1.2 - Oefenen met formules

Starttaak
1. Vul je Cornell schema van de vorige les (paragraaf 2) aan:
  • Minimaal 2 overhoringsvragen 
(bijv.: wat is de formule voor versnelling?)
  • Samenvatting maken (zie tips hiernaast)

2. Ga verder met je weektaak.
(staat het niet in je agenda -> kijk in Teams -> planning -> & noteer)

3. Kijk je weektaak na.
(uitwerkingen staan in Teams)
timer
7:00
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Starttaak
1. Vul je Cornell schema van de vorige les (paragraaf 2) aan:
  • Minimaal 2 overhoringsvragen 
(bijv.: wat is de formule voor versnelling?)
  • Samenvatting maken (zie tips hiernaast)

2. Ga verder met je weektaak.
(staat het niet in je agenda -> kijk in Teams -> planning -> & noteer)

3. Kijk je weektaak na.
(uitwerkingen staan in Teams)
timer
7:00

Slide 1 - Slide

Over welke opdracht van paragraaf 1 wil je graag extra uitleg?
Let op: maak voor elke opdracht een apart antwoord en geef alleen het getal aan dus bijv: "5"

Slide 2 - Mind map

Oefenen met formules
Hoofdstuk 1
Paragraaf 2

Slide 3 - Slide

Eenparige versnelling

Slide 4 - Slide

Eenparige beweging

Slide 5 - Slide

Eenparige vertraging

Slide 6 - Slide


Welke beweging is er bij punt A?
A
Eenparige beweging
B
Eenparige versnelling
C
Eenparige vertraging
D
Niet eenparige beweging

Slide 7 - Quiz


Welke beweging is er bij punt B?
A
Eenparige beweging
B
Eenparige versnelling
C
Eenparige vertraging
D
Niet eenparige beweging

Slide 8 - Quiz


Waar of niet waar:
Bij punt D beweegt de auto constant.
A
Waar
B
Niet waar, het staat stil
C
Niet waar, het versnelt
D
Niet waar, het vertraagt

Slide 9 - Quiz


Welke beweging is er bij punt D?
A
Stilstaan
B
Eenparige beweging
C
Eenparige vertraging

Slide 10 - Quiz

Wat is het symbool voor snelheid?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 11 - Quiz

Wat is het symbool voor versnelling?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 12 - Quiz

Wat is het symbool voor tijd?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 13 - Quiz

Wat is het symbool voor afstand?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 14 - Quiz

Wat is de eenheid van snelheid?
A
s
B
m/s
C
m/s^2
D
m

Slide 15 - Quiz

Wat is de eenheid van versnelling?
A
s
B
m/s
C
m/s^2
D
m

Slide 16 - Quiz

voorbeeld berekening
Een fietser legt 1200 m af in 30 seconden. Bereken de gemiddelde snelheid in m/s en km/h.
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • s = 1200 m     t = 30 s
  • vgem ?
  • vgem = s / t
  • vgem = 1200 / 30
  • vgem = 40 m/s    =   144 km/h

Slide 17 - Slide

voorbeeld berekening
Een sprinter rent 100 meter met een snelheid van 10,5 m/s. 
Bereken na hoeveel seconden de sprinter de finish haalt.
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • s = 100 meter   v = 10,5 m/s 
  • t? 
  • vgem = s / t     --> t = s / vgem
  • t = 100 / 10,5 
  • 9,5 s 

Slide 18 - Slide

voorbeeld berekening
Een leerling is aan het hardlopen. Zijn doel is om binnen drie minuten 1,0 kilometer te rennen. De leerling rent 3,0 minuten lang met een snelheid van 18 km/h. Bereken of de leerling zijn doel bereikt heeft.
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • t = 3 min     v = 18 km/h
  • s? 
  • s = vgem * t 
  • 3 min = 0,05 uur     (want :60)
  • s = 18 * 0,05
  • s = 0,9 km    Dus doel niet bereikt. 

