Module 2: Hoe geef jij jouw geld uit?

Welkom 
bij het LEF-lesprogramma
Module 2: Hoe geef jij jouw geld uit?
1 / 25
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Introduction

Module 2: Hoe geef jij jouw geld uit? (45 min.)

Instructions

  • Start de les door op de button Start les te klikken
  • De link Printen biedt mogelijkheid om de slides en notities van de les te printen

Instructions

Items in this lesson

Welkom 
bij het LEF-lesprogramma
Module 2: Hoe geef jij jouw geld uit?

Slide 1 - Slide

Vorm: poll, opdracht, open vraag, casus en woordwolk

Lesduur: 60 of 90 minuten

Na deze les kunnen studenten:

  • verschillende vormen van online beïnvloeding en verkooptechnieken herkennen;
  • uitleggen hoe tijdsdruk, korting, influencers, reviews en sociale bewijskracht hun koopgedrag kunnen beïnvloeden;
  • reflecteren op hun eigen geld- en koopgedrag zonder dit als ‘goed’ of ‘fout’ te beoordelen;
  • belangrijke informatie verzamelen voordat zij een online aankoop doen;
  • de STOP-check toepassen op een online aankoop of abonnement;
  • beoordelen of een aankoop past binnen hun budget en andere financiële doelen;
  • één concrete persoonlijke regel formuleren die hen helpt om bewuster te kopen.
Vraag de studenten hun naam op een papier te schrijven, of gebruik het papier van de vorige les als de groep die al heeft gehad

Overgang: Iedereen maakt elke dag keuzes met geld, en vaak worden die keuzes beïnvloed zonder dat we dat direct merken. Vandaag gaan we onderzoeken wat bij jou meespeelt als je iets koopt. Eerst kijken we kort wat we gaan doen.

Introductie
Wat gaan we doen vandaag :   
  • Korte terugblik
  • Geldtypen
  • Mijn geldgedrag


  • Ben jij een slimme shopper?



<ul><li>respectvol</li><li>naar elkaar luisteren</li><li>alles blijft binnen de 4 muren van dit lokaal</li><li>mobiel alleen gebruiken voor LessonUp</li></ul>

Slide 2 - Slide

Introductie
  1. Blik kort terug op de vorige module en vraag of de studenten al iets hebben gedaan met wat ze hebben geleerd.
  2. Vertel dat vandaag in het teken staat van waar je je geld aan uitgeeft.
  3. Som kort de onderwerpen op.

Druk op het pinnetje en vertel eventueel nog de spelregels.

Overgang: We beginnen meteen met een keuze. Stel dat je nu onverwacht      € 50 krijgt: wat doe je ermee?



Stel: je krijgt vandaag € 50.
Waar gaat het geld naartoe?
Kleding
Uitgaan
Online shoppen
Sparen
Iets anders
Eten

Slide 3 - Poll

Stel: je krijgt vandaag € 50.
Waar gaat het geld naartoe?

  1. Laat de studenten de vraag beantwoorden.
  2. Bespreek waarom studenten hiervoor kiezen.
Veel studenten zullen gaan voor:
  • kleding
  • eten
  • online shoppen
Minder studenten zullen waarschijnlijk voor sparen kiezen.

Zeg niet: "Welke keuze is verstandig?"

Vraag wel:
  • Waarom kies je hiervoor?
  • Zou je hetzelfde kiezen als je morgen salaris krijgt?
  • Wat levert jouw keuze vandaag op?
  • Wat levert jouw keuze volgende maand op?
  • Welke keuze maakt jou blij?
  • Welke keuze helpt jouw toekomst?
  • Zou je anders kiezen als deze € 50 je laatste geld voor de maand was? Waarom?
Belangrijk:
Financieel gedrag gaat vaak over emoties. Niet alleen over verstand.

