Les 8: 27 september 2022

1T1 Klassieke Talen
27 september 2022
1 / 23
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

1T1 Klassieke Talen
27 september 2022

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Vragen over Romeinse goden kunnen beantwoorden;
  • Vragen over Romeinen in Nederland en Voorburg kunnen beantwoorden
  • Enkelvoud en meervoud van werkwoorden kunnen herkennen, maken en vertalen

Slide 2 - Slide

Planning
  1. Start 
  2. Terugblik goden + speurtocht FH
  3. Uitleg vervoeging werkwoord



  4. Afronding

Slide 3 - Slide

Hoe heette de god van de zee?
A
Poseidon
B
Neptunus
C
Pluto
D
Corbulo

Slide 4 - Quiz

Welke god of godin was te herkennen aan een maantje in het haar?
A
Apollo
B
Venus
C
Jupiter
D
Diana

Slide 5 - Quiz

Hoe heet de godin van de wijsheid én de oorlog?
A
Minerva
B
Mars
C
Apollo
D
Juno

Slide 6 - Quiz


Welke godin is hiernaast afgebeeld?
A
Vesta
B
Venus
C
Ceres
D
Juno

Slide 7 - Quiz

Hoe heette Voorburg in de Romeinse tijd?
A
Voorburgus
B
Forum Hadriani
C
Municipium Aelium Cananefatium
D
Vicus

Slide 8 - Quiz

Van wanneer tot wanneer bestond Forum Hadriani ongeveer?
A
50 voor tot 300 na Christus
B
50 - 300 na Christus
C
4 tot 400 na Christus
D
50 voor tot 160 na Christus

Slide 9 - Quiz

Wie heeft het kanaal tussen Rijn en Maas langs Forum Hadriani laten graven?
A
Corbulo
B
Caesar
C
Augustus
D
de Cananefaten

Slide 10 - Quiz

Hoeveel inwoners had Forum Hadriani ongeveer?
A
25.000
B
1000
C
40.000
D
10.000

Slide 11 - Quiz

Limes + Forum Hadriani

Slide 12 - Slide

Vervoeging werkwoord (blz. 58-59)
Nederlands:
  • roepen = hele werkwoord, stam = roep-
  • persoonsvorm in hij-vorm = stam + t, dus hij roep-t
  • persoonsvorm in zij-vorm = stam + en, dus zij roep-en

Latijn
  • vocare = hele werkwoord (infinitivus), stam = voca-
  • persoonsvorm (indicativus) in hij-vorm = stam + t = voca-t
  • persoonsvorm (indicativus) in zij-vorm = stam + nt = voca-nt

Slide 13 - Slide

Vervoeging werkwoord (blz. 58-59)
  • Werkwoord komt voorlopig voor in persoonsvorm (indicativus) en hele werkwoord (infinitivus)
  • persoonsvorm (indicativus) 3e persoon enkelvoud (hij/zij/het roept)
  • persoonsvorm (indicativus) 3e persoon meervoud (zij roepen)
  • hele werkwoord (infinitivus) na hulpwerkwoorden
  • Dus: hij wil roepen / zij willen roepen/ hij probeert te roepen etc.
  • Onderwerp en persoonsvorm moeten in zelfde GETAL staan (enkelvoud of meervoud);
  • Vervoegen door juiste uitgang achter de stam te zetten. 
  • Latijn kan onderwerp weglaten, dus VOCAT = HIJ roept.

Slide 14 - Slide

Enkelvoud en Meervoud werkwoord (blz. 58-59)
maak opdracht 63 + 64 blz. 60

Slide 15 - Slide

Wat betekent dus vocat?
(vorm van het werkwoord 'roepen')
A
Zij roept
B
Zij roepen
C
Te roepen
D
Jij roept

Slide 16 - Quiz

Wat betekent dus timent?
(vorm van het werkwoord 'vrezen')
A
Hij vreest
B
Zij vrezen
C
Te vrezen
D
Ik vrees

Slide 17 - Quiz

Terugblik op de Lesdoelen
  • Vragen over Romeinse goden kunnen beantwoorden;
  • Vragen over Romeinen in Nederland en Voorburg kunnen beantwoorden
  • Enkelvoud en meervoud van werkwoorden kunnen herkennen, maken en vertalen

Huiswerk donderdag 29 september, 3e uur
  • bestudeer vervoeging werkwoord blz. 58 + 59
  • maak opdracht 63 + 64 blz. 60

Slide 18 - Slide

Enkelvoud en Meervoud (blz. 17)

Slide 19 - Slide

Welk rijtje bevat een woord dat er niet in thuis hoort?
A
femina, servus, bellum
B
servus, rex, flumen
C
feminae, reges, flumina
D
femina, bella, flumen

Slide 20 - Quiz

Lees en vertaal de Latijnse tekst blz. 18

Slide 21 - Slide

Wat heb je van deze les geleerd of wat ga je van deze les onthouden?

Slide 22 - Open question

Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll