5.1 onderzoeksvaardigheden

Hoofdstuk 5
'Onderzoeksvaardigheden'
1 / 30
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5
'Onderzoeksvaardigheden'

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

§5.1 Uitgangspunten en meetinstrumenten

Slide 2 - Slide

Pagina 79
Les 1

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat leer ik dit hoofdstuk?
Je weet hoe je bronnen kunt selecteren en wanneer bronnen betrouwbaar en representatief zijn. ​

Je weet wat wetmatigheden en kans inhouden en kunt deze toepassen op een bron.​​

Je weet wat het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek is.​

Je kent de 4 verschillende meetinstrumenten en de voor- en nadelen ervan.​













Ik weet...

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Video

Dit filmpje geeft een inzicht in de verschillende stappen bij het doen van onderzoek, met daarbij een praktijkvoorbeeld.

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Bronnen selecteren
Ook is het belangrijk dat een bron: 
- Betrouwbaar is: zekerheid dat de geleverde informatie correct is.
- Representatief is: een zo volledig mogelijke weerspiegeling van het verschijnsel of de groep waar het om gaat.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Bronnen selecteren
Bij literatuuronderzoek is het belangrijk gebruik te maken van objectieve bronnen. Die kun je bepalen door te vragen: 
- Wat is het doel van het geschrevene?
- Wat is de bredere context?
- Hoe zijn woorden en afbeeldingen gekozen?
- Op welke manier is de informatie tot stand gekomen?

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wetmatigheid
Natuurwet 
Je verwacht niet dat er uitzonderingen zijn
Wet van Newton

Slide 10 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans -> bij sociaal wetenschappelijk onderzoek
Kans is de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis zal optreden. Het gaat dan om een vergelijking. 

Slide 11 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans
Iemand die opgroeit in een arm gezin heeft een kleinere kans om ooit een goedbetaalde baan te vinden dan iemand die in een rijk gezin is opgegroeid

Slide 12 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans
De kans dat iemand die een fiets steelt gepakt wordt, is kleiner dan de pakkans van iemand die een auto heeft gestolen.

Slide 13 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Kwalitatief
Kwantitatief
Kwalitatief: onderzoek ​
Onderzoek is diepgaander. Gaat meer over de motivatie en opvattingen van mensen. ​
Liever de diepte in dan meer

Onderzoeken waarbij het gaat op hoeveelheid en daar horen cijfermatige resultaten bij, ​

Liever meer dan de diepte in
Bijvoorbeeld: interviews
Bijvoorbeeld: Veiligheidsmonitor

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Hoe kan crimineel gedrag onder jongeren effectief worden teruggedrongen.
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Waarom gebruikt men lichaamstaal bij het geven van een mondelingen presentatie?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

In hoeverre is de acceptatie van homosexualiteit in Nederland veranderd in 2023 tov 2013?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

In hoeverre komt het opleidingsniveau van kinderen overeen met dat van hun ouders?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

In welke mate zijn millennials sociaal vaardiger geworden dan de generatie voor hen?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het effect van agressie in kinderfilms op het gedrag van kinderen?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

meetinstrumenten
Enquête - kan zowel kwantitatief als kwalitatief, vragen moeten eenduidig zijn en de volgorde is belangrijk.​ Respondenten​
Interview - het verkrijgen van dieperliggende informatie​. Subjectiviteit is een gevaar​
Observatie - bestuderen hoe mensen zich gedragen​. Let op je eigen referentiekader​
Experiment - het gedrag van een proefpersoon wordt in een gecontroleerde omgeving gemeten.​ Proefpersoon







Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
tekstverkenners 5.1
Maken opdracht 1 blz 90

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1: Welke meetinstrumenten?
1) Experiment.
2) Diepte-interview.
3) Enquête.
4) observatie
5) Observatie.
6) Diepte-interview.
7) Experiment.
8) Observatie.
9) Interview of enquete.
10) Observatie (via monitor meekijken) of experiment (via monitor in de gaten houden)

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Sleep de afbeeldingen naar het juiste meetinstrument.
Enquête
Interview
Observatie
Experiment

Slide 25 - Drag question

Deze opdracht is een aanleiding om de verschillende meetinstrumenten te bespreken. 
Les 1

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Wat leer ik dit hoofdstuk?

Je weet wat het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek is.​
Je kent de 5 verschillende meetinstrumenten en de voor- en nadelen ervan.​













Ik weet...

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

timer
5:00
.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions