Gisteren gedaan: schrijven over de verleden tijd 2

Schrijven over de verleden tijd - les 2

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorISKISK

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Schrijven over de verleden tijd - les 2

Zij hebben een pizza bestelt.


A

Goed

B

Fout

C

Answer C

D

Answer D

Hij heeft de fles frisdrank geopent.


A

Goed

B

Fout

C

Answer C

D

Answer D

Zij hebben pasta gekookt.


A

Goed

B

Fout

C

Answer C

D

Answer D

Zij heeft met haar vriendinnen gelunchd.

A

Goed

B

Fout

C

Answer C

D

Answer D

Ezelsbruggetje


Je kunt de letters t - x - k - f - s - ch - p goed onthouden door ze in een woord te plaatsen:


't ex-kofschip

soft ketchup

't sexy fokschaap


Let op!

De regel geldt alleen voor de medeklinkers.

Leerdoel

Vandaag:

Je leert hoe je zinnen met speciale werkwoorden moet maken.




Na de lessenserie:

Je kunt een verslag schrijven over iets dat je gedaan hebt.

Welk werkwoord is anders?

Ik heb gesport.

Ik heb boodschappengedaan.

Ik heb huiswerk gemaakt.

Ik heb met de hond op het strand gewandeld.

Goed of niet?

Ik heb goed geslaapt.


Ik heb lekker gegeet.


Ik heb bloemen gekoopt.

Goed of niet?

Ik heb goed geslapen.


Ik heb lekker gegeten.


Ik heb bloemen gekocht.

Speciale werkwoorden

Normale werkwoorden: Gebruik de regel van Soft Ketchup.


Maar er zijn ook speciale werkwoorden. We hebben dan geen regel.

Je moet de vorm uit je hoofd leren.


voorbeelden:

doen - gedaan

hebben - gehad

gaan - gegaan


Oefenen met speciale werkwoorden

Lees de opdracht goed door.


Gebruik de lijst met onregelmatige werkwoorden in Disk (grammatica opdracht 14).


Ben je klaar? Lever je blad in.



soft ketchup

t - x - k - f - s - ch - p

Sommige werkwoorden gebruiken we zonder ge-

beleven De leerlingen hebben vandaag veel beleefd.

vertellen Ik heb je alles verteld.

ontmoeten Wij hebben elkaar op school ontmoet.

herhalen De docent heeft de opdracht herhaald.

gedragen Zij heeft een nieuwe jas gekocht.

ervaren Wij hebben veel nieuwe dingen ervaren.


Regel:

Begint het werkwoord met be-, ver-, ont-, her-, ge-, er-?

Gebruik dan geen (extra) ge- aan het begin van het werkwoord.