Slide 19 - Slide

voorbeeld berekening
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • s = 45m     t = 30 s
  • vgem ?
  • vgem = s / t
  • vgem = 45 / 30
  • vgem = 1,5 m/s
Hier links is een beweging van een wandelaar weergegeven.
Bereken de gemiddelde snelheid van de wandelaar.

Slide 20 - Slide

voorbeeld berekening
Een auto gaat in 5 seconden van 0 m/s naar 20 m/s.
Bereken de versnelling.
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • t = 5 s    veind = 20 m/s       vbegin = 0 m/s
  • a? 
  • a = Δv / t       Δv = veind - v begin 
  • Δv = 20 - 0 = 20 m/s
  • a = 20 / 5
  • a = 4 m/s2

Slide 21 - Slide

voorbeeld berekening
Een scooter rijdt eerst 20 m/s en na 4 seconden 8 m/s.
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • t = 4 s    veind = 8 m/s       vbegin = 20 m/s
  • a? 
  • a = Δv / t       Δv = veind - v begin 
  • Δv = 8 - 20 = -12 m/s
  • a = -12 / 4
  • a = -3 m/s²

Slide 22 - Slide

voorbeeld berekening
Een raceauto gaat van 10 m/s naar 30 m/s. De versnelling is 4 m/s². Hoeveel seconden duurt dit?
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • veind = 30 m/s   vbegin = 10 m/s    a = 4 m/s²
  • t = ? 
  • a = Δv / t   ->   t =  Δv/ a      Δv = veind - v begin 
  • Δv = 30 - 10 = 20 m/s
  • t = 20 / 4
  • t = 5 s

Slide 23 - Slide

voorbeeld berekening
Bereken de versnelling van dit figuur. 
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • t = 6 s    veind = 5 m/s       vbegin = 1 m/s
  • a? 
  • a = Δv / t       Δv = veind - v begin 
  • Δv = 5 - 1 = 4 m/s
  • a = 4 / 6
  • a = 0,7 m/s2

Slide 24 - Slide

Volgende les
Laatste deel van paragraaf 2:
  • Afstand bepalen
  • Schetsen diagrammen

Slide 25 - Slide

Aan de slag!

1. Neem de aantekeningen op het whiteboard over in Cornell schema p2.

2. Ga verder met de met de weektaak (blauwe vak bovenaan).

3. Kijk je weektaak na (erg belangrijk en onderdeel van het huiswerk!).

Klaar? -> Ook extra opdrachten paragraaf 1 en 2 maken (extra uitdaging dus voor het verbeteren van je inzicht)
Maandag 14 september:

Maken en nakijken:
  • Paragraaf 2:    17 t/m 29
timer
10:00

Slide 26 - Slide

Aan de slag!

1. Maak minimaal 4 overhoringsvragen bij de aantekeningen van paragraaf 2.

2. Ga verder met de weektaak (blauwe vak bovenaan).

3. Kijk je weektaak na (erg belangrijk en onderdeel van het huiswerk!).

Klaar? -> Ook extra opdrachten paragraaf 1 en 2 maken (extra uitdaging dus voor het verbeteren van je inzicht)
Woensdag 16 september:

Maken en nakijken:
  • Paragraaf 2:    17 t/m 29
timer
10:00

Slide 27 - Slide

Aan de slag!

1. Maak minimaal 4 overhoringsvragen bij de aantekeningen van paragraaf 2.

2. Ga verder met de weektaak (blauwe vak bovenaan).

3. Kijk je weektaak na (erg belangrijk en onderdeel van het huiswerk!).

Klaar? -> Ook extra opdrachten paragraaf 1 en 2 maken (extra uitdaging dus voor het verbeteren van je inzicht)
Woensdag 16 september:

Opdrachten paragraaf 1.2
maken en nakijken:
• Havo: 18, 19, 20, 22, 24, 26, 27, 29
• Vwo: 17 t/m 27, 29

timer
10:00

Slide 28 - Slide