Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Examentraining
Verbanden en signaalwoorden: zo pak je examenvragen aan
Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Examentraining
Verbanden en signaalwoorden: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een examenvraag het verband tussen zinnen of alinea's kiezen en dat uitleggen met een signaalwoord.
This item has no instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees de vraag: gaat het om twee zinnen, een alinea of een woord?
2. Lees de zin: zoek het signaalwoord of het verwijswoord.
3. Denk na: wat laat dit woord zien? Een reden, een doel, een voorbeeld, een tegenstelling?
4. Kies: welk verband past bij de zinnen? Streep af wat niet kan.
5. Controleer: klopt je keuze als je de zinnen nog een keer leest?
This item has no instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Vraagtype 1: welk verband?
Vraag: 'Welk verband zit in deze zin?'
Zoek eerst het signaalwoord en lees de zin ervoor en erna.
Kies het verband dat bij het signaalwoord past.
Een citeervraag: schrijf het woord precies zo op als in de tekst.
This item has no instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 1: Een nieuwe fietsenstalling
(1) Onze school krijgt een nieuwe fietsenstalling. De oude stalling was te klein, want veel leerlingen zetten hun fiets buiten tegen het hek.
(2) De nieuwe stalling is groter en heeft een dak, zodat de fietsen droog blijven. Er komen ook meer rekken.
(3) Wanneer de stalling klaar is, weet nog niemand precies. Dat hangt af van het weer en van de bouwers.
Eigen tekst voor Examenstof
Alinea 1: oorzaak met 'want'. Alinea 2: doel met 'zodat'. Alinea 3 is vooral informatie.
Welk verband zit in deze zin?
De nieuwe stalling heeft een dak, zodat de fietsen droog blijven.
Tegenstelling
Opsomming
Voorwaarde
Doel-middel
Het dak is het middel, droge fietsen het doel. Signaalwoord: zodat. Verwachte fout: voorwaarde.
Welk signaalwoord in alinea 1 geeft een oorzaak aan?
Modelantwoord (1 punt): want. Verwachte fout: 'daarom' of 'zodat'; die staan niet in alinea 1.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Vraagtype 2: woord op de open plek
Vraag: 'Welk woord past op de open plek?'
Lees de zin voor en na de open plek.
Welk verband zit tussen die twee delen?
Kies het signaalwoord dat bij dat verband past.
This item has no instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 2: Het schoolkamp
(1) Het schoolkamp is voor alle klassen van het eerste jaar. Je slaapt in een grote groepsaccommodatie. Er zijn allerlei activiteiten, bijvoorbeeld een speurtocht, een kampvuur en een spelletjesavond.
(2) Veel leerlingen vinden het spannend, maar de meesten vinden het achteraf erg leuk.
(3) Je gaat alleen mee als je ouders het formulier hebben getekend.
Eigen tekst voor Examenstof
Alinea 1: voorbeelden na een algemene zin. Alinea 2: tegenstelling met 'maar'. Alinea 3: voorwaarde met 'als'.
Welk woord past op de open plek?
Veel leerlingen vinden het spannend, ... de meesten vinden het achteraf erg leuk.
maar
daarom
bijvoorbeeld
zodat
Spannend en leuk staan tegenover elkaar: tegenstelling. Verwachte fout: daarom, omdat beide zinnen over hetzelfde kamp gaan.
Wat laat het woord 'bijvoorbeeld' in alinea 1 zien?
Dat er een oorzaak volgt
Dat er een tegenstelling volgt
Dat er een voorbeeld volgt
Dat er een voorwaarde volgt
Na 'bijvoorbeeld' staan drie voorbeelden van activiteiten. Verwachte fout: een oorzaak.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Vraagtype 3: verwijzing en conclusie
Vraag: 'Waar verwijst dit woord naar?'
Of: 'Welke conclusie trekt de schrijver?'
Zet je antwoord op de plek van het woord en lees de zin opnieuw.
Een conclusie staat vaak aan het eind, na 'dus' of 'kortom'.
This item has no instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 3: Huiswerk in de pauze
(1) Op onze school kun je in de pauze je huiswerk maken in de mediatheek. Veel leerlingen doen dat. Zij vinden het fijn, want thuis hebben ze daar minder tijd voor.
(2) Toch zijn er ook leerlingen die liever buiten zijn. Ze willen bewegen en praten met vrienden. Dat is ook belangrijk, want na een les stilzitten heb je behoefte aan beweging.
(3) Kortom: laat leerlingen zelf kiezen. Wie huiswerk wil maken, doet dat in de mediatheek. Wie wil bewegen, gaat naar buiten.
Eigen tekst voor Examenstof
'Zij' in alinea 1 verwijst naar de leerlingen die huiswerk maken. Alinea 3 begint met 'Kortom' en bevat de conclusie.
Waar verwijst 'Zij' in alinea 1 naar?
Naar de docenten in de mediatheek
Naar de leerlingen die buiten spelen
Naar de leerlingen die huiswerk maken
Naar alle leerlingen van de school
Vervangtest: 'De leerlingen die huiswerk maken vinden het fijn.' Verwachte fout: alle leerlingen, omdat 'leerlingen' in de tekst vaak voorkomt.
Welke conclusie trekt de schrijver in alinea 3?
Modelantwoord (1 punt): leerlingen moeten zelf kunnen kiezen tussen huiswerk maken in de mediatheek en buiten bewegen. Verwachte fout: alleen 'huiswerk maken' of alleen 'buiten zijn'.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Welk verband zit in de zin?
Welk woord past op de open plek?
Waar verwijst een woord naar?
De conclusie vinden
Bespreek de uitkomst en oefen het gekozen vraagtype nog een keer met een korte tekst.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tips voor op het examen
Lees eerst de vraag en dan pas de tekst: dan weet je waarop je moet letten.
Zoek het signaalwoord en bedenk welk verband erbij hoort.
Open plek? Probeer elk antwoord in de zin en kijk welke klopt.
Verwijswoord? Zet je antwoord op de plek van het woord en lees de zin.
This item has no instructions