Overgang: “Waar je geld naartoe gaat, heeft niet alleen met inkomen te maken, maar ook met gewoontes, emoties en wat jij belangrijk vindt. We gaan daarom eerst kijken wat voor een geldtype je bent”
Geldtypen
Wie ben ik?

Slide 4 - Slide

Geldtypen
In dit onderdeel gaan we kijken naar geldtypes.

Overgang: We gaan nu een korte test doen die laat zien welk geldtype op dit moment het meest bij jouw antwoorden past.

Slide 5 - Link

  1. Zet het vinkje onderaan bij 'Toon bij leerling' aan zodat de studenten de link kunnen openen.
  2. Nodig iedereen uit om de geldtype test te maken.
  3. Vraag de studenten het geldtype dat aan het eind van de test getoond wordt te onthouden.
Extra informatie:
De studenten maken de geldtype test van het Nibud. Deze bevat 10 vragen. Aan het einde van de test zien ze welk geldtype ze zijn.
De studenten keren terug naar de les in LessonUp door terug te gaan naar dit tabblad.

Overgang: "Welk geldtype ben jij?
Welk geldtype ben jij?
Geld-chaoot
Big spender
Superspaarder
Rekenmaster

Slide 6 - Poll

Welk geldtype ben jij?
  1. Laat de studenten aanklikken welk geldtype ze zijn. 
  2. Er is geen goed of fout geldtype. 
Vraag
  • Waarom? Wat herken je bij jezelf? 
  • Wat zou je een vriend adviseren?
  • Was er ook iets in de uitslag dat juist níét bij je past? 
  • Welk voordeel heeft jouw geldtype?
  • Welke valkuil herken jij?
  • Wanneer levert jouw geldtype problemen op?
  • Wanneer helpt jouw geldtype je juist?

Een geldtype is geen diagnose; per situatie kan dit verschillen; het bepaalt niet of iemand goed of slecht met geld omgaat. Het helpt vooral om eigen valkuilen en sterke kanten te herkennen.
Afsluitzin: “Onthoud welk geldtype bij jou past. We komen hier later in de les op terug.

Overgang:"De volgende slide laat de geldtypes zien en wat ze inhouden".
Geldtypen
GC
Geld-chaoot:<div><ul><li>Impulsief
</li><li>Geen statuszoeker
</li><li>Geldzaken niet interessant
</li><li>Niet materialistisch
</li><li>Weinig merkgericht</li></ul></div>
BS
Big spender:<div><div><ul><li>Statusgericht</li><li>Merkgericht
</li><li>In behoorlijke mate impulsief</li><li>Weinig focus op bijhouden geldzaken</li></ul></div><div><br></div></div>
RE
Rekenmaster:<div><ul><li>Wil onafhankelijk zijn
</li><li>Statusgericht
</li><li>Weinig impulsief
</li><li>Houdt van luxe</li></ul></div>
SU
Superspaarder:<div><ul><li>Weinig impulsief
</li><li>Geldzaken goed op orde
</li><li>Zuinig</li><li>Weinig gehecht aan luxe
</li></ul></div><div><br></div>
Meer
impulsief

Meer
status-gericht
Minder 
impulsief

Minder 
status-gericht

Slide 7 - Slide

Geldtypen

Vraag aan de studenten na uitleg van de geldtypen of ze hun uitkomst hadden verwacht.

De geldtypen:
  1. Op basis van de verdeling in meer/minder impulsief gedrag enerzijds en meer/minder statusgericht anderzijds ontstaan 4 vakken: de geldtypen.
  2. Klik op de vraagtekens om te laten zien waar de afkortingen voor staan.
  3. Bespreek de afkortingen.
    Licht toe: Natuurlijk ben je nooit voor 100% één geldtype en dit kan ook verschillen bij wat je koopt (bijvoorbeeld bij een scooter of een broodje).
GC = Geld chaoot
  • Impulsief
  • Geen statuszoeker
  • Geldzaken niet interessant
  • Niet materialistisch
  • Weinig merkgericht
Valkuil
  • Aan het einde van de maand niet meer weten waar het geld gebleven is.
  • Te veel kleine uitgaven doen die samen een groot bedrag vormen.
Tips::
  • Check 1 keer per week je banksaldo.
  • Zet spaargeld direct apart zodra je geld ontvangt.
  • Vraag jezelf bij een aankoop af: "Wil ik dit morgen nog steeds?"
  • Gebruik een wachttijd van 24 uur bij aankopen boven € 20.
Reflectievraag
Welke kleine uitgave kost jou stiekem het meeste geld?

