Les 20/25 mei

Welkom bij Nederlands!
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with text slides.

Items in this lesson

Welkom bij Nederlands!

Slide 1 - Slide

Online
- 15 minuten lezen in je leesboek
- Maak de Diataaltekst opdracht die gemaild is en lever de antwoorden voor de les op woensdag 26 mei bij de Opdracht in Magister

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
- Je leert over de trappen van vergelijking en als en dan.


Slide 3 - Slide

Lesprogramma
- Instructie voor de leerlingen die online werken (5 min)
- Terugblikquiz: meewerkend voorwerp (10 min)
- Uitleg: Formuleren: trappen van vergelijking (10 min)
- Zelfstandig werken / Resultaat Diatoets bespreken

Slide 4 - Slide

Terugblik
Meewerkend voorwerp

Slide 5 - Slide

TRAPPEN VAN VERGELIJKING

Slide 6 - Slide

trappen van vergelijking

Slide 7 - Slide

Uitzondering
Bij enkele woorden zijn
de trappen van vergelijking iets anders.

Karel heeft een oude rolstoel,
maar die rijdt nog goed.

Slide 8 - Slide

Let op:

- Een woord dat op een -r eindigt, krijgt in de vergrotende trap -der: zwaar - zwaarder
- Een woord dat op een -s eindigt, krijgt in de overtreffende trap allen een -t: boos - boost
- Een woord dat op -st eindigt, krijgt in de overtreffende trap een -st, maar meest ervoor: woest, meest woest
- goed, beter, best; graag, liever, liefst; veel, meer, meest; weinig, minder, minst

Slide 9 - Slide

als of dan?
als:
- na stellende trap

dan:
- na vergrotende trap

Slide 10 - Slide

Na als of dan
ik of mij? jij of jou? hij of hem? zij of haar? wij of ons? zij of hen/hun?

Hiervoor moet je de zin langer maken...
– Niels is net zo aardig als zij (is), maar aardiger dan ik (ben).

Slide 11 - Slide

Aan de slag
Maak de opdrachten van de Planning: Formuleren Trappen van vergelijking en als/dan 

Slide 12 - Slide