This lesson contains 56 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 90 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Normtempo 2.2 2A
Binnen is beginnen
timer
15:00
Slide 2 - Slide
Deze les 2F
Voorstellen
Hoe werk je bij M&N?
Instructie
Zefstandig werken
Afsluiten
timer
15:00
Slide 3 - Slide
Benodigdheden voor M&N
Boek: deel 1A Nova NaSk
Device (laptop)
Pen
Potlood/gum/geodriehoek
Rekenmachine
Schrift voor aantekeningen
Slide 4 - Slide
Belangrijke klascodes M&N. 2A
Nova NaSk klascode
BvJ klascode
Lesson up klascode 2A zdyfz
Slide 5 - Slide
Belangrijke klascodes M&N. 2F
Nova NaSk klascode
BvJ klascode
Lesson up klascode 2F ompgg
Slide 6 - Slide
Leerdoelen
Leerdoelen voor deze les noteren
Je kent verschillende stofeigenschappen
Je weet wat pictogrammen betekenen
Slide 7 - Slide
Aan de slag
Wat ga je doen? Normtempo Nova NaSk paragraaf 1
Grote ronde
Kleine ronde
Observeren
timer
15:00
Slide 8 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Boek, laptop en etui op tafel.
Leerdoel voor deze les noteren
Aan de slag -> fluisterend overleg
Instructie
Aan de slag -> fluisterend overleg
Afsluiten van de les
timer
20:00
Slide 9 - Slide
Wat weet je nog van de vorige les?
Slide 10 - Mind map
Leerdoel
Ik kan uitleggen wat een molecuul is, het verschil aangeven tussen zuivere stoffen en mengsels en uitleggen uit welke soorten moleculen zuivere stoffen en mengsels bestaan.
Ik kan oplossingen en suspensies onderscheiden en beschrijven hoe je stoffen kunt scheiden door extraheren of filtreren.
Slide 11 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Veel stoffen zijn opgebouwd uit kleine deeltjes. Deze deeltjes worden moleculen genoemd.
Slide 12 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Veel stoffen zijn opgebouwd uit kleine deeltjes. Deze deeltjes worden moleculen genoemd.
Zuivere stoffen bestaan uit een soort molecuul.
Alle moleculen in een zuivere stof zien er hetzelfde uit.
Slide 13 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Veel stoffen zijn opgebouwd uit kleine deeltjes. Deze deeltjes worden moleculen genoemd.
Zuivere stoffen bestaan uit een soort molecuul.
Alle moleculen in een zuivere stof zien er hetzelfde uit.
Kristalsuiker is een voorbeeld van een zuivere stof.
Slide 14 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Als meerdere zuivere stoffen worden samengevoegd ontstaat er een mengsel.
Slide 15 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Als meerdere zuivere stoffen worden samengevoegd ontstaat er een mengsel.
Mengsels bestaan uit meerdere soorten moleculen.
De moleculen in een mengsel zien er verschillend uit.
Slide 16 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Als meerdere zuivere stoffen worden samengevoegd ontstaat er een mengsel.
Mengsels bestaan uit meerdere soorten moleculen.
De moleculen in een mengsel zien er verschillend uit.
Frisdranken zijn voorbeelden van mengsels.
Slide 17 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering:
Slide 18 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
Slide 19 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
emulsie:
Slide 20 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
emulsie: boter
Slide 21 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
emulsie: boter
oplossing:
Slide 22 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
emulsie: boter
oplossing: thee
Slide 23 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
emulsie: boter
oplossing: thee
suspensie:
Slide 24 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Mengsels kun je indelen in verschillende groepen:
legering: messing
emulsie: boter
oplossing: thee
suspensie: chocomelk
Slide 25 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Oplossingen
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt helder, dan heb je te maken met een oplossing.
Slide 26 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Oplossingen
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt helder, dan heb je te maken met een oplossing.
Een voorbeeld van een oplossing is thee.
Slide 27 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Oplossingen
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt helder, dan heb je te maken met een oplossing.
Een voorbeeld van een oplossing is thee.
De geur, kleur en smaak deeltjes zijn zo klein dat ze niet meer zichtbaar zijn.
Slide 28 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Oplossingen
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt helder, dan heb je te maken met een oplossing.
Een voorbeeld van een oplossing is thee.
De geur, kleur en smaak deeltjes zijn zo klein dat ze niet meer zichtbaar zijn.
Een oplossing bevat een oplosmiddel (vloeistof)
Slide 29 - Slide
Maak de zin kloppend. Je hebt een flesje gevuld met limonade. Na een halve dag zie je dat de limonade er nog hetzelfde uitziet als toen je het flesje vulde. De limonade is een ……………………...
Slide 30 - Open question
Zuivere stoffen en mengsels
Oplossingen
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt helder, dan heb je te maken met een oplossing.
Een voorbeeld van een oplossing is thee.
De geur, kleur en smaak deeltjes zijn zo klein dat ze niet meer zichtbaar zijn.
Een oplossing bevat een oplosmiddel (vloeistof)
Een oplossing blijft ALTIJD gemengd.
Slide 31 - Slide
Water met zout erin is na goed schudden een
A
Suspensie
B
Oplossing
Slide 32 - Quiz
Zuivere stoffen en mengsels
Oplossingen
Als je een vastestof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt helder, dan heb je te maken met een oplossing.
Een voorbeeld van een oplossing is thee.
De geur, kleur en smaak deeltjes zijn zo klein dat ze niet meer zichtbaar zijn.
Een oplossing bevat een oplosmiddel (vloeistof)
Een oplossing blijft ALTIJD gemengd.
of vloeistof/gas
Slide 33 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Suspensies
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt troebel, dan heb je te maken met een suspensie.
Slide 34 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Suspensies
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt troebel, dan heb je te maken met een suspensie.
Een voorbeeld van een suspensie is verf.
Slide 35 - Slide
Zijn de zinnen juist of onjuist? I Een suspensie is altijd troebel. II Een oplossing is altijd een mengsel.
A
Beide zinnen zijn juist
B
Zin I is onjuist, zin II is juist
C
Zin I is juist, zin II is onjuist
D
Beide zinnen zijn onjuist
Slide 36 - Quiz
Maak de zin kloppend. Op sommige verpakkingen kun je lezen ‘schudden voor gebruik’. Het product dat in de verpakking zit is een …………………………...
Slide 37 - Open question
Jan heeft twee reageerbuisjes. In het eerste doet hij zout en in het tweede zand. Hij vult de reageerbuisjes vervolgens met water en schudt ze goed. Hoe noem je mengsels die zo ontstaan?
A
in beide reageerbuisjes zit een suspensie
B
in eerste reageerbuisje zit een suspensie, in de tweede een oplossing
C
in eerste reageerbuisje zit een oplossing, in de tweede een suspensie
D
in beide reageerbuisjes zit een oplossing
Slide 38 - Quiz
Zuivere stoffen en mengsels
Suspensies
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt troebel, dan heb je te maken met een suspensie.
Een voorbeeld van een suspensie is verf.
Een suspensie is een vloeistof waarin een fijn verdeelde vaste stof zweeft.
Slide 39 - Slide
Welk stelling is waar?
A
Een zuivere stof bestaat uit meer dan één stof
B
Een zuivere stof bestaat uit precies één stof
C
Sommige zuivere stoffen bestaan uit één stof, sommige uit meer
Slide 40 - Quiz
Zuivere stoffen en mengsels
Suspensies
Een ander voorbeeld van een suspensie is een mengsel van grond en water.
Slide 41 - Slide
Een suspensie is een
A
Mengsel van twee vloeistoffen
B
Mengsel van twee vaste stoffen
C
Mengsel van een vloeistof en een vaste stof
D
Een zuivere stof
Slide 42 - Quiz
Zuivere stoffen en mengsels
Suspensies
Een ander voorbeeld van een suspensie is een mengsel van grond en water.
Als je een suspensie een tijdje laat staan dan zakt de vaste stof naar de bodem.
We noemen dit bezinken.
Slide 43 - Slide
Zijn de zinnen juist of onjuist? I Een oplossing is altijd helder. II Een suspensie is doorzichtig.
A
Beide zinnen zijn juist
B
Zin I is onjuist, zin II is juist
C
Zin I is juist, zin II is onjuist
D
Beide zinnen zijn onjuist
Slide 44 - Quiz
Zuivere stoffen en mengsels
Filtreren
Je kunt stoffen in een mengsel op allerlei manieren van elkaar scheiden. Een suspensie kun je scheiden door te filtreren.
Slide 45 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Filtreren
Je kunt stoffen in een mengsel op allerlei manieren van elkaar scheiden. Een suspensie kun je scheiden door te filtreren.
De vaste deeltjes blijven achter in het filter: residu
Slide 46 - Slide
Wat is het filtraat als je koffiezet met een koffiezetapparaat?
A
de gemalen koffie die je uit het pak in het filter schept
B
het hete water dat op de gemalen koffie druppelt
C
pas gezette koffie in de kan onder het filter
D
het koffiedik wat in het filter achter blijft
Slide 47 - Quiz
Zuivere stoffen en mengsels
Filtreren
Je kunt stoffen in een mengsel op allerlei manieren van elkaar scheiden. Een suspensie kun je scheiden door te filtreren.
De vaste deeltjes blijven achter in het filter: residu
De vloeistof die door het filter heen gaat: filtraat.
Slide 48 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Extraheren
Je kunt stoffen in een mengsel op allerlei manieren van elkaar scheiden. Extraheren wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het zetten van koffie of thee.
Slide 49 - Slide
Zuivere stoffen en mengsels
Extraheren
Je kunt stoffen in een mengsel op allerlei manieren van elkaar scheiden. Extraheren wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het zetten van koffie of thee.
Je gebruikt een vloeistof (oplosmiddel) om de geur, kleur en smaakstoffen uit de koffiebonen of theeblaadjes te halen.
Slide 50 - Slide
Je kunt geur- en smaakstoffen uit plantendelen halen door ze in een geschikt oplosmiddel te leggen. Hoe noem je deze manier om stoffen uit planten te winnen?
A
filtreren
B
extraheren
C
oplossen
Slide 51 - Quiz
Wat is het residu als je koffiezet met een koffiezetapparaat?
A
de gemalen koffie die je uit het pak in het filter schept
B
het hete water dat op de gemalen koffie druppelt
C
pas gezette koffie in de kan onder het filter
D
het koffiedik wat in het filter achter blijft
Slide 52 - Quiz
Slide 53 - Slide
Welk van onderstaande dranken maak je door te extraheren?
A
limonade
B
wijn
C
thee
D
cola
Slide 54 - Quiz
Aan de slag
Wat
Hoofdstuk 2 paragraaf 2
Hoe
Lees eerst de tekst van paragraaf 2 door, maak daarna de opdrachten
Hulp
1) boek 2) lesson-up 3) docent
Tijd
30 minuten
Klaar
Opdrachten af? Controleer of je de opdrachten juist gemaakt hebt!
Ga aan de slag met Flitskaarten & Test jezelf in de online methode!
timer
30:00
Slide 55 - Slide
Check je Leerdoelen
Ik kan uitleggen wat een molecuul is, het verschil aangeven tussen zuivere stoffen en mengsels en uitleggen uit welke soorten moleculen zuivere stoffen en mengsels bestaan.
Ik kan oplossingen en suspensies onderscheiden en beschrijven hoe je stoffen kunt scheiden door extraheren of filtreren.