Je wilt weten hoe vaak gedrag voorkomt. Je gaat het gedrag turven.
Je wilt weten hoe dingen verlopen. Je schrijft objectief gedrag op.
Slide 5 - Drag question
Voorbeeld 1
Lees de volgende casus en bedenk of dit een voorbeeld is van kwalitatief observeren of juist kwantitatief observeren?
'In het geval van Meike noteer je om de 20 seconden wat Meike doet tijdens de uitleg van een activiteit. Na afloop van de observatie tel je hoe vaak je iedere gedraging hebt gezien. Je kijkt ook of je een patroon kunt ontdekken in de tijdsperiode. Deze informatie neem je mee in je interpretatie'.
Slide 6 - Slide
Intervalobservatie
Op het moment dat je het gedrag van een kind nog niet helemaal helder gesteld hebt, kun je het gedrag nog een aantal keer observeren, dit noem je intervalobservatie.
Slide 7 - Slide
Lesopdracht
De klas wordt verdeeld in twee groepen (team A - team B).
Groep A vormt een team en neemt plaats in de binnen kring. Teambespreking over het organiseren van een klassenuitje + opdracht.
Groep B observeert en neemt plaats in de buitenkring. Observeren + opdracht (kwalitatief en kwantitatief)
Slide 8 - Slide
Eindopdracht 4.3
Lees paragraaf 8.3 en maak de opdrachten in je werkboek. Maak een foto voor in je document.