8. Dwars & brutaal gedrag - Hoe reageer je op een leerling die bewust de confrontatie opzoekt?

8

Dwars &

brutaal gedrag

Hoe reageer je op een leerling die bewust de confrontatie opzoekt?

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogiekKlassemanagementHBOWOMBOBasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijs

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Introduction

Een leerling die de confrontatie opzoekt, doet dat meestal niet zonder reden. In deze module leer je waardoor dwars en brutaal gedrag ontstaat en ontdek je hoe je rustig en de-escalerend reageert, zonder de regie over de klas te verliezen.

Instructions

De module is flexibel inzetbaar, alleen of samen met collega's.
  • Als persoonlijke opfrisser (zelfstudie): Doorloop de les in je eigen tempo, onderzoek hoe jij reageert op confrontaties en kies één techniek die je direct kunt toepassen in een lastige situatie.
  • Als minicursus met een collega (peer-sessie): Bespreek herkenbare confrontatiemomenten, oefen met de gesprekstechnieken en geef elkaar feedback op de gekozen aanpak.
  • Als actieve deelsessie (studiedag of sectieoverleg):  Gebruik de les als gezamenlijke werkvorm. Bespreek praktijksituaties, oefen met de-escalerende reacties en maak afspraken over hoe je als team omgaat met confronterend gedrag.

Items in this lesson

8

Dwars &

brutaal gedrag

Hoe reageer je op een leerling die bewust de confrontatie opzoekt?

Een leerling die tegenwerkt of

de confrontatie aangaat, kan

de sfeer in de klas snel beïnvloeden. Een scherpe opmerking, discussie of machtsstrijd vraagt aandacht

en kan de les verstoren.


In dit hoofdstuk leer je waar confronterend gedrag vandaan kan komen en ontdek je hoe je rustig en doelgericht reageert, zodat je de relatie behoudt én

de regie houdt.

1

Boos

2

Onzeker

3

Moe

4

Neutraal

5

Anders, namelijk . . .

Hoe voel jij je na een confrontatie met een brutale leerling?

Beschrijf kort een recent moment waarop een leerling dwars of brutaal was.

Wat zei of deed de leerling? Wat deed jij? (Geen namen. Dit is alleen voor jou als reflectie.)



Status
Leerling wil iets bewijzen aan de klas. Publiek is noodzakelijk.

Signaal: gedrag gebeurt altijd als er anderen bij zijn.

Onmacht

Leerling voelt zich machteloos, thuis of in de klas. Tegenwerken geeft een gevoel van controle.

Signaal: leerling escaleert op kleine dingen. De aanleiding staat niet in verhouding.


Relatieproblemen
Leerling voelt geen verbinding met jou. Er is wrijving of onrecht gevoeld.

Signaal: leerling reageert specifiek op jou, niet op andere docenten.

Waarom zoeken leerlingen de confrontatie op?


Confronterend gedrag gaat vaak niet over jouw opmerking, maar over wat er achter het gedrag zit. Door de oorzaak te begrijpen, blijf je rustig en richt je je op de leerling in plaats van op het conflict.


Het doel is niet om de confrontatie te winnen of direct op te lossen, maar om de situatie te de-escaleren.

1
2
3

Helpt of verergert?

Sleep elk voorbeeld naar help of verergert.

Helpt

Verergert

Rustig benoemen wat je ziet

Dreigen met gevolgen voor publiek

Gesprek na de les, zonder klas

Ruimte geven: 'Ik kom zo bij je terug'

Leerling voor de klas aanspreken

'O, nu wil je wel praten?'

Rustig blijven, lage stem

Harder praten om de klas te overtuigen

secondenregel en de gesprekstechniek

De 5-seconderegel

Als een leerling confronterend reageert, reageer niet direct.

Tel voor jezelf tot 5 en haal adem. Reageer pas daarna.

  • Jij bepaalt het tempo.
    Niet de leerling.

  • Jij kiest je woorden.
    Niet je emotie.

1

5

Zinstructuur

  • Benoem: 'Ik zie dat je ergens mee zit.'

  • Verwachting: 'Ik verwacht dat jij mij laat uitspreken.'

  • Ruimte: 'Ik kom na de les bij je terug.'

2

Daarna

  • Ga vervolgens verder met de les. Geef de leerling geen extra aandacht.

  • Kom ná de les terug en vraag privé wat er aan de hand was.

3

2
1
3
4

Denk aan de situatie die je bij slide 2 hebt beschreven. Of kies een situatie die je regelmatig meemaakt. Schrijf de drie zinnen die je de volgende keer gebruikt:

Benoemen

'Ik zie dat ...'

Verwachten

'Ik verwacht dat jij ...'

Ruimte

'Ik kom na de les bij je terug.' (of een vergelijkbare zin)

Scenario: 'U doet niks goed'

Situatie: Tijdens jouw uitleg zegt leerling Yassin hardop: 'U doet dit altijd fout. U legt het nooit goed uit.' Drie leerlingen kijken om.

A

Je verdedigt jezelf: 'Ik leg dit juist heel duidelijk uit.'

B

Je stuurt Yassin naar de gang.

C

Je zegt: 'Ik hoor je, Yassin. Na de les kom ik bij je terug.' Dan ga je verder.

D

Je vraagt aan de klas: 'Vindt iemand anders ook dat ik het niet goed uitleg?'

Waarom antwoord . . .

C de-escaleert, ontzegt Yassin het publiek en houdt de les intact. A geeft Yassin precies de discussie die hij wil. B versterkt zijn status bij de klas. D geeft de klas macht over jouw positie.

C

'Wat had ik kunnen doen om dat te voorkomen?'


Zet je eigen aandeel erin. Dat verlaagt de muur.

Het gesprek na de les



Na elke confrontatie volgt altijd een

privégesprek. Dit gesprek is niet voor

jou, maar voor de relatie. En een goede

relatie is de grootste bescherming

tegen toekomstige confrontaties.

2

'Ik heb gezien dat... Wat was er aan de hand?'


Open vraag. Laat de leerling praten.

1

'Wat ga jij de volgende keer anders doen?'


Leerling neemt verantwoordelijk-heid.

'Oké. Dan starten we morgen schoon.'


Afsluiting. Geen voortzetting van het conflict.

3

4

Één ding dat ik de volgende keer anders doe dan bij de situatie van slide 2: ...