This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
11
Slide 2 - Slide
Check - In
Slide 3 - Poll
voorbeeld examenvragen met procenten
Slide 4 - Slide
Procenten
1 procent betekent 1 per 100, 1 van de 100, 1 honderdste deel, Als iets een aantal procent is, ofwel een percentage, wordt altijd een deel bedoeld. Percentages zijn bijzondere breuken en schrijf je met het procentteken, %. Het is precies hetzelfde als een breuk met 100 in de noemer.
Slide 5 - Slide
Percentages
We herhalen eerst wat procenten en percentages zijn. Een procent is één deel van honderd. Een percentage is een bepaald aantal procenten.
,
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
= 100 cent
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
80
8
4
100
10
5
Slide 10 - Slide
Doel: herhalen 2 formules procenten
Slide 11 - Slide
Er werken in een dorp 240 mensen als ambtenaar. In totaal wonen er 6000 mensen in dat dorp.
Hoeveel procent werkt als ambtenaar?
Schrijf de berekening hieronder op
240 : 6000 x 100 = 4
4% van de werkenden zijn ambtenaar
De formule:
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Open question
A
25
B
30
C
40
D
45
Slide 14 - Quiz
Slide 15 - Open question
Slide 16 - Open question
Slide 17 - Slide
Ander woord voor toename?
Slide 18 - Mind map
Ander woord voor afname?
Slide 19 - Mind map
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
Hoeveel procent korting krijg je met deze bon?
Slide 22 - Open question
Mevrouw Teunissen koopt deze e-bike in de uitverkoop. Hoeveel procent korting heeft mevrouw Teunissen gekregen? Rond af op een geheel getal.
Slide 23 - Open question
Een product kostte eerst € 125,- het is nu verhoogt naar € 137,50. Wat is de toename in procenten?