Les_2_v2_MinervaH2

1 / 20
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon thuis of in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de deur, noemt hen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent maakt expliciet wat startklaar betekent: telefoons zijn thuis of in de kluis, leerlingen zijn ingelogd in LessonUp en hun schoolspullen liggen klaar op tafel. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit door succescriteria voor gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren expliciet te maken.
Minerva H2
Midas: van koning tot ezel

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-klimwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1
  • Thema: Midas, Latona, Phaeton
  • Benodigde lesmaterialen: Minerva tekstboek 1, oefenboek 1, schrift/JdW-map, laptop
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
H2: Midas

H2: Midas
H2: Midas

SO!
H3: Latona
H3: Latona
H3: Latona

SO!
H4: 
Io
H4:
Io
H4:
Io

SO!
Herhaling
Toets

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
1. Ik kan de naamvalsuitgangen herkennen en de functie ervan benoemen
2. Ik kan een bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord laten congrueren

Slide 6 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Wat is niet waar?
A
Het onderwerp staat in de nominativus
B
Het lijdend voorwerp staat in de accusativus
C
De stam is bij iedere naamval anders
D
De uitgang is bij iedere naamval anders

Slide 7 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Welk woord staat niet in de nominativus (onderwerp)?
A
Donum
B
Vinum
C
Regiam
D
Cibus

Slide 8 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Welk woord staat in het meervoud?
A
Dona
B
Silvam
C
Regia
D
Mensa

Slide 9 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Welk woord is geen zelfstandig naamwoord?
A
Servus
B
Rex
C
Mons
D
Laetus

Slide 10 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
      Congrueren
Bij een zelfstandig naamwoord kan een bijvoeglijk naamwoord horen, bijv. het schitterende paleis.

Deze congrueren met elkaar:
Regia mira = schitterend paleis
Regiae mirae = schitterende paleizen
Congrueren = het zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord hebben dezelfde naamval, getal en geslacht.

Slide 11 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
      Congrueren
Als het zelfstandig naamwoord verandert, verandert het bijvoeglijk naamwoord ook:

Regia mira = schitterend paleis (v ev)
Regiae mirae = schitterende paleizen (v mv)

Aurum mirum = schitterend goud (o ev)
Dei miri = schitterende goden (m mv)
Congrueren = het zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord hebben dezelfde naamval, getal en geslacht.

Slide 12 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
         Bijvoeglijk naamwoord: -a, -us, -um 
Bijvoeglijke naamwoorden hebben dezelfde uitgangen als zelfstandige naamwoorden. Ze kunnen in alle geslachten vervoegd worden:



Naamval
Getal
Functie
V
M
O
Nom 
Ev
Onderwerp
laet-a
laet-us
laet-um
Acc
Ev
Lijdend vwp
laet-am
laet-um
laet-um
Nom
Mv
Onderwerp
laet-ae
laet-i
laet-a
Acc
Mv
Lijdend vwp
laet-as
laet-os
laet-a

Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Welke congruentie is fout?
A
Servum laetum
B
Dei stulti
C
Servus stultus
D
Deum stultus

Slide 14 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Aan de slag
Maak nu taaloefeningen E op pag. 15 van je oefenboek.

Op pag. 23 van je tekstboek kun je spieken!
timer
5:00

Slide 15 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
           Koning Midas

Slide 16 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld, de actualiteit of andere betekenisvolle contexten om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. Daarnaast schakelt de docent bewust tussen dagelijkse taal en academische taal, zodat leerlingen nieuwe begrippen beter leren begrijpen en gebruiken.

Slide 17 - Video

This item has no instructions

           Aan de slag
Lees de inleiding op pagina 17 van je tekstboek.
Vertaal nu tekst 2a: Een geschenk voor Midas

1. Lees de zin in het Latijn door
2. Schrijf een 1 boven de nominativus (als die er is)
3. Schrijf een 4 boven de accusativus (als die er is)
4. Vertaal de zin en schrijf de vertaling ernaast
5. Controleer of je 1 en je 4 ook kloppen met de inhoud van de zin

Slide 18 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
           Voorbeeld

Midas mirum donum accipit.

Donum valde amat.

Rex igitur laetus est et per regiam currit.
Let op: de leerwoorden staan in het oefenboek (die moet je onthouden), de hulpwoorden staan in het tekstboek naast het Latijn (dit noem je 'aantekeningen').

Slide 19 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld, de actualiteit of andere betekenisvolle contexten om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. Daarnaast schakelt de docent bewust tussen dagelijkse taal en academische taal, zodat leerlingen nieuwe begrippen beter leren begrijpen en gebruiken.
           Afsluiting


Opdracht: welke congruerende zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden ben je tot nu toe tegen gekomen in tekst 2a?
Huiswerk:
Vertaal tekst 2a
Leer de woorden van 2b
Leerdoel: Ik kan een bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord laten congrueren

Slide 20 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en gebruikt hierbij bijvoorbeeld de JdW-planner.