Verbanden en signaalwoorden (Nederlands vmbo), les 3: Terugblik quiz

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Quiz

Terugblik: Verbanden en signaalwoorden

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Quiz van 11 vragen over verbanden en signaalwoorden, met twee korte teksten, een invulvraag en een volgordevraag.

Items in this lesson

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Quiz

Terugblik: Verbanden en signaalwoorden

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tekst 4: Gamen na schooltijd

(1) Veel jongeren gamen na school. Wie de hele avond gamet, slaapt vaak te weinig. Daardoor ben je de volgende dag moe.

(2) Je kunt dus beter een tijd afspreken met je ouders, zodat je ook tijd overhoudt voor huiswerk.

(3) Gamen is leuk, maar niet het enige.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1: oorzaak (te weinig slaap) en gevolg (moe). Alinea 2: doel van de afspraak (tijd voor huiswerk). Alinea 3: tegenstelling.

Welk verband laat 'Daardoor' in alinea 1 zien?

A

Doel-middel

B

Voorbeeld

C

Oorzaak-gevolg

D

Voorwaarde

Te weinig slapen heeft als gevolg dat je moe bent. Verwachte fout: doel-middel.

Wat is het doel van een afgesproken gametijd?

A

Tijd overhouden voor huiswerk

B

Beter worden in gamen

C

Overdag meer slapen

D

Het gamen helemaal verbieden

Signaalwoord: zodat. Verwachte fout: het gamen verbieden, omdat de afspraak over gamen gaat.

Welk verband zit in deze zin?

Gamen is leuk, maar niet het enige.

A

Oorzaak-gevolg

B

Tegenstelling

C

Opsomming

D

Voorwaarde

'Maar' zet 'leuk' tegenover 'niet het enige'. Verwachte fout: oorzaak-gevolg.

Vul in

Het woord tenzij hoort bij een voorwaarde. Het woord kortom hoort bij een conclusie.

tenzij
kortom
terwijl
bijvoorbeeld

Tenzij betekent 'behalve als'. Kortom leidt een conclusie in. Verwachte fout: 'terwijl' bij de voorwaarde.

Zet op volgorde: zo vind je het verband.

1

Lees de zinnen opnieuw als controle

2

Lees de vraag

3

Zoek het signaalwoord

4

Kies het verband dat past

5

Lees de zin of alinea waar de vraag over gaat

Zelfde volgorde als het stappenplan, in eigen woorden: vraag, tekst, signaalwoord, keuze, controle.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tekst 5: Zwembad open

(1) Zwembad De Waterlelie is vanaf maandag weer open. Het bad was dicht, omdat het dak gerepareerd moest worden.

(2) Kinderen tot twaalf jaar mogen alleen zwemmen als er een volwassene bij is. Die moet in het zwembad blijven.

(3) Het zwembad is open op werkdagen en in het weekend.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1: oorzaak met 'omdat'. Alinea 2: voorwaarde met 'als' en een verwijswoord ('Die'). Alinea 3: opsomming (werkdagen en weekend).

Waar verwijst 'Die' in alinea 2 naar?

A

Naar de kinderen

B

Naar het zwembad

C

Naar het dak

D

Naar de volwassene

Vervangtest: 'De volwassene moet in het zwembad blijven.' Verwachte fout: de kinderen, omdat dat woord eerder in de zin staat.

Welke oorzaak noemt alinea 1 voor het sluiten van het bad?

A

Het dak moest gerepareerd worden

B

Er waren te weinig bezoekers

C

Het water was te koud

D

De kinderen mochten niet zwemmen

Signaalwoord: omdat. De andere opties staan niet in de tekst.

Welke voorwaarde geldt voor kinderen tot twaalf jaar?

A

Ze moeten een diploma hebben

B

Ze moeten zelf betalen

C

Er moet een volwassene bij zijn

D

Ze mogen alleen in het weekend

Signaalwoord: als. Verwachte fout: alleen in het weekend, door de laatste alinea.

Wat is hier de oorzaak van de vermoeidheid?

Ik ben vandaag erg moe, want ik heb gisteren heel laat gevoetbald.

Modelantwoord (1 punt): de schrijver heeft gisteren heel laat gevoetbald. Signaalwoord: want. Verwachte fout: 'ik ben moe', dat is het gevolg.

Welke zin is een conclusie?

A

Veel leerlingen fietsen elke dag naar school.

B

Een fiets is goedkoper dan een brommer.

C

Kortom: de fiets is het beste vervoer naar school.

D

De fietsenstalling is bij de hoofdingang.

Kortom leidt een conclusie in. De andere zinnen zijn feiten of argumenten.

Welk signaalwoord hoort bij een opsomming?

A

ten eerste

B

daardoor

C

tenzij

D

maar

'Ten eerste' begint een rijtje. Daardoor hoort bij oorzaak-gevolg, tenzij bij voorwaarde, maar bij tegenstelling.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu bij een tekst het verband tussen zinnen herkennen en dat uitleggen met signaalwoorden.

This item has no instructions