BS = Big spender
  • Statusgericht
  • Merkgericht
  • In behoorlijke mate impulsief
  • Weinig focus op bijhouden geldzaken
Valkuil
  • Kopen om erbij te horen.
  • Verleid worden door merken, influencers en trends.
  • Meer uitgeven dan eigenlijk past binnen het budget.
Tips: 
  • Vergelijk prijzen voordat je koopt.
  • Stel jezelf de vraag: "Koop ik dit voor mezelf of voor anderen?"
  • Maak vooraf een budget voor leuke dingen.
  • Wacht een dag voordat je iets koopt dat je niet nodig hebt.
Reflectievraag
Wanneer heb jij voor het laatst iets gekocht omdat anderen het ook hadden?

SU = Super spaarder
  • Weinig impulsief
  • Geldzaken goed op orde
  • Zuinig
  • Weinig gehecht aan luxe
Valkuil
  • Alles bewaren en jezelf niets gunnen.
  • Kansen of leuke ervaringen missen.
  • Veel stress ervaren bij onverwachte uitgaven.
Tips:
  • Plan een bedrag voor leuke dingen.
  • Zie geld ook als middel om doelen te bereiken.
  • Vraag jezelf af: "Word ik hier blij van én kan ik het betalen?"
  • Durf soms bewust te kiezen voor iets leuks.
Reflectievraag
Heb je wel eens iets niet gedaan terwijl je het eigenlijk best kon betalen?

RE = Rekenmaster
  • Wil onafhankelijk zijn
  • Statusgericht
  • Weinig impulsief
  • Houdt van luxe
Valkuil
  • Alles willen berekenen.
  • Lang twijfelen voordat je beslist.
  • Denken dat je altijd de perfecte keuze moet maken.
Tips
  • Accepteer dat niet elke keuze perfect hoeft te zijn.
  • Gebruik je inzicht ook om te genieten van je geld.
  • Stel een maximumbedrag vast waarover je niet lang hoeft na te denken.
  • Vertrouw soms op jezelf in plaats van alles uit te zoeken.
Reflectievraag
Waar twijfel jij vaak te lang over als het om geld gaat?

Overgang: "we gaan 2 situaties bekijken, welke situatie herken je?".

Welke situatie herken je?
Lisa krijgt € 200 salaris. Zij gaat:
- € 50 sparen
- van € 50 leuke dingen doen
- € 100 op lopende rekening zetten voor de rest van de maand
Sam krijgt € 200 salaris. Hij gaat:
- eten bestellen
- nieuwe hoodie kopen
- sneakers die in aanbieding zijn kopen
Na het weekend: € 8 over
Wie herken je?
Wie zou je willen zijn?

Slide 8 - Slide

Welke situatie herken je?

Vraag waar ze zich het meest in herkennen. Bijvoorbeeld door hand opsteken.

Studenten herkennen gedrag zonder dat er geoordeeld wordt.
Veel studenten herkennen Sam. Dat is niet erg. Veel zullen zich ook in beiden herkennen.

Veelvoorkomende misvatting
"Lisa doet het automatisch beter."

Dat hoeft niet. Lisa kan ook kansen missen als ze nooit geld uitgeeft.

Belangrijk:
Financiële redzaamheid gaat over balans.

