CEL · MEMBRAANTRANSPORT
Quiz
Terugblik: De cel en membraantransport
CEL · MEMBRAANTRANSPORT
Quiz
Terugblik: De cel en membraantransport
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Trương Minh Khải / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Wat heeft een bacterie wel en een eukaryote cel niet?
Een cirkelvormig chromosoom zonder celkern
Een celmembraan om de cel
Ribosomen die eiwitten maken
Een kernporie in de celkern
Een bacterie heeft één cirkelvormig chromosoom dat vrij in de cel ligt. Verwachte fout: celmembraan of ribosomen kiezen, die hebben alle cellen.
Vul in
Een plantencel heeft een grote vacuole en in groene delen een chloroplast met chlorofyl voor het opvangen van licht.
Vacuole met celsap, chloroplast met chlorofyl. Verwachte fout: chlorofyl en chloroplast omwisselen.
Welk organel bewerkt eiwitten en geeft ze in blaasjes af?
Lysosoom
Golgi-systeem
Mitochondrie
Kernlichaampje
Het golgi-systeem bewerkt en verpakt eiwitten in blaasjes. Verwachte fout: lysosoom kiezen omdat ook dat een blaasje is.
Waarom verschilt de celinhoud permanent van de omgeving?
Het celmembraan laat helemaal niets door
Stoffen diffunderen alleen de cel uit
De celwand bepaalt welke stoffen binnenkomen
Door een selectief permeabel membraan en ionenpompen
Het membraan laat selectief stoffen door en ionenpompen werken met energie tegen het verschil in. Verwachte fout: denken dat het membraan alles tegenhoudt.
Rode bloedcel (0,3 mol/L) in een oplossing van 0,1 mol/L. Gevolg?
Water gaat de cel in en de cel kan knappen
Water gaat de cel uit en de cel krimpt
Er gaat netto geen water in of uit
De cel krijgt turgor en blijft stevig
De oplossing is hypotonisch: water gaat naar de hoge osmotische waarde in de cel. Een dierlijke cel heeft geen celwand en kan knappen. Verwachte fout: turgor kiezen, dat hoort bij plantencellen.
Sla in een sterk zoute oplossing wordt slap. Wat gebeurt er in de cellen?
Turgor door wateropname
Endocytose van zout
Plasmolyse door waterverlies
Diffusie van zuurstof naar buiten
De oplossing is hypertonisch: water verlaat de cel en het membraan laat los van de celwand. Verwachte fout: turgor en plasmolyse omdraaien.
Zet op volgorde: ontstaan van een mitochondrie
Opname, niet verteerd, samenleving, organel. Verwachte fout: samenleving voor het niet verteren zetten.
Een cel neemt een groot eiwit op in een blaasje. Welk transport?
Exocytose
Diffusie
Endocytose
Osmose
Een groot deeltje gaat in een blaasje naar binnen: endocytose. Verwachte fout: exocytose, de omgekeerde richting.
Welk onderdeel van een dierlijke cel helpt bij het vormen van spoeldraden?
Centriolen
Kernporiën
Lysosomen
Kernlichaampje
Centriolen helpen bij de vorming van spoeldraden bij celdeling. Verwachte fout: kernlichaampje kiezen omdat dat in de kern ligt.
Wat betekent dynamisch evenwicht in een cel?
Alle processen in de cel staan stil
De celinhoud is gelijk aan de omgeving
Er komen alleen stoffen de cel in
Waarden schommelen rond een norm
Er blijven processen verlopen die elkaar in evenwicht houden; de waarden schommelen rond een norm. Verwachte fout: evenwicht zien als stilstand.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
CEL · MEMBRAANTRANSPORT
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu de bouw van de cel beschrijven en uitleggen hoe homeostase, transport en osmose in en rond de cel werken.
This item has no instructions