§4.4 deel 1 terugblik, leerdoelen §4.4

1 / 17
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Deze les: Terugblik §4.4
§4.4 deel 2 zelfstandig

Slide 2 - Slide

deel 1
We beginnen met een terugblik. 
10 vragen over de leerdoelen.
Daarna zelfstandig §4.4 deel 2 doorwerken.

Slide 3 - Slide


Hoe goed denk jij de leerdoelen §4.4 deel 1 te kennen?
0100

Slide 4 - Poll

Uit welke delen bestaat je zenwustelsel?
A
zenuwen, ruggenmerg, hersenen, zintuigen
B
zenuwen, ruggenmerg, hersenen
C
zenuwen, ruggenmerg, centraal zenuwstelsel
D
zenuwen, ruggemerg, zintuigen

Slide 5 - Quiz

Je doet je vinger onder de kraan om te voelen of hij warm is. De kraan is te heet, je trekt je vinger snel terug.  In welke volgorde gaat de prikkel?
->
->
->
->
->
ruggenmerg
hersenen
zenuwen
waarnemen
reageren
spieren

Slide 6 - Drag question

Impulsen verplaatsen zich via de
Prikkels worden omgezet in impulsen door de
Bewustwording van de waarneming vindt plaats in je:


Het deel van je zenuwstelsel dat door je wervelkolom loopt is je
ruggenmerg
zintuigen
hersenen
zenuwen

Slide 7 - Drag question

Welke typen zenuwcellen zie je in de afbeelding hieronder?
bewegingszenuwcel
gevoelszenuwcel
schakelzenuwcel

Slide 8 - Drag question

Er zijn 3 soorten zenuwcellen: gevoelszenuwcellen; bewegingszenuwcellen; en schakelzenuwcellen. Uit welke zenuwen bestaat de gemengde zenuw?
A
gevoelszenuw en bewegingszenuw
B
gevoelszenuw en schakelzenuw
C
schakelzenuw en beweginszenuw

Slide 9 - Quiz

Gevoelszenuwcellen geleiden impulsen van
naar                             .

De                             uitloper is verbonden met                        ,

De                         uitlopers zijn verbonden met andere                                .
Zet de juiste woorden op de lege plekken
Er blijven antwoorden over.
zintuigen
het centrale zenuwstelsel
lange
korte
een zintuig
zenuwcellen
het ruggenmerg of de hersenen
de huid

Slide 10 - Drag question

Bewegingszenuwcellen geleiden impulsen van 
naar                      .

De                       uitloper is verbonden met                       ,
de                       uitlopers zijn verbonden met andere                              .
Zet de juiste woorden op de lege plekken.
Er blijven antwoorden over
lange
korte
 het ruggenmerg of de hersenen 
 spieren of klieren
 een spier of een klier
 zenuwcellen 
het centrale zenuwstelsel
schakelzenuwcel 

Slide 11 - Drag question

Schakelzenuwcellen hebben alleen                      uitlopers, die zijn verbonden met                        .

Schakelzenuwcellen geleiden impulsen van                        naar           
                           .
Zet de juiste woorden op de lege plekken.
Let op: er blijven antwoorden over
korte
lange
andere zenuwcellen
een andere zenuwcel
de ene zenuwcel
de hersenen of het ruggenmerg
het centrale zenuwstelsel

Slide 12 - Drag question


Wat is waar?
1. De gevoelszenuwcellen liggen binnen het ruggenmerg.
2. De bewegingszenuwcellen liggen buiten het ruggenmerg.
A
Alleen 1 is waar.
B
Alleen 2 is waar.
C
Allebei zijn waar.
D
Beiden zijn niet waar.

Slide 13 - Quiz

Waar liggen de schakelzenuwcellen?
A
Volledig binnen het ruggenmerg.
B
Binnen het ruggenmerg of in de hersenen.
C
Zowel binnen als buiten het ruggenmerg.
D
Alleen in de hersenen.

Slide 14 - Quiz

Sleep de onderdelen naar de juiste plek.
schakelzenuwcel
cellichaam
gemengde zenuw
bewegingszenuw

Slide 15 - Drag question


Je hebt nu 10 vragen gemaakt. 
Hoe goed ken je de leerdoelen?
0100

Slide 16 - Poll

deel 2
Je gaat nu zelfstandig verder. 
Open de Lessonup § 4.4 deel 2 en werk deze door. 
Volgende les terugblik §4.1 t/m § 4.4

Slide 17 - Slide