7. Druk & impulsief gedrag - Hoe houd je de klas rustig als er leerlingen zijn die dat zelf moeilijk vinden?

7

Druk &
impulsief gedrag


Hoe houd je de klas rustig als er leerlingen zijn die dat zelf moeilijk vinden?

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogiekKlassemanagementHBOWOMBOBasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijs

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Introduction

Achter druk en impulsief gedrag schuilt vaak meer dan je op het eerste gezicht ziet. In deze module ontdek je waardoor dit gedrag soms ontstaat en leer je hoe je met eenvoudige, preventieve aanpassingen een rustigere en beter georganiseerde leeromgeving creëert.

Instructions

De module is flexibel inzetbaar, alleen of samen met collega's.
  • Als persoonlijke opfrisser (zelfstudie): Doorloop de les in je eigen tempo, ontdek welke aanpassingen het beste passen bij jouw klas en kies één aanpak die je direct gaat uitproberen.
  • Als minicursus met een collega (peer-sessie): Bespreek herkenbare situaties, denk na over preventieve oplossingen en geef elkaar feedback op de gekozen aanpak.
  • Als actieve deelsessie (studiedag of sectieoverleg):Gebruik de les als gezamenlijke werkvorm. Bespreek praktijkvoorbeelden, wissel ervaringen uit en oefen met strategieën die zorgen voor meer rust, structuur en voorspelbaarheid in de klas. 

Items in this lesson

7

Druk &
impulsief gedrag


Hoe houd je de klas rustig als er leerlingen zijn die dat zelf moeilijk vinden?

Druk en impulsief gedrag kan

de rust in een klas snel beïnvloeden. Een leerling die

vaak reageert, beweegt of handelt zonder na te denken, vraagt veel aandacht en kan de dynamiek van de groep veranderen.


In dit hoofdstuk leer je wat er achter dit gedrag zit en ontdek je vijf praktische aanpassingen waarmee je meer rust en structuur creëert in de klas.

1

0 tot 1

2

2 tot 3

3

4 tot 5

4

Meer dan 5

Hoeveel leerlingen in jouw klas zijn regelmatig druk of impulsief?

Wat gebeurt er als een drukke leerling 'aan' staat?

Beschrijf wat er in jouw klas gebeurt als één drukke leerling niet te stoppen is. Wat doe jij dan? Wat doet de rest van de klas?


Druk gedrag

is geen onwil.

Het is onvermogen

Prikkelverwerking
Wanneer er te veel tegelijk gebeurt, raakt het brein sneller overbelast.

Impulscontrole

De handeling is er eerder dan de gedachte.

Wachten
Elke wachttijd voelt oneindig lang.

Leerlingen met druk of impulsief gedrag hebben vaak moeite met:

1
2
3

Wat betekent dit voor jou?

Straffen werkt niet als de leerling het zelf
ook niet wil. Meer regels werken niet als de
leerling ze niet kan naleven.

Aanpassingen in de omgeving werken
beter dan druk op de leerling.

De sleutel: maak de omgeving zo dat druk gedrag minder wordt uitgelokt.

Sleep de strategie naar het juiste moment.

Preventief, tijdens of na het incident?

Preventief

Tijdens

Na




Non-verbaal signaal oogcontact
+ hand op tafel

Rustig naast de leerling gaan staan zonder iets te zeggen

Korte, heldere taakinstructies met
één stap tegelijk

Drukke leerling zit vooraan of naast een rustige leerling

Na de les: 'Ik zag dat het moeilijk was. Wat had jou geholpen?'

Bewegingsmoment inbouwen halverwege de les

Korte instructie

Geef instructies in maximaal twee stappen. Geef stap 2 als stap 1 klaar is. Meer stappen tegelijk verwerken lukt veel leerlingen niet.


concrete aanpassingen

2

Plek in de klas

Drukke leerlingen zitten het best vooraan of zijdelings, niet achteraan en niet naast hun beste vriend. Minder prikkels, meer overzicht voor jou.

1

5

Bewegings-tussenmoment

Bouw na 15-20 minuten een kort bewegingsmoment in. Sta op, rek je uit, schrijf iets op het bord, activeer het lichaam. Dat helpt de focus te resetten.

3

Vaste signalen

Maak vaste afspraken met de leerling: 'Als ik dit doe [signaal], betekent dat: terug naar de opdracht.' Zo hoef je niet elke keer iets te zeggen.


Rustige nabijheid

Als het escaleert: ga rustig naast de leerling staan, zonder woorden. Nabijheid kalmeert, zonder publiek en zonder discussie.


4

5

1
2
3
4
5

Kies jouw twee aanpassingen

Denk aan de drukke leerling(en) in jouw klas. Kies twee aanpassingen uit de vijf en werk ze uit:



Aanpassing 1

Hoe pas ik dit toe?
(Wees concreet: wanneer, wat doe je precies?)

Aanpassing 2

Hoe pas ik dit toe?

Bonus

Welke zin gebruik ik als vaste signaalzin
voor deze leerling?

Scenario: roept erdoorheen

Situatie: Jij legt iets uit. Leerling Tygo roept een antwoord erdoorheen. De klas lacht.

A

Je lacht mee en gaat door. Reageer niet elke keer.

B

Je zegt: 'Tygo, je weet dat je de beurt vraagt. Probeer het opnieuw.'

C

Je zegt: 'Tygo, kun je alsjeblieft je mond houden.'

D

Je negeert Tygo en noemt de naam van een andere leerling.

Waarom antwoord . . .

B herinnert Tygo aan de verwachting zonder hem publiekelijk te beschamen. De zin is concreet en neutraal. A geeft impliciet toestemming. C escaleert en geeft Tygo een publiek. D werkt als tijdelijk uitstel maar lost niets op.

B

Mijn aanpassing


Schrijf op:

De aanpassing die ik ga inzetten: ...

Bij welke leerling en in welke les: ...

Mijn vaste signaalzin voor die leerling: ...

Hoe merk ik of het werkt?
(Wat zie of hoor ik dan?): ...