ZELFREGULATIE · HORMONEN
Quiz
Terugblik: Hormonale regulatie
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Quiz
Terugblik: Hormonale regulatie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Sander van Ginkel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Welke klier heeft een afvoerbuis en geeft ook hormonen aan het bloed?
De alvleesklier
De speekselklier
De schildklier
De bijnier
De alvleesklier maakt alvleessap (afvoerbuis) en insuline en glucagon (bloed). Verwachte fout: de speekselklier, die alleen exocrien is.
Welke klieren stuurt de hypofyse aan?
Alvleesklier, nieren en lever
Alleen de alvleesklier en de nieren
Schildklier, bijnieren, eierstokken en teelballen
Alleen de speekselklieren en de lever
De hypofyse stuurt onder meer de schildklier, bijnieren, eierstokken en teelballen aan. Verwachte fout: de alvleesklier kiezen.
Vul in
Bij negatieve terugkoppeling remt de uitwerking de klier, bij positieve terugkoppeling versterkt de uitwerking de afgifte.
Negatief remt en stabiliseert, positief versterkt. Verwachte fout: de twee omdraaien.
Zet op volgorde, van oorzaak tot gevolg
Eerst de prikkel, dan de klier, dan de binding aan de receptor van het doelwitorgaan, dan de reactie. Verwachte fout: de receptor overslaan.
Je schrikt en adrenaline komt vrij. Wat gebeurt er met je spieren?
Ze krijgen minder bloed
Ze maken meer EPO
Ze krijgen meer bloed en meer glucose
Ze nemen minder glucose op
Adrenaline zorgt voor meer bloed naar de spieren en meer glucose uit de lever. Verwachte fout: EPO kiezen.
Iemand heeft een traag werkende schildklier. Wat is het gevolg?
Een lagere stofwisseling en minder warmte
Een hogere stofwisseling en meer warmte
Een sneller kloppend hart
Meer insuline in het bloed
Te weinig schildklierhormoon geeft een lagere stofwisseling. Verwachte fout: een hogere stofwisseling kiezen.
Waarom is de schildklier endocrien?
Antwoord: de schildklier heeft geen afvoerbuis en geeft hormonen af aan het bloed. Verwachte fout: alleen zeggen dat de schildklier hormonen maakt.
Welke situatie is een voorbeeld van positieve terugkoppeling?
Veel schildklierhormoon remt de hypofyse
Meer insuline laat glucose dalen, dus minder insuline
Meer zuurstof in het bloed geeft minder EPO
Weeën geven meer oxytocine, dat de weeën versterkt
Alleen bij de bevalling versterkt de uitwerking de afgifte. De andere drie zijn negatieve terugkoppeling. Verwachte fout: het insulinevoorbeeld kiezen.
Welk hersendeel stuurt de hypofyse aan?
Antwoord: de hypothalamus. Verwachte fout: de hypofyse zelf of de hersenstam noemen.
Welke uitspraak over insuline en glucagon klopt?
Ze worden allebei door de schildklier gemaakt
Ze hebben een tegengesteld effect op de glucoseconcentratie
Ze verhogen allebei de glucoseconcentratie
Ze verlagen allebei de glucoseconcentratie
Insuline verlaagt, glucagon verhoogt de glucoseconcentratie, beide uit de eilandjes van Langerhans. Verwachte fout: denken dat ze samenwerken in dezelfde richting.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Goed gedaan!
Je kent nu hormonen, hormoonklieren en de regelkringen van glucose, schildklierhormoon, adrenaline en EPO.
This item has no instructions