Vragen:
  • Wat zou Sam van Lisa kunnen overnemen en wat zou Lisa van Sam kunnen overnemen?
  • Wie heeft meer plezier op korte termijn?
  • Wie heeft meer rust aan het einde van de maand?
  • Welke persoon lijkt het meest op jou? Waarom?
  • Welke persoon zou jij over vijf jaar willen zijn?
  • Welke gewoonte van Lisa zou jij willen overnemen?
  • Welke gewoonte van Sam zou je willen behouden?
Belangrijk inzicht:
Goed omgaan met geld is niet hetzelfde als nooit geld uitgeven.

Overgang: Sam en Lisa laten zien dat mensen heel verschillend met geld omgaan. Maar onze keuzes komen niet alleen uit onszelf: we worden ook beïnvloed door wat we online zien.
Mijn geldgedrag
Hoe word ik beïnvloed?

Slide 9 - Slide

Mijn geldgedrag
In dit blok gaan we kijken hoe je aankoop beïnvloed wordt en hoe je hier kritisch naar kunt kijken.

Overgang: We beginnen bij iets dat je zelf onlangs hebt gedaan: een aankoop.

Wat was je laatste aankoop?

Slide 10 - Open question

Wat was je laatste aankoop?
Denk aan je laatste aankoop. Als je wilt, kun je die op je telefoon opzoeken.

Laat ze nadenken over:
  • Had je de aankoop vooraf gepland?
  • Hoe voelde je je vlak vóór de aankoop?
  • Hoe voelde je je direct erna?
  • Ben je vandaag nog steeds blij met die aankoop?
  • Zou je het opnieuw kopen?
  • Welke aankoop heb je ooit gedaan waar je achteraf spijt van had? Wat heb je daarvan geleerd?
Voorbeelden zijn:
  • Bubble tea
  • Shein
  • Zara
  • Vinted
  • Uber Eats
Vraag aan een aantal studenten:
- Waarom heb je het gekocht?
- Wilde je het echt hebben of was het gewoon leuk op dat moment?

Studenten mogen ook een fictieve of algemene aankoop gebruiken. Vraag niet door naar bedragen als een student zichtbaar ongemakkelijk wordt.

Overgang: "Hoe word je beïnvloed via social media?"
Casus Monica
Monica ziet het volgende op TikTok:

✅ 200.000 likes
✅ Influencer Lisa gebruikt het
✅ Van € 39,95 naar € 14,95
✅ Nog 2 uur beschikbaar
✅ Gratis verzending

Welke informatie mist Monica nog?

Slide 11 - Slide

Casus Monica

Monica ziet het volgende op TikTok. Door op de afbeelding te klikken kun je deze groter maken. Laat de studenten een antwoord geven op de vraag welke informatie Monica nog mist om een goed besluit te kunnen nemen.

Mogelijke antwoorden:
  • Is het product van goede kwaliteit?
  • Zijn de reviews echt?
  • Hoe lang duurt de verzending?
  • Wat kost retourneren?
  • Is het product ergens anders goedkoper?
  • Werkt het echt zoals in de video?
  • Wie verkoopt het eigenlijk?
  • Is het dropshipping?
  • Zijn er verborgen kosten?
Veel studenten denken: Veel likes , het is dus een goed product.

Doorvragen
  • Wat zegt een like?
  • Wat zegt een review?
  • Welke informatie ontbreekt nog?
  • Zou je dit kopen zonder korting?
Extra vraag:
  • Heb jij wel eens iets gekocht via TikTok?
  • Hoe pakte dat uit?
  • Zou je dat nu nog doen?
Verkooptrucs
Extra vraag:
  • Welke truc werkt het beste bij jou?Waarom juist die?

OvergangInfluencers gebruiken allerlei technieken om producten aantrekkelijk te maken. Maar welke trucs gebruiken bedrijven eigenlijk nog meer?
Wat doe jij?
Meteen kopen
Eerst verder kijken
Niet kopen
Ik twijfel

Slide 12 - Poll

Wat doe jij?
Laat studenten na het zien van de advertentie een eerste keuze maken. 
Je kunt de advertentie groten maken door erop te klikken.

