Inrichting en sfeer Fd

Inrichting en sfeer
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Inrichting en sfeer

Slide 1 - Slide

ruimtes inrichten

Slide 2 - Mind map

Waar let je op bij het inrichten?
  • Praktisch
  • Logisch
  • Overzichtelijk
  • Looproutes
  • Opgeruimd

Slide 3 - Slide

Doelgroep en functie van de ruimte

Je moet bij het inrichten van een ruimte rekening houden met: 
  • de doelgroep en de functie van de ruimte.
  •  Is het een verblijfs-, verpleeg-, opvang- of recreatieruimte?
  • Leefsituatie (wonen, geld, vrije tijd, school/werk, gezondheid, sociale omgeving)
  • Leeftijd

Slide 4 - Slide

Professioneel een kamer inrichten
  1. algemene veiligheid
  2. brandveiligheid
  3. hygiëne 
  4. goede sfeer  

Slide 5 - Slide

Toegankelijkheid van gebouwen

Slide 6 - Slide

Schoonmaken van verschillende materialen.

Hout

Kunstof

Metalen

Graniet

Composiet

Tegelvloer


Slide 7 - Slide

Activiteitenplek: ………………………………….

1. Moeten er dingen aan de muur kunnen hangen (tekeningen, poster,                    spiegel)?
2. Zijn er speciale accessoires nodig (attributen, planten, kussens, knuffels)?
3. Wat voor type, kleur en soort meubilair hoort bij deze plek?
4. Moeten wand, vloer of plafond een speciaal accent krijgen?
5. Is er speciale verlichting nodig bij deze plek?

Slide 8 - Slide

voorbeeld
Plek om verhaaltjes te luisteren, boekjes kijken, knuffelen 
• Hang posters of zelfgemaakte tekeningen op van populaire figuren uit boeken die kinderen lezen. Denk ook aan de mogelijkheid om wissellijsten te gebruiken waar je regelmatig een nieuwe leesfavoriet in tentoonstelt.

• Boekjes kijken is vaak tevens een moment van rust. Attributen die bij een voorleeshoek passen zijn bijvoorbeeld zachte kussens, knuffels of handpoppen die gebruikt kunnen worden. worden bij het voorlezen. 

Slide 9 - Slide

Sfeer creëer je o.a. door
  • kleurgebruik
  • verlichting
  • accessoires
  • materialen aan de muur

Slide 10 - Slide

Kleurtheorie

Slide 11 - Slide

Wat betekent de kleur
rood?

Slide 12 - Mind map

Rood
Rood is een krachtige en vrolijke kleur die energie geeft. Rood zorgt ervoor dat een vertrek een intieme en warme uitstraling krijgt

Slide 13 - Slide

Wat betekent de kleur
geel?

Slide 14 - Mind map

Geel
Geel is de kleur van zonneschijn. Het wordt geassocieerd met vreugde, geluk, verstand en energie. Geel produceert een verwarmend effect, stimuleert vrolijkheid, stimuleert mentale activiteiten en stimuleert spierenergie. Met geel haal je vrolijkheid en een positieve sfeer in huis.

Slide 15 - Slide

Wat betekent de kleur
blauw?

Slide 16 - Mind map

Blauw
Blauw is de kleur van de lucht en de zee. Het wordt vaak geassocieerd met diepte en stabiliteit. Blauw wordt beschouwd als gunstig voor de geest en het lichaam. Blauw zorgt voor een rustig gevoel. 

Slide 17 - Slide

Wat betekent de kleur
groen?

Slide 18 - Mind map

Groen 
Bij deze kleur denk je meteen aan de natuur. Groen is een levendige kleur die ontspannend werkt. Het geeft je een gevoel van energie en frisheid. 

Slide 19 - Slide

Basis verlichting
Taak verlichting
Accent verlichting
Sfeer verlichting
Voorwerpen benadrukken
Praktische functie
verlicht ruimte egaal
Om sfeer te creeeren

Slide 20 - Drag question

Decoratie

Decoratie betekent (tijdelijke) versiering.
Voorbeelden van decoratie:
  • Kussens,
  • Kaarsen,
  • Bloemstukken,
  • Lampen,
  • Posters,
  • Schilderijen, Beelden, Vazen.


Slide 21 - Slide

Wat is geen functie van decoratie?
A
Opvullen van lege ruimtes
B
Gebruiks gemak
C
Sfeer aanbrengen van een ruimte
D
Om een ruimte mee schoon te houden

Slide 22 - Quiz

Wonen en leven
spellen en ontspanning
Samen eten en drinken
Gezellig samen zijn 
Eetzaal
Activiteitenruimte
Woonruimte
Ontmoetingsruimte

Slide 23 - Drag question

Advies
  • Eetzaal: gezellig gedekte tafel, verlichting, de tafels in groepjes verdeeld
  • Activiteitenruimte: Themaposters ophangen, ruimte aanpassen aan de activiteit.
  • Woonruimte: persoonlijke spullen, zorgvrager moet zich zelfstandig kunnen redden en let op veiligheid.
  • Ontmoetingsruimte: veel sfeer uitstralen, sfeervolle verlichting, toegankelijk voor iedereen

Slide 24 - Slide

Aan de slag
opdracht 1 t/m 5

Slide 25 - Slide

Opdracht 1 t/m 2b

Slide 26 - Slide

Wat vond je van deze les?
A
B
C

Slide 27 - Quiz