De blikjes

De blikjes
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De blikjes

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Wat zag je allemaal?

Slide 3 - Slide

Wat weet je al?
Vul dit in

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Welke vragen moeten nog?

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Loop naar de letter met het goede antwoord

Slide 8 - Slide

Quizzz

Slide 9 - Slide

1. Waar gaat het filmpje over?
A
Potten
B
Blokjes
C
Blikjes

Slide 10 - Quiz

2. Waarom heten ze conservenblikken?
A
Zo heet het metaal
B
Zo heet het merk
C
Het eten dat erin zit noem je conserven

Slide 11 - Quiz

3. Wat betekent geconserveerd?
A
Dat ze het eten eerst koken
B
Dat ze iets met het eten gedaan hebben waardoor het langer goed blijft
C
Dat de groente rauw is

Slide 12 - Quiz

4. Wie heeft conserven ontdekt?
A
Napoleon Bonaparte
B
Nicolas Appert
C
De Engelsen

Slide 13 - Quiz

5. Waarom koken ze de potten?
A
Om het eten te steriliseren
B
Zodat het eten zacht wordt
C
Zodat het eten lekkerder is

Slide 14 - Quiz

6. Hoeveel blikjes maken ze per dag?
A
24 miljoen
B
4,2 miljoen
C
2,4 miljoen

Slide 15 - Quiz

7. Waarvoor zijn de ringetjes?
A
Om de blikjes dicht te doen
B
Om het blikje mee open te maken
C
Dan blijven de blikjes beter dicht

Slide 16 - Quiz

8. Waarvoor zijn de ribbeltjes?
A
Dan zijn de blikjes minder glad
B
Dat maakt de blikjes lichter
C
Dat maakt de blikjes steviger

Slide 17 - Quiz

9. Hoe heet het steriliseren van voedsel?
A
Conservatorium
B
Conserveren
C
Concerten

Slide 18 - Quiz

10. Hoe conserveren ze de blikjes in de fabriek?
A
Door ze in koud water te doen
B
Door ze in water van 210 graden te doen
C
Door ze in water van 120 graden te doen

Slide 19 - Quiz

Wat hebben we vandaag gedaan?

Slide 20 - Slide