Geef nog geen aanvullende informatie en vertel nog niet wat verstandig is.

Vraag:
  • Waarom kies je hiervoor?
  • Welke informatie zou je keuze nog kunnen veranderen?
  • Hoe zeker ben je van je keuze van 1–10?
Overgang: "Jullie hebben nu een eerste keuze gemaakt. Maar vóórdat we meer informatie krijgen, gaan we kijken welke verkooptechnieken bedrijven gebruiken om die keuze te beïnvloeden."
Wat doe jij?
Zoek zoveel mogelijk verkooptrucs op
timer
1:00

Slide 13 - Slide

Wat doe jij?

Laat studenten in tweetallen zoveel mogelijk verkooptrucs aanwijzen (klik eventueel op de afbeelding om deze groter te maken):
  • tijdsdruk;
  • schaarste;
  • groepsdruk/sociale bewijskracht;
  • influencer of bekende persoon;
  • hoge doorgestreepte prijs;
  • veel likes en verkochte aantallen;
  • gratis verzending;
  • opvallende koopknop.
Vraag niet alleen: Welke truc zie je?, maar ook: wat moet jij hierdoor denken of voelen?

Bijvoorbeeld:
  • Truc Gewenste reactie
  • Nog twee uur. Ik moet nu beslissen
  • 50.000 verkocht. Het zal wel goed zijn.
  • Bijna uitverkocht ”Straks mis ik het"
  • Influencer gebruikt het. Ik vertrouw het product.
  • Van € 79,95 voor € 24,95 Ik denk dat ik geld bespaar.
Hiermee behandel je niet alleen kennis, maar ook houding en gedragsinzichten.

Vraag
  • Welke verkooptruc heeft jou ooit beïnvloed? Wat gebeurde er?
  • Van welke verkooptruc denk jij: Daar trap ik eigenlijk best snel in. Waarom?
  • Wanneer koop jij sneller iets? Als je moe bent; als je je verveelt; als je blij bent; als je stress hebt; als vrienden iets aanraden. 
  • Denk terug aan een aankoop waar je achteraf spijt van had. Welke verkooptruc speelde daarbij mogelijk een rol?
  • Wat zou jou kunnen helpen om minder impulsief te kopen?
  • Welke verkooptruc ga jij vanaf vandaag bewuster proberen te herkennen?
Leg uit dat een verkooptechniek niet automatisch verboden of oneerlijk is. Het wordt problematisch als de informatie niet klopt, belangrijke informatie wordt verborgen of de consument op een misleidende manier wordt gestuurd.

Sluit af met:
Slim omgaan met geld betekent niet dat je nooit iets koopt. Het betekent dat je begrijpt waarom je iets wilt kopen en dat je bewust kiest.

Overgang: Wat doe jij nu?


Wat doe jij nu?
  • Hetzelfde product kost bij een andere webshop €14,95
  • De levertijd is drie weken
  • Retourneren kost € 7,50
  • De influencer krijgt geld voor iedere verkoop
  • Een deel van de reviews is niet gecontroleerd

Wat zou je nu kiezen?

Slide 14 - Slide

Wat doe jij nu?
Vraag studenten opnieuw wat ze zouden doen.

Geef de vijf extra feiten (andere webshop is goedkoper, levertijd van drie weken, retourkosten van € 7,50, de influencer krijgt commissie per verkoop, een deel van de reviews is niet gecontroleerd) en laat de klas opnieuw stemmen.

Kernvraag: 
  • Blijf je bij je eerste keuze of verander je? 
  • Waarom?
  • Welk van deze vijf nieuwe feiten verandert jouw keuze het meest?
Verwacht patroon: een deel van de groep verandert van keuze, een deel houdt vast aan de eerste keuze. Vraag beide groepen expliciet naar hun reden. 

