Dierentaal

Dierentaal?
1 / 47
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Dierentaal?

Slide 1 - Slide

Intro
*Leerkracht toont stelling/vraag
*1 minuut om mening/antwoord te noteren 

Slide 2 - Slide

Dieren hebben een eigen taal. 

Slide 3 - Slide

Wat zijn kenmerken van "taal"? Wat maakt een taal dus "taal"?

Slide 4 - Slide

Dierlijke communicatie
≠ dierentaal

! focus deze les: verschil taal en communicatie ! 

Slide 5 - Slide

Charles Hockett: opdracht 2
IEDEREEN
Maak oefening 2a
Zijn stellingen 2c waar of niet waar? Leg uit. 

DIFFERENTIATIE
Je krijgt 1 dier toegewezen voor 2b 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Opdracht 2a
-Tweeledigheid/grammatica
-Verplaatsing
-Productiviteit

Slide 8 - Slide

Verplaatsing
Ik kan nu met jullie babbelen over de vakantie of de 100-dagen week.

≠ hier en nu

Slide 9 - Slide

Tweeledigheid/grammatica
Je hebt klanken
bv. m - a - n - t - e - r - s
Deze kan je ordenen tot woorden
bv. man - rent - terras
Deze woorden kan je weer tot zinnen vormen
bv. De man rent naar het terras.
Door ordening klanken andere woorden
bv. man vs. nam 

Slide 10 - Slide

Willekeurigheid
Stoel = voorwerp waarop je zit
Klanken ≠ verband met zitten ( s - t - o - e - l)
In andere taal andere woorden (chaise, chair)
=verschillende klanken voor 1 voorwerp 
= willekeurigheid

Slide 11 - Slide

Productiviteit
Klanken/woorden aanpassen = nieuwe betekenis
fiets, fietsje, racefiets, bakfiets
Oneindig aantal nieuwe combinaties mogelijk
De kat slaapt - De kat slaapt op de mat. - De kat slaapt op de zachte mat...

= eindeloze creativiteit met taal

Slide 12 - Slide

Metalinguïstiek
=wat ik nu doe

We kunnen via taal praten over taal. We kunnen mekaar corrigeren ovv taal, zinnen ontleden, betekenis van woorden verklaren...

Slide 13 - Slide

(Culturele) overdracht
Taal leer je van andere sprekers. Het is niet aangeboren. (Wolfskinderen!)

Slide 14 - Slide

Opdracht 2b
Bijen: verplaatsing. Ze kunnen communiceren over iets wat zich buiten de bijenkorf bevindt en dus niet onmiddellijk waarneembaar is.

Slide 15 - Slide

Opdracht 2b
Dolfijnen: ze gebruiken een zekere vorm van grammatica wanneer ze met mensen communiceren

Slide 16 - Slide

Opdracht 2c
Krabben: geen

Slide 17 - Slide

Mensen kunnen de communicatie van dieren beïnvloeden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Mensen kunnen de communicatie van dieren beïnvloeden.
Waar.

Dolfijnen gebruiken een zekere vorm van grammatica wanneer ze met mensen communiceren, maar die is niet in de natuur terug te vinden. Ook de gorilla’s uit de voorbeelden gebruikten een menselijk communicatiesysteem dat niet in de natuur terug te vinden is.

Slide 19 - Slide

Sommige diersoorten evenaren de menselijke taalcapaciteit.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

Sommige diersoorten evenaren de menselijke taalcapaciteit.
Niet waar. 

Sommige dieren hebben een gesofisticeerder systeem dan andere, maar de menselijke communicatie gaat veel verder. Geen enkel dier beschikt over een combinatie van de genoemde kenmerken van menselijke taal.

Slide 21 - Slide

De menselijke capaciteit om te liegen is een straf staaltje van taal.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

De menselijke capaciteit om te liegen is een straf staaltje van taal.
Waar. 

Mensen kunnen liegen en dus eigenlijk praten over dingen die niet bestaan (eigenlijk nog een stap verder dan praten over dingen die niet onmiddellijk waarneembaar zijn). Dat is iets wat dieren niet kunnen. Eigenlijk is dat dus een knap voorbeeld van de complexiteit en rijkdom van de menselijke taal.

Slide 23 - Slide

Dieren communiceren wel, maar beschikken niet over 'een taal'.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quiz

Dieren communiceren wel, maar beschikken niet over 'een taal'.
Waar. 

Dieren communiceren prima met elkaar, soms zelfs met mensen, maar het gebeurt niet op een talige manier.

Slide 25 - Slide

Opdracht 3
Kies uit:
1. Verplaatsing (over verleden, toekomst... praten)
2. Tweeledigheid/grammatica (bv. kat vs. tak)
3. Willekeurigheid (bv. walvis = groot dier, kort woord)
4. Productiviteit (oneindig nieuwe combinaties)
5. Metalinguïstiek (praten over taal)
6. (culturele) overdracht (leren taal door anderen)

Slide 26 - Slide

Opdracht 3
3a (Culturele) overdracht. Vleermuizen leren taal aan.

Slide 27 - Slide

Opdracht 3
3b willekeurigheid: roep heeft niets in zich dat naar dier verwijst

Slide 28 - Slide

Opdracht 3
3c verplaatsing: kunnen praten over iets dat ze hebben gezien (iets uit verleden dus)

Slide 29 - Slide

Opdracht 3
3d grammatica: ze combineren patronen om een boodschap te uiten (net zoals wij met zinnen doen)

Slide 30 - Slide

Opdracht 4

Slide 31 - Slide

Opdracht 4: geluid

Bijna alle diersoorten: honden die blaffen om gevaar te duiden, vogels die fluiten, katten die blazen, maar ook interessant: mollen zien niet goed, maar hebben een uitstekend gehoor. Mollen communiceren daarom ook via ondergrondse trillingen, die perfect hoorbaar voor ze zijn.

Slide 32 - Slide

Opdracht 4: geur
Mieren scheiden feromonen uit om de snelste weg naar een voedselbron te markeren. Ook interessant: honden kunnen ook ruiken of een andere hond gezond is. Bovendien kan je ze trainen om te ruiken of mensen bepaalde kankers hebben.

Slide 33 - Slide

Opdracht 4: kleur
Het bekendste voorbeeld is de kameleon, die van kleur verandert om zich te camoufleren en zijn gemoedstoestand te tonen.

Slide 34 - Slide

Opdracht 4: beweging/houding
Bijen die dansen om de richting en de afstand tot de voedselbron te duiden

Slide 35 - Slide

Opdracht 5

Slide 36 - Slide

Opdracht 5
Dieren (die met mensen samenleven) communiceren niet enkel met elkaar, maar ook met mensen, al gebeurt dat natuurlijk wel non-verbaal. Het is niet makkelijk om die communicatie correct te interpreteren, wat soms leidt tot misverstanden tussen dier en mens. Dieren zijn ook vatbaar voor onze non-verbale communicatie. Die is vaak krachtiger dan onze verbale. Zo voelen sommige dieren vaak onze gemoedstoestand aan.

Slide 37 - Slide

Opdracht 6
Vraag a + b

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Link

Begrijpt Stella mensentaal volgens jou?
A
Ja
B
Nee

Slide 40 - Quiz

Waarom willen mensen zo graag mensentaal aanleren aan dieren?

Slide 41 - Open question

Waarom willen mensen zo graag mensentaal aanleren aan dieren? 

Mensen willen dieren begrijpen en willen dat dieren hen ook begrijpen. Omdat dieren enkel non-verbaal kunnen communiceren, leidt dat wel eens tot misverstanden. Door dieren talige elementen aan te leren, zou de communicatie vlotter kunnen verlopen.

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Link

Vat in vijftal zinnen kern samen
-Met buur
-2 minuten de tijd

Slide 44 - Slide

! Blauwe kader p. 130 ! 

Slide 45 - Slide

Opdracht 8 : groepspresentatie
Olifanten
Wolven
Zangvogels
Honingbijen
Katten
Salamanders
Mieren
Apen
Honden
Vleermuizen

Slide 46 - Slide

Planning
VERPLICHT
-Groepspresentatie afwerken + uploaden
VOOR DE SNELLE WERKERS
1. Kies een boek voor de boekopdracht en geef je keuze door via weblinks. De vereisten zijn:
*15+ - fictie - niet-verfilmd
2. We zullen ons binnenkort verdiepen in het hoger onderwijs en hoe lessen er juist uit zullen zien. Denk verder na over je studiekeuze, zoek info op over de richting, je campus, je lessenpakket...

Slide 47 - Slide