P1, week 4 Module 1 1.7 tm 1.9

Benodigdheden

  • Werkblad ‘opvoedingsmiddelen’ kopie of in wisbordjes doen

  • Placemat – kopie

  • Thieme – klascode aangemaakt?

1 / 31
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogisch werkMBOStudiejaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Benodigdheden

  • Werkblad ‘opvoedingsmiddelen’ kopie of in wisbordjes doen

  • Placemat – kopie

  • Thieme – klascode aangemaakt?

Pedagogiek
Periode 1, module 1, les 3

De wetenschap die opvoeding van het kind bestudeert

Wat gaan we doen?


  • Formatieve toetsing

  • Lesdoelen

  • Terugblik

  • Pedagogische ondersteuning

  • Theorie koppelen aan de praktijk

  • Thieme Meulenhoff  openen!

  • Individuele opdracht: jouw eigen opvoeding af?

  • Afsluiten en vooruitblikken


Planning periode 1

Toetsing Digitale kennistoets

  • De toets bestaat uit 40 vragen. Je kunt 40 punten scoren.

  • De grens voor een voldoende is 60%, dus 24 punten

  • De grens voor een goed is 80%, dus 32 punten


Lesweek 8 (26/10 – 30/10)

Module 1 Opvoeden en pedagogiek

H1 Inleiding in de pedagogiek

H3 Opvoeden doe je samen

(H2) wordt niet getoetst!

Theorie

Module 1:

1.7 Pedagogische ondersteuning

1.8 Opvoedingsmiddelen

1.9 Opvoeden en ontwikkelingsfases

Bij welke opvoedstijl hoort deze zin?

"De opvoeder heeft alleen tijd voor zichzelf en zijn werk"

A

Autoritair

B

Democratisch

C

Verwaarlozend

D

Toegeeflijk

Bij welke opvoedstijl hoort deze zin?

"De opvoeder respecteert het kind en volgt zijn ontwikkeling".

A

Autoritair

B

Democratisch

C

Verwaarlozend

D

Toegeeflijk

Bij welke opvoedstijl hoort deze zin?

"Het kind leert niet met emoties om te gaan en zichzelf te beheersen. Dit kan een kind impulsief en agressief maken".


A

Autoritair

B

Democratisch

C

Verwaarlozend

D

Toegeeflijk

Bij welke opvoedstijl hoort deze zin:

'Een kind kan angstig en volgzaam worden, of juist opstandig en agressief. '

A

Autoritair

B

Democratisch

C

Verwaarlozend

D

Toegeeflijk

Sleepvraag

Uitleggen wat de reden is waarom een kind iets niet mag

Over iets anders beginnen

Niet reageren als een kind vloekt of scheldt

Een kind streng aankijken als een kind iets doet wat niet mag

Aanmoedigen

Gesprek

Grenzen stellen

Afleiden

Negeren

Het kind z'n gang laten gaan en daarmee vertrouwen geven

Vandaag

  • Je herkent en benoemt de drie soorten pedagogische ondersteuning.

  • Je legt uit waarmee je rekening houdt bij de keuze van een opvoedingsmiddel.

  • Je licht toe wat de aandachtspunten zijn bij het opvoeden van kinderen en jongeren.

  • Je bent op de hoogte van de verschillende ontwikkelingsfasen.

1.7 Pedagogische ondersteuning

Als professionele opvoeder geef je pedagogische ondersteuning:


  • emotionele ondersteuning

  • informatieve ondersteuning

  • gedragsregulerende ondersteuning


Pedagogische ondersteuning

Welke ondersteuning laat deze situatie zien?

  • Emotionele

  • Informatieve

  • Gedragsregulerende ondersteuning

Pedagogische ondersteuning

Welke ondersteuning laat deze situatie zien?

  • Emotionele

  • Informatieve

  • Gedragsregulerende ondersteuning

Pedagogische ondersteuning

Welke ondersteuning laat deze situatie zien?

  • Emotionele

  • Informatieve

  • Gedragsregulerende ondersteuning

Goede gewoonten en regels

Kinderen leren deze vooral door:

  • voordoen

  • samendoen

  • nadoen


Jij hebt een voorbeeldfunctie!

Welk voorbeeld geef jij om na te doen?

Theorie koppelen aan praktijk

We gaan de verschillende opvoedingsmiddelen koppelen aan een casus.


Stap 1: Je bedenkt eerst zelf welk opvoedingsmiddel jij zou inzetten.

Stap 2: Leg aan een ander uit welke je hebt gekozen en waarom.

Stap 3: Kies met elkaar welk opvoedingsmiddel het beste zou zijn en waarom.

Stap 4: Terugkoppeling naar de rest van de klas.


Theorie koppelen aan praktijk

Theorie koppelen aan praktijk

Zou je in deze situatie een opvoedingsmiddel gebruiken en zo ja, welk? Schrijf je antwoord in je eigen vak. Je hebt hiervoor 1 minuut de tijd.

1.9 Opvoeden en ontwikkelingsfase

Wat zijn de aandachtspunten in het opvoeden per ontwikkelingsfase?


  • Baby’s

  • Peuters

  • Kleuters en schoolkinderen

  • Jongeren


Baby’s  0 - 18 maanden

Peuters  18 maanden – 4 jaar

“Zelf doen!”

Koppigheidsfase / peuterpuberteit


Zelf een jas aan doen…


Kleuters  4 – 6 jaar

Schoolkinderen  6 - 12 jaar

Regels en afspraken zijn nodig! Het zorgt voor veiligheid en rust.

Jongeren  12 - 25 jaar

Puberteit

Op weg naar volwassenheid

Experimenteren

Afspraken en regels

Thieme Online

Lukt het om de digitale omgeving te openen?

Groepscode koppelen?


Begrijp je de theorie?

Test jezelf in de Thieme - leeromgeving

Deze opdracht is ook te vinden op blz. 42 in het boek Pedagogisch klimaat.

Les evalueren

Exit-vragen:

  • Welke opvoedingsmiddelen zijn er?

  • Welke fasen in de ontwikkeling kun je benoemen?




What’s your take away?

Afsluiter

Hoe geef jij het goede voorbeeld?