Studenten ervaren dat een beslissing kan veranderen zodra ze meer informatie hebben.

Overgang: "Wat kun je doen voordat je tot een aankoop overgaat?"
Stopcheck
Stop:              Laat ik me opjagen? Is er echt haast?
Totaalprijs:  Wat kost het echt?
Onderzoek: Welke belangrijke informatie mis ik nog?
Past het?:    Past deze aankoop binnen mijn budget én bij 
                        mijn andere doelen?

Slide 15 - Slide

Stopcheck
Dit is een eenvoudige regel die de studenten bij elke aankoop die ze willen doen kunnen hanteren.

Doorvraag
Welke stap sla jij vaak over?
Wanneer gaat dat mis?
Welke stap wil jij vaker gebruiken?

Maak duidelijk dat de STOP-check een hulpmiddel is, geen garantie.

Overgang: "We weten nu hoe we betere keuzes kunnen maken. De vraag is: doe jij dat eigenlijk al en wat zou je volgende keer doen?"
De volgende keer dat ik iets op TikTok of Instagram wil kopen, ga ik eerst …

Slide 16 - Mind map

De volgende keer dat ik iets op TikTok of Instagram wil kopen, ga ik eerst …

Mogelijke keuzes:
  • 24 uur wachten;
  • de prijs op twee andere websites bekijken;
  • retourkosten controleren;
  • iemand om advies vragen;
  • kijken hoeveel geld ik nog overhoud;
  • controleren of het reclame is.
Dit maakt van een algemene tip een concrete handelingsintentie.

Overgang: "Ben jij een slimme shopper?"
Ben jij een slimme shopper?

Slide 17 - Slide

Ben jij een slimme shopper?

Leerdoel: 
Ik kan zelfstandig beoordelen of een online aanbieding een verstandige aankoop is.

Jullie hebben nu gezien hoe verkopers jullie aandacht proberen te trekken. Nu gaan jullie zelf onderzoeken of een aanbieding verstandig is. Slim shoppen betekent niet dat je altijd ‘nee’ zegt. Het betekent dat je weet waarom je ‘ja’, ‘nee’ of ‘nog niet’ zegt.

Gebruik niet de formulering “Wie is een goede of slechte shopper?” Het gaat om gedrag dat iedereen kan leren en niet om een vast persoonskenmerk.

Vraag aan een aantal: Geef jezelf een score van 1-10 als slimme shopper. Je komt deze vraag aan het einde bij slide 22 nog een keer tegen.

Overgang: Jullie krijgen nu een aanbieding die goedkoop lijkt. Is dit ook zo?

Casus: 7 dagen gratis 
Je hebt deze maand nog € 25 over voor leuke dingen.
Tijdens een filmpje verschijnt deze melding:
- Probeer Premium 7 dagen gratis! 
- Daarna automatisch € 9,99 per maand, altijd op te zeggen.
- "Ja, activeer mijn gratis proefweek” staat al aangevinkt.




Wat valt jullie op?
Noem samen minimaal twee dingen.

Slide 18 - Slide

Casus: 7 dagen gratis

Dit is een fictieve casus. Het vooraf aangevinkte vakje is bewust opgenomen als voorbeeld van ongewenste online sturing. Presenteer dit niet als een normale of automatisch toegestane werkwijze.

Geef studenten eerst twintig seconden stille denktijd.

Laat hen daarna in een duo  overleggen.

Vraag twee of drie duo’s wat hun is opgevallen.

