter begrijpen.

Slide 6 - Slide

LEESTEKENS

- punten

- vraagtekens

- uitroeptekens

- komma's

- dubbele punten

- aanhalingstekens

Slide 7 - Slide

PUNT (1)

- Aan het einde van een zin


Vandaag heb ik een hockeywedstrijd.

Morgen ga ik logeren bij mijn vriendin.

Slide 8 - Slide

PUNT (2)

- Na of in sommige afkortingen


d.m.v.  -  m.a.w.  -   i.i.g.

  dhr.  -  mevr.  -   mej.

max.   -  min.  - nr.

Slide 9 - Slide

VRAAGTEKEN

- Na een vraag


Tot hoe laat ben jij vanmiddag op school?

'Neem jij mijn tas mee?' vroeg Martijn.

Slide 10 - Slide

UITROEPTEKEN (1)

- Om aan te geven dat iemand luid roept


'Ik ben beneden!' klonk het vanuit de kelder.



Slide 11 - Slide

UITROEPTEKEN (2)

- Om een bevel of waarschuwing aan te geven


Halt, of ik schiet!

Stop!

Kom hier!



Slide 12 - Slide

KOMMA

- Maakt een zin overzichtelijker.

- Staat op de plaats waar je bij hardop lezen even een rust neemt.



Slide 13 - Slide

KOMMA (1)

- Als pauzeteken in een zin:


Onze hond eet erg veel, toch is hij niet dik.



Slide 14 - Slide

KOMMA (2)

- Tussen de delen van een opsomming


Ik hou van verschillende smaken ijs: chocolade, vanille en bosvruchten.



Slide 15 - Slide

KOMMA (3)

- Tussen twee persoonsvormen


Als je fietsband lek is, moet je ervoor zorgen dat het gemaakt wordt.



Samengestelde zin
Van twee zinnen is één zin gemaakt. Een zin heeft dan twee persoonsvormen (dit leer je in leerjaar 2).

Slide 16 - Slide

KOMMA (4)

- Na de aanhef en afsluiting van een zakelijke brief of e-mail.


  • Geachte heer Jansen,
  • Met vriendelijke groet,



Samengestelde zin
Van twee zinnen is één zin gemaakt. Een zin heeft dan twee persoonsvormen (dit leer je in leerjaar 2).

Slide 17 - Slide

DUBBELE PUNT (1)

- Voor een opsomming


Je hebt nodig: een ei, een klontje boter en een snufje zout.



Slide 18 - Slide

DUBBELE PUNT (2)

- In plaats van want of immers (uitleg)


Ik ga niet mee naar de film: ik moet huiswerk maken.



Slide 19 - Slide

DUBBELE PUNT (3)

- Voor een aankondiging


Ik heb een nieuwtje: ik ga verhuizen naar Breda.



Na een dubbele punt
Na een dubbele punt gebruik je normaal NOOIT een hoofdletter.

Slide 20 - Slide

AANHALINGSTEKENS

- Bij een citaat


Brenda vroeg:"Heeft iemand een oplader te leen? Ik ben die van mij kwijt."



Na een dubbele punt
Na een dubbele punt gebruik je normaal NOOIT een hoofdletter.

Slide 21 - Slide

Schrijf over. Zet leestekens waar dat moet.

Als het pijn doet geef je maar een gil

Slide 22 - Open question

Schrijf over. Zet leestekens waar dat moet.
Levi wil je die bak met pennen potloden en stiften aangeven

Slide 23 - Open question

Schrijf over. Zet leestekens waar dat moet.

Ik blijf vandaag thuis omdat ik schoolziek ben

Slide 24 - Open question

‘Sara zei:‘ Ik heb een super vakantie gehad!
A
Goed
B
Fout

Slide 25 - Quiz

Fernando vroeg: ‘Wil je de suiker aangeven?’
A
Goed
B
Fout

Slide 26 - Quiz

Marly zei tegen Waldo: ‘Ik kan je niet vinden.’
A
Goed
B
Fout

Slide 27 - Quiz

Het jongetje vroeg aan zijn moeder: ‘Zijn we er bijna’?
A
Goed
B
Fout

Slide 28 - Quiz

Thomas zei ‘Daar heb ik geen zin in.’
A
Goed
B
Fout

Slide 29 - Quiz

Mike vroeg Vera heb je de toets goed gemaakt?


De bovenstaande zin kan met leestekens op twee manieren worden opgeschreven:

Wat wordt dan het verschil in de betekenis?

Slide 30 - Slide

Mike vroeg Vera heb je de toets goed gemaakt?

Degene die de vraag stelt verschilt.


 1 = 
Mike vroeg: ‘Vera, heb je de toets goed gemaakt?’
Dan vraagt Mike iets aan Vera.

2 = ‘Mike,’ vroeg Vera ‘heb je de toets goed gemaakt?’
Dan vraagt Vera iets aan Mike.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Let op: geen hoofdletter
  • 's Hertogenbosch - 't Regent
  • 22 leerlingen - 80% van de bevolking
  • Windstreken: Het zuiden van het land
  • Samenstelling van feestdagen: kerstkaart
  • Seizoenen, dagen en maanden



Slide 36 - Slide

Alle feestdagen krijgen een hoofdletter
Dus: Eerste Kerstdag, Tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag, Nieuwjaarsdag. 
Let op: het is 'oudjaar'.

Samenstellingen van feestdagen zijn met een kleine letter.
Dus: kerstboom, paashaas, oudjaarslot. 

Slide 37 - Slide

Wat heb je geleerd vandaag?
Wat heb je geleerd vandaag?

Slide 38 - Slide

vragen
VRAGEN? 

Slide 39 - Slide

Maak  van blz 28 H1 Grammatia en spelling opdracht 1t/m 9 !!!

Slide 40 - Slide



Tot de volgende keer

Slide 41 - Slide