Eerste stagedagen: terugblik en start

Eerste stagedagen

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBeroepsoriëntatiePraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Eerste stagedagen

Open de les als een rustige terugblik op de eerste ervaringen. Leg uit dat deze les hoort bij LOB: nadenken over werk, jezelf leren kennen en je stage goed organiseren.

Lesdoel

Ik kan vertellen hoe mijn eerste stagedagen zijn gegaan en ik kan mijn eerste stagegegevens invullen.

This item has no instructions

Schrijf 1 woord over jouw eerste stagedagen


(DDU)

Gebruik de woordenwolk als rustige start. Vraag daarna kort door: waarom koos je dat woord? Verwachte woorden: leuk, spannend, moe, nieuw, lastig, gezellig.

De eerste stagedagen

De eerste dagen op stage zijn vaak nieuw en spannend.


Je maakt kennis met:

  • de werkplek

  • collega’s of begeleiders

  • regels en afspraken

  • de taken die je moet doen

Houd het herkenbaar en praktisch. Sluit aan bij wat leerlingen echt hebben meegemaakt: op tijd komen, luisteren, vragen stellen, wennen aan de plek.

Hoe was de ervaring?

Bij een eerste stage let je op je eigen ervaring.


Denk aan:

  • voelde ik mij welkom?

  • wist ik wat ik moest doen?

  • durfde ik vragen te stellen?

  • lukte het om mee te werken?

  • voelde ik mij op mijn gemak?

Benadruk dat een eerste ervaring niet meteen perfect hoeft te zijn. Het gaat om merken wat al goed gaat en wat nog wennen is.

Wat heb je al geleerd?

Op stage leer je vaak meteen in de praktijk.


Bijvoorbeeld:

  • hoe een taak moet

  • hoe je met mensen omgaat

  • hoe je afspraken volgt

  • hoe je hulp vraagt

Noem dat leren op stage niet alleen over werk gaat, maar ook over houding: luisteren, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen.

Leren van ervaring

Een stage helpt je ontdekken:

  • wat je al kunt

  • wat je nog wilt oefenen

  • welk werk je leuk vindt

  • wat bij jou past


Zo leer je meer over jezelf en over werk.

Koppel dit duidelijk aan LOB: de stage is niet alleen uitvoeren, maar ook ontdekken wat bij je past.

Wat vond je het leukst?

Leuke ervaringen kunnen zijn:

  • een taak die goed lukte

  • vriendelijk contact met mensen

  • iets nieuws mogen proberen

  • merken dat je nodig bent


Wat je leuk vindt, zegt vaak iets over jouw talenten en interesses.

Help leerlingen het verband te zien tussen plezier en loopbaanoriëntatie: wat energie geeft, kan passen bij toekomstige keuzes.

Wat was misschien niet leuk?

Niet alles hoeft meteen fijn te zijn.


Soms is iets lastig, zoals:

  • lang moeten wachten

  • onduidelijke uitleg

  • spannend contact met anderen

  • werk dat niet bij je past


Ook daarvan kun je leren.

Normaliseer moeilijke ervaringen. Maak duidelijk dat ‘niet leuk’ waardevolle informatie geeft over ondersteuningsbehoeften en voorkeuren.

Wat zeggen deze ervaringen?

Jouw ervaringen op stage laten zien:

  • waar je blij van wordt

  • wat je moeilijk vindt

  • welke hulp je nodig hebt

  • welke werkplek goed bij je past


Dat helpt bij volgende stappen in je stage en je toekomst.

Gebruik deze slide als samenvatting van de terugblik: ervaring → inzicht in jezelf → betere keuzes.

Hoe voelde jij je in je eerste stagedagen?

1

Fijn

2

Spannend

3

Lastig

4

Wisselend

This item has no instructions

Wat kun je leren van je stage?

A

Alleen reizen

B

Alleen sporten

C

Omgaan met mensen

D

Alleen rekenen

De juiste keuze sluit aan bij de slides over leren in de praktijk en werkhouding. De andere opties zijn bewust herkenbaar maar passen niet bij deze lesinhoud.

Wat vond jij het leukst op stage?

Laat leerlingen iets kleins en concreets noemen uit hun ervaring. Goede antwoorden gaan over welkom voelen, taken, vragen stellen, samenwerken, iets leuk vinden of iets lastig vinden.

De stagecontracten

De meegenomen contracten zijn belangrijk.


Afspraken:

  • 1 contract gaat in je portfoliomap

  • 1 contract gaat naar mevr. Orvan/dhr. de Bruin


Zo zijn de stageafspraken goed vastgelegd.

Controleer eventueel klassikaal of iedereen de contracten bij zich heeft en weet waar elk exemplaar naartoe moet.

Waarom zijn contracten belangrijk?

In een stagecontract staan afspraken over:

  • de stageplek

  • de begeleiding

  • de tijden

  • de taken

  • verantwoordelijkheden


Een contract geeft duidelijkheid en overzicht.

Houd het eenvoudig: leerlingen hoeven geen juridisch verhaal, maar moeten snappen dat een contract helpt om afspraken vast te houden.

Start met de stagemap

Vandaag vullen we de eerste gegevens van de stagemap in.


De stagemap helpt om:

  • informatie te bewaren

  • afspraken terug te vinden

  • je stage te volgen

  • te laten zien wat je doet en leert

Leg uit dat de stagemap een werkmap én bewijsmap is. Maak de koppeling met overzicht en verantwoordelijkheid.

Eerste gegevens invullen

Bij de eerste gegevens kun je denken aan:

  • jouw naam

  • werkdagen of tijden

  • naam van de school

  • naam van het stagebedrijf


Deze informatie moet netjes en volledig zijn.

Noem alleen gegevens die zeker passen bij ‘eerste gegevens’ en vermijd te veel detail. De precieze invulling kan per stagemap verschillen.

Netjes en zorgvuldig werken

Bij het invullen van je stagemap is het belangrijk dat je:

  • duidelijk schrijft

  • niets vergeet

  • de juiste gegevens gebruikt

  • documenten op de goede plek bewaart


Zo blijft je stagemap overzichtelijk.

Benadruk werkhouding: zorgvuldig werken aan de map is ook onderdeel van stagevaardigheden.

Waar gaat 1 stagecontract naartoe?

A

Naar mevr. Orvan

B

Naar de conciërge

C

Naar een klasgenoot

D

Naar huis terug

Check of leerlingen het verschil kennen tussen het contract voor de portfoliomap en het contract voor mevr. Orvan.

Vul de goede woorden in

In de stagemap bewaar je informatie en afspraken. Eén contract gaat in je portfoliomap. De eerste gegevens moeten volledig en netjes zijn.

stagemap
portfoliomap
volledig
stageplek
begeleider
spannend
werkdagen

De kernwoorden komen letterlijk uit de laatste slides: stagemap, portfoliomap en volledig.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Reflectievraag zonder fout of goed. Laat leerlingen kort benoemen wat ze geleerd hebben over hun stage of over het invullen van de stagemap.

Wat hielp jou vandaag het meest?

Laat leerlingen nadenken over hun eigen leerproces. Mogelijke antwoorden: praten, voorbeelden, samen invullen, uitleg van de docent.

Woordenlijst

stage - leren en werken bij een bedrijf of organisatie

stageplek - de plaats waar je stage loopt

stagemap - map met informatie en papieren van je stage

portfoliomap - map waarin je belangrijke documenten bewaart

contract - papier met afspraken

begeleider - persoon die je helpt op stage

ervaring - wat je hebt meegemaakt

This item has no instructions