Mogelijke antwoorden:
  • Het woord gratis valt sterk op. Veel studenten focussen eerst op 'gratis' en zien pas later dat het abonnement doorloopt.
  • De maandprijs staat minder centraal.
  • Het abonnement loopt vanzelf door.
  • De student moet zelf onthouden om op te zeggen.
  • Het vakje staat al aangevinkt.
  • Er staat niet direct hoe je kunt opzeggen.
  • Er staat niet wat het over een langere periode kost.
  • De melding verschijnt terwijl je al met iets anders bezig bent.
Vragen:
  • Waar kijkt je oog als eerste naar?
  • Welke informatie valt minder op?
  • Waarom zou een bedrijf het vakje alvast aanvinken?
  • Is gratis hetzelfde als zonder financieel risico.
  • Heb jij weleens iets afgesloten omdat het gratis leek?
Zeg nog niet wat de verstandigste keuze is. De student moet straks aantonen waarop het besluit is gebaseerd.

Veiligheid
Vraag niet wie zelf vergeten is een abonnement op te zeggen. Studenten mogen een persoonlijk voorbeeld geven, maar dat hoeft niet.

Overgang: “Hoe werkt de stopcheck hier?"


Stopcheck
Stop:             Waardoor wil je snel klikken?
Totaalprijs: Wat kost twaalf maanden Netflix?
Onderzoek: Welke twee dingen wil je eerst zeker weten?
Past het?:    Gebruik je het écht en past € 9,99 per maand in je budget?

Slide 19 - Slide

Stopcheck

Vraag aan een paar studenten één concreet antwoord. Je kan ze ook per duo eerst laten nadenken en dan vragen.

Verwachte antwoorden
Stop
  • Het woord gratis.
  • Het vooraf aangevinkte vakje.
  • De wens om direct verder te kijken.
  • Het gevoel dat activeren weinig moeite kost.
Totaalprijs
  • Wat kost dit abonnement als je het na de proefweek 12 betaalde maanden laat doorlopen? Twaalf betaalde maanden kosten € 119,88.
  • Bij € 25 vrij te besteden blijft na één maand € 15,01 over.
  • De kosten keren iedere maand terug, het gaat niet alleen om deze maand.
Onderzoek
  • Wanneer begint de eerste betaling?
  • Hoe en waar kan ik opzeggen?
  • Is er een opzegtermijn?
  • Krijg ik vooraf een herinnering?
  • Kan ik direct na activeren alweer opzeggen?
  • Heb ik al een vergelijkbare dienst?
  • Zijn er goedkopere of gratis alternatieven?
Past het?
  • Ga ik het werkelijk gebruiken?
  • Kan ik dit ook in een dure maand betalen?
  • Heb ik al andere abonnementen?
  • Vind ik deze dienst € 9,99 per maand waard?
  • Past het ook in een maand waarin je minder geld over hebt?
Veelvoorkomende misvatting
Het past binnen mijn € 25, dus ik kan het betalen.

Doorvragen:
Geldt die € 25 alleen voor deze maand, of heb je iedere maand hetzelfde bedrag beschikbaar?


Overgang: "Wat zou jij besluiten?"
Wat is je besluit?
Doen
Niet doen
Eerst meer informatie zoeken voordat ik beslis

Slide 20 - Poll

Wat is je besluit?

Laat duo's overleggen en stemmen.
Vraag één duo dat voor A kiest en één duo dat voor B of C kiest om uitleg.
Vraag de klas welke uitleg het beste onderbouwd was.

Mogelijke goede redeneringen
Activeren
  • Ik gebruik de dienst dagelijks, ik heb de voorwaarden gelezen en het bedrag past ook de komende maanden binnen mijn budget. 
  • Ik zet direct een herinnering om opnieuw te beoordelen of ik het nog gebruik.
Niet activeren
  • Ik heb al een vergelijkbare dienst. Twaalf betaalde maanden kosten   € 119,88 en ik gebruik het waarschijnlijk niet genoeg.
  • Eerst meer informatie verzamelen.
  • Ik weet nog niet hoe ik kan opzeggen en of er een opzegtermijn geldt. Daarom beslis ik nog niet.
Belangrijke docentboodschap
Goed omgaan met geld betekent niet dat je nooit iets leuks koopt. Het betekent dat je de gevolgen kent en bewust kiest.

