Taalcompleet
Leer lezen en schrijven, Alfa A
Thema 8: Reizen
Taalcompleet
Leer lezen en schrijven, Alfa A
Thema 8: Reizen
wiel
geit
het wiel
de geit
het wiel
de weg
wit
de wijk
ik bouw
ik woon
mei
op reis
zei
de geit
het ei
de wei
w
ei
wiel
geit
het wiel
de geit
het wiel
de weg
ik woon
wit
de wijk
ik woon
de geit
het ei
de wei
mei
op reis
zei
op reis
hein gaat op reis.
op reis met de bus.
hein zit bij een man.
de man zegt: dag!
hein hoort de man niet.
hein zegt: wat zei je?
de man zegt: ik zei dag!
hein zegt ook dag.
de man zegt: kijk, een geit!
hein kijkt en zegt: wat?
een geit in de bus?
de man zegt: nee, daar!
een geit in de wei.