Nask1 Nova M3 SO H1 versie A

 Nask1   SO H1 "Elektriciteit"   
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

 Nask1   SO H1 "Elektriciteit"   

Slide 1 - Slide

Voordat je begint...
1. Geen telefoon anders dan gericht op je scherm.
2. Lees bij iedere opdracht zorgvuldig wat je moet doen.
3. Sla geen opdracht over. Je kan niet terug naar een opgave,
4. Klik bij een open vraag altijd eerst op bewaren. 
Ga daarna pas verder!
5. Vergeet niet om de toets in te leveren als je klaar bent.

Slide 2 - Slide

Ik verklaar dat ik de toets zelf maak en dat ik geen hulpmiddelen (behalve Binas) gebruik.
A
Ja

Slide 3 - Quiz

Klaar om te beginnen?
De toets bestaat uit 21 vragen.
Je kunt 41 punten scoren.

Veel succes!

Slide 4 - Slide

Vraag 1

Een elektrische stroomkring kun je vergelijken met een cv-installatie.
Welk onderdeel in de stroomkring heeft dezelfde functie als de pomp in de cv-installatie?


A
De stroomdraden
B
Een lampje
C
Een schakelaar
D
Een spanningsbron

Slide 5 - Quiz

Vraag 2

In een schakeling zijn drie lampjes parallel geschakeld.
Welke bewering over de stroomsterkte in deze schakeling is waar?

A
De stroomsterkte is overal in de stroomkring gelijk.
B
De totale stroomsterkte is gelijk aan de stroomsterkte door het eerste lampje. lampje
C
De totale stroomsterkte is gelijk aan de stroomsterkte door het laatste lampje.
D
De totale stroomsterkte vind je door de stroomsterktes door de drie lampjes bij elkaar op te tellen.

Slide 6 - Quiz

Vraag 3

Wat is de afkorting (symbool) van de stroomsterkte?
A
A
B
I
C
mA
D
ml

Slide 7 - Quiz

Vraag 4

Welke kleur heeft een fasedraad?
A
blauw
B
zwart
C
geel/groen
D
bruin

Slide 8 - Quiz

Vraag 5

Welke kleur heeft de nuldraad?
A
blauw
B
zwart
C
geel/groen
D
bruin

Slide 9 - Quiz

Vraag 6

Wat is de eenheid van het vermogen?


A
Ampère
B
Volt
C
Watt
D
Joule

Slide 10 - Quiz

Vraag 7

Wat is de eenheid van elektrische energie?
A
kilouur
B
kilowatt
C
kilowattuur
D
wattuur

Slide 11 - Quiz

Vraag 8

Een broodrooster van 380 W is aangesloten op een spanning
van 230 V. De broodrooster staat aan.
Hoe groot is de elektrische stroom die door de broodrooster loopt?
A
0,016 A
B
0,6 A
C
1,65 A
D
87,4 A

Slide 12 - Quiz

Vraag 9

Reken om:
0,002 A = ........mA
30 mA = .........A

Slide 13 - Open question

Vraag 10

Reken om:
75 W = ........kW
0,35 kW = ........W

Slide 14 - Open question

Vraag 11
Jasper maakt een serieschakeling met 3 lampjes. Hij sluit de schakeling aan op een batterij. Jasper wil de stroomsterkte door het middelste lampje meten. Leg uit op welke plaatst of plaatsen hij de stroommeter in de schakeling moet opnemen.

Slide 15 - Open question

Vraag 12

Karel schakelt drie fietslampjes parallel. Door elk lampje gaat een stroom van 0,3 A. Karel schrijft op: "De totale stroom door de schakeling is 0,9 A".
Leg uit of Karel gelijk heeft.

Slide 16 - Open question

Vraag 13

Karel schakelt nu de 3 fietslampjes in serie.
Door elk lampje loopt een stroom van 0,25 A.
Leg uit hoe groot de totale stroomsterkte is voor deze schakeling.

Slide 17 - Open question

Vraag 14

Een broodrooster van 850 W staat 15 minuten aan.
Bereken het energieverbruik van de broodrooster.

Slide 18 - Open question

Vraag 15
Op een groep van de huisinstallatie (230 V) worden de volgende apparaten aangesloten: een strijkijzer van 1200 W, een wasmachine van 2600 W en een tv van 115 W.
Bereken de stroomsterkte door elk apparaat.

Slide 19 - Open question

Vraag 16
Op een groep van de huisinstallatie (230 V) worden de volgende apparaten aangesloten: een strijkijzer van 1200 W, een wasmachine van 2600 W en een tv van 115 W.
Bereken het totale vermogen van de groep.

Slide 20 - Open question

Vraag 17

Het totale vermogen op een groep van een huisinstallatie (230 V) is 3910 W.
De groep is beveiligd door een zekering van 16 A.
Laat met een berekening zien of de zekering gaat smelten of niet.

Slide 21 - Open question

Vraag 18

Nathalie gaat op vakantie. Ze vergeet twee lampen van elk 15 W uit te doen.
Bereken het energieverbruik als de lampen de hele vakantie (2 weken lang) branden.

Slide 22 - Open question

Vraag 19
Thea en Liesbeth zeggen allebei iets over zekeringen.
Thea zegt: "Een zekering voorkomt brand".
Liesbeth zegt: " Een zekering voorkomt kortsluiting".
Leg uit wie er gelijk heeft.

Slide 23 - Open question

Vraag 20

Leg uit wat overbelasting is.

Slide 24 - Open question

Vraag 21

Leg uit wat randaarde is.

Slide 25 - Open question