Verdiepingsvragen
  • Welke ontbrekende informatie kan jullie besluit veranderen?
  • Wat is het verschil tussen ‘ik kan het vandaag betalen’ en ‘het past in mijn budget’?
  • Kan activeren ook een verstandige keuze zijn? Onder welke voorwaarden?
Overgang: Wat triggert jou?"
Persoonlijke regel
Mijn grootste online trigger is:
  1. snel willen beslissen;
  2. korting of een aftellende klok;
  3. een influencer;
  4. veel likes of reviews;
  5. het woord gratis;
  6. vergeten dat een abonnement doorloopt.
Maak je eigen regel af: 
Als  __________________________, dan __________________________ voordat ik klik.

Slide 21 - Slide

Persoonlijke regel

Mijn persoonlijke regel is:

Als ik ______________________

dan ______________________

voordat ik klik.

Daarna
Hoe groot is de kans dat je dit echt gaat doen van 0 t/m 10?

Vervolgens
Wat helpt jou om deze regel vol te houden?

Kies één situatie die echt bij jou kan voorkomen. Schrijf daarna precies op wat je dan gaat doen. Vermijd woorden als ‘beter opletten’. Schrijf een actie die je kunt uitvoeren.”

Goede voorbeelden
  • Als iets meer dan € 20 kost, wacht ik één dag voordat ik bestel.
  • Als een influencer iets aanbeveelt, vergelijk ik eerst twee andere aanbieders.
  • Als iets gratis wordt aangeboden, zoek ik eerst op wat het daarna kost.
  • Als ik twijfel, controleer ik eerst mijn banksaldo.
  • Als ik een abonnement afsluit, zet ik direct een evaluatiemoment in mijn agenda.
Afsluiting
Laat twee studenten vrijwillig hun regel delen.

Overgang: Je hebt nu je eigen regel gemaakt. Wat betekent dit concreet voor de volgende keer dat je online iets wilt kopen?
Hoe slim shop jij?
Welke score geef je jezelf nu?

Slide 22 - Mind map

Hoe slim shop jij? 
Welke score geef je jezelf nu?

Stel de vraag. Dit kan uiteraard hetzelfde zijn. Wat heeft hun score beïnvloed?

Vragen:
  • Welke tip uit deze les ga jij waarschijnlijk gebruiken?
  • Welke verkooptruc ga jij vanaf nu sneller herkennen?
  • Waar ben jij na deze les kritischer op geworden?
  • Welke fout ga jij hopelijk minder snel maken?

Overgang: Je hebt nu niet alleen geleerd welke trucs er zijn, maar ook welke aanpak jou helpt om bewust te kiezen. We sluiten af of gaan door naar het volgende onderdeel of we sluiten af en gaan kijken wat we de volgende keer gaan doen.

Slide 23 - Link

LET OP:
Hier vragen we de studenten om de impact eindmeting in te vullen. Dit is voor LEF zeer belangrijk in verband met verantwoording richting onze sponsoren.

Volg onderstaande instructies:
  1. Zet het vinkje onderaan bij 'Toon bij leerling' aan zodat de studenten de link kunnen openen.
  2. Nodig iedereen uit om de impact eindmeting in te vullen.
De impactmeting bestaat uit 2 vragen en 4 stellingen.

Slide 24 - Slide

Keuzeonderwerpen

Les 90 minuten
In geval van een les van 90 minuten waarbij keuzeonderwerpen worden behandeld, klik op het keuze-onderwerp dat tijdens de vorige les de meeste stemmen kreeg.

Geen keuzeonderwerpen
Sla deze slide over als er geen keuzeonderwerpen worden behandeld.

Door naar Vooruitblik
Volgt er nog een volgende les (module 3)? Kies dan voor 'Door naar Vooruitblik'.
Bedankt voor jouw deelname aan deze gastles!

Slide 25 - Slide

This item has no instructions