Referentiematen

Referentiematen

Learning objective

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Referentiematen

Learning objective

referentiewaarden


Referentiematen zijn handige hulpmiddeltjes in je hoofd. Het zijn geen officiële regels, maar maten die iedereen kent. Ze helpen je om snel te schatten hoe groot, zwaar of lang iets ongeveer is.

Je gebruikt ze om te checken of een antwoord logisch is.

Hoe snel wandelen deze militairen?

A

4 km/u

B

5 km/u

C

6 km/u

D

7 km/u

Wat is de afstand tot dit peloton?

100 meter Op deze afstand is een persoon een klein silhouet. Je kunt nauwelijks details zien, behalve de beweging en de algemene vorm van het lichaam.

200 meter De persoon is nog kleiner en lijkt te versmelten met de achtergrond. Op deze afstand zijn details onmogelijk te onderscheiden en de bewegingen zijn nauwelijks waarneembaar.

300 meter Een persoon is op 300 meter een punt in de verte. Het is moeilijk om de persoon te onderscheiden van andere objecten, vooral als de achtergrond druk is.

400 meter Op 400 meter is een persoon vrijwel onzichtbaar met het blote oog. De persoon is gereduceerd tot een minuscuul puntje, dat alleen zichtbaar is als je weet waar je moet kijken.

A

100 meter

B

200 meter

C

300 meter

D

400 meter

Hoe snel verplaatsen deze militairen?

A

7 km/u

B

9 km/u

C

11 km/u

D

16 km/u

Hoe hoog is de deur?

A

1,80 meter

B

2 meter

C

2,20 meter

D

2,40 meter

Afstand tot het huis?

A

50 meter

B

100 meter

C

150 meter

D

200 meter

Hoe zwaar weegt het slachtoffer?

A

60 kilo

B

70 kilo

C

80 kilo

D

90 kilo

de militair heeft 12 patroonhouders. Hij heeft 3 patroonhouders verschoten. Hoeveel procent munitie heeft hij nog over?

A

60%

B

65%

C

70%

D

75%

Hoe hoog is het raam?

A

80 cm

B

100 cm

C

150 cm

D

200cm

Vaste Refentiepunten

snelheid= gemiddelde wandelsnelheid 5 km/u

gewicht= gemiddeld persoon weegt 80kg


hoogte= een deur is 2 mtr hoog

breedte= een deur is 90 centimeter breed


voetbalveld= 100 meter lang



💧 Inhoud (volume)

  • 1 milliliter (ml): Een kleine druppel water.

  • 1 centiliter (cl) / 10 ml: Een flinke slok water of een eetlepel.

  • 1 deciliter (dl) / 100 ml: Een klein koffiekopje.

  • 1 liter (l): Een pak sap of een grote bidon. (Onthoud: \(1\text{ liter} = 1\text{ dm}^3\)).

  • 1 kubieke meter (\(\text{m}^{3}\)) / 1000 liter: Een grote container of de inhoud van een flinke eettafel.

⏱️ Tijd en snelheid

  • 1 seconde: Het knipperen van je ogen of het uitspreken van "eenentwintig".

  • 1 minuut: De tijd die je nodig hebt om een korte e-mail te lezen.

  • 5 km/u: De gemiddelde wandelsnelheid van een mens.

  • 15 tot 20 km/u: De gemiddelde fietssnelheid.

  • 100 km/u: De snelheid van een auto op de snelweg.