230307_H3D_leesvaardigheid

WELKOM!

Ga rustig op je plek zitten.

Spullen op tafel. Laptop dicht.

Zet je tas op de grond.

Pak je leesboek en ga lezen.



timer
15:00
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

WELKOM!

Ga rustig op je plek zitten.

Spullen op tafel. Laptop dicht.

Zet je tas op de grond.

Pak je leesboek en ga lezen.



timer
15:00

Slide 1 - Slide

Alles op een rij tot nu toe
Lesdoelen
Dit moet je ook (nog) weten
Aan het werk
Afsluiten: toets volgende les
Zo weet je alles...

Slide 2 - Slide

Aan het eind van deze les kun je...

- verschillende tekstdoelen benoemen
- aangeven of een tekst subjectief of objectief is
- de hoofd- en bijzaken in een tekst bepalen
Lesdoelen

Slide 3 - Slide

  1. tekstverbanden - welke zijn er
  2. signaalwoorden - welk signaalwoord bij welk tekstverband
  3. onderwerp en hoofdgedachte 
  4. begin - slot van een tekst



Alles op een rij tot nu toe

Slide 4 - Slide

  1. tekstdoelen
  2. objectief - subjectief
  3. hoofdzaak-bijzaak
Dit moet je ook weten

Slide 5 - Slide

  • een informerende tekst > informeren
  • een uiteenzettende tekst > instrueren
  • beschouwende tekst > mening vormen
  • betogende tekst > overtuigen
  • activerende tekst > activeren
  • amuserende tekst > amuseren
Dit moet je ook weten: tekstdoelen 

Slide 6 - Slide

Objectief:
Informerende en uiteenzettende teksten zijn objectief.
> controleerbare feiten
> geen mening van de schrijver.

Subjectief:
Betogende, beschouwende en activerende teksten zijn subjectief.
> mening van de schrijver komt duidelijk naar voren.


Dit moet je ook weten: objectief - subjectief
Let op: de schrijver geeft ook de nodige informatie om zijn mening te ondersteunen.

Slide 7 - Slide

  • Hoofdzaken > wat belangrijk is in een tekst.
  • Hoofdzaken lees je vaak in de inleiding, in het slot en in de kernzin van elke alinea.
  • Door te bedenken wat het onderwerp is vind je de hoofdzaak ook beter.



Dit moet je ook weten: hoofdzaken - bijzaken
Hoe vind je het onderwerp?
1. Titel
2. Eerste zinnen/alinea
3. Tussenkopjes
4. Anders gedrukte woorden
5. Illustratie
6. Bronvermelding
Bijzaken > 
  • vind je in een uitleg of voorbeeld (na een hoofdzaak).

Slide 8 - Slide

Wat? Teksten maken en nakijken (van voor de vakantie).
Heb je de teksten af? Dan kun je met het nakijkmodel op Teams kijken hoe je het hebt gedaan.
Daarna? Maak opdracht 1 en 2 (Lezen blok 2), blz. 77-81.
> deze antwoorden komen ook in Teams.
> dit lijkt op je toets, dus handig om te oefenen!
Hoe? Op de bijlage (oefenteksten) of in je schrift (opdrachten uit het boek).


timer
20:00
Aan het werk

Slide 9 - Slide

tekstverbanden - welke zijn er
signaalwoorden - welk signaalwoord bij welk tekstverband
onderwerp en hoofdgedachte
begin - slot van een tekst
tekstdoelen
objectief - subjectief
hoofdzaken - bijzaken
Zo weet je alles...

Slide 10 - Slide

14 maart: maak opdracht 1 en 2 (Lezen blok 2), blz. 77-81.
> we kijken het dan na.

Toets 21 maart: wat moet je leren?
> De theorie van blok 1 en 2 Lezen (boek).
> De theorie die we hebben behandeld en herhaald in de les.

Afsluiten

Slide 11 - Slide