Empathie en Gevoelens Spel (10min)
Passend bij leerdoel 3: Gevoelens van jezelf en van anderen benoemen
Uitleg aan de klas (2min)
Leg uit dat leerlingen gaan nadenken over hoe jij je zou voelen in verschillende situaties. Vertel dat ze bij elke situatie twee vragen moeten beantwoorden:
1) Hoe jij je voelt - Hoe zou jij je voelen in deze situatie?
2) Hoe de ander zich voelt - Hoe denk je dat de andere persoon zich voelt?
Introduceert de voorbeeldzinnen:
Voorbeeld: Je hebt hard gewerkt aan een project, maar je krijgt een laag cijfer.
Hoe jij je voelt: teleurgesteld, verdrietig, misschien boos.
Hoe de ander (leraar) zich voelt: Professioneel, misschien streng, vindt het belangrijk dat je leert
Werkblad invullen (5 min)
Deel het werkblad uit. Link:
Vraag de leerlingen om de eerste situatie zelfstandig in te vullen, met eigen antwoorden op beide vragen.
Interviewronde (5 min)
Laat de leerlingen door de klas lopen en minstens één andere leerling interviewen over dezelfde situatie.
Ze stellen de vragen:
“Hoe zou jij je voelen in deze situatie?”
“Hoe denk je dat de ander zich voelt?”
De leerlingen noteren kort het antwoord van hun klasgenoot op het werkblad.