Toetsvoorbereiding bedrijfseconomie havo 4 en vwo 4 periode 1

Toetsvoorbereiding bedrijfseconomie havo 4 periode 1
Deel 1
1 / 35
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Toetsvoorbereiding bedrijfseconomie havo 4 periode 1
Deel 1

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 1.2 Consumptief krediet
  • Je kunt de belangrijkste kenmerken van de verschillende vormen van consumptief krediet noemen
  • Je kunt uitleggen wat een annuïteit is
  • Je kunt het verloop van de rente en aflossing gedurende de looptijd bij een annuïteit uitleggen
  • Je kunt uitleggen wat private lease is en hoe het werkt

Slide 2 - Slide

Leerdoelen 1.2 Consumptief krediet

Slide 3 - Slide

Maak de puzzel. Gebruik geen spatie

Slide 4 - Slide

Leerdoelen bij annuïteitenlening
Hoeveel rente in totaal bij lening van € 25.000
Totaal betaald:     59 X € 526 = € 31.034
Lening                                           € 25.000 -
Totale rente                                  €   6.034

Slide 5 - Slide

Leerdoelen bij annuïteitenlening
Hoeveel aflossing betaal je in 1e maand bij lening van € 25.000
En hoeveel in 2e maand?

Slide 6 - Slide

Leerdoelen bij annuïteitenlening
Aflossing in 1e maand:
Rente in 1e maand = 0,75/100 X € 25.000 = € 187,50
Dus aflossing in 1e maand = € 526 - € 187,50 = € 338,50

Slide 7 - Slide

Leerdoelen bij annuïteitenlening
Aflossing in 2e maand:
Dus aflossing in 1e maand = € 526 - € 187,50 = € 338,50
Schuld in 2e maand = € 25.000 - € 338,50 = € 24.661,50
Rente in 2e maand = 0,75/100 X € 24.661,50 = € 184,96
Aflossing in 2e maand = € 526 - € 184,96 = € 341,04

Slide 8 - Slide

Zelf oefenen
Bereken de totale rentekosten bij een kredietbedrag van € 2.500
Bereken het bedrag van de aflossing in de tweede maand bij een kredietbedrag van 
€ 10.000

Slide 9 - Slide

Zelf oefenen
Bereken de totale rentekosten bij een kredietbedrag van € 2.500
67 X € 51 - € 2.500 = € 917

Slide 10 - Slide

Zelf oefenen
Bereken het bedrag van de aflossing in de tweede maand bij een kredietbedrag van € 10.000

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Oefening private lease
Jolien kiest voor een lease contract van 3 jaar en gaat 20.000 km per jaar rijden. Bereken de totale lease-uitgaven gedurende die 3 jaar

Slide 14 - Slide

Oefening private lease
36 X € 604 = € 21.744

Slide 15 - Slide

Toetsvoorbereiding bedrijfseconomie havo 4 periode 1
Deel 2

Slide 16 - Slide

Leerdoelen 1.3 Hypotheken: lineair

Slide 17 - Slide

Voor- en nadelen huren

Slide 18 - Slide

Welke partijen spelen een rol bij de aankoop/verkoop van een huis

Slide 19 - Open question

Slide 20 - Slide

Huiseigenaar
De bank
Geldgever
Geldnemer
Hypotheekgever
Hypotheeknemer

Slide 21 - Drag question

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

timer
3:00

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Leerdoelen 1.3 Hypotheken: annuiteiten

Slide 29 - Slide

Annuïteiten ken je al van par 1.2

Slide 30 - Slide

Netto maandlasten bij annuïteit
Annuïteit = € 1.300. Belastingpercentage 40 %
Schuld is € 500.000. Rente is 0,1 % per maand. 
Rente is 0,001 X € 500.000 =                                          €  500
Aflossing is dus € 1.300 - € 500 =                               €   800 +
Brutolasten is annuiteit                                                 €  1.300
Belastingvoordeel 0,4 X € 500 =                                €     200 -
Nettolasten                                                                          €  1.100

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Opgave 1.30

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide