1 Tijdens het spel in de BKO merkt de begeleider dat enkele kinderen een nieuw spel niet goed begrijpen. Ze legt de regels uit, maar laat hen daarna zelf proberen en ontdekken. Ze blijft wel aanwezig om te helpen waar nodig.
2. Wanneer een kind vals speelt, blijft ze rustig en toont ze door haar eigen gedrag hoe je eerlijk kunt spelen.
3. De begeleider ziet uit haar ooghoek Milan vallen vanuit de klimtoren buiten. De begeleider rent ernaar toe met een ijszak, troost hem en controleert of hij verder kan spelen.
4. Daarna bespreekt ze met haar collega wat er gebeurd is zodat deze ook weet wat er aan de hand is en ze beiden Milan wat extra kunnen opvolgen.
5. Ze checkt nog even de procedures uit de opvang rond 'ongevallen' en merkt op dat ze correct handelde.
6. Wanneer de mama Milan komt halen, spreekt de begeleider haar aan om kort te vertellen wat er gebeurde en vraagt om Milan eventueel thuis ook nog wat verder op te volgen.