brutowinst als % van de verkoopprijs en uitdrukken in %

Wat : van x 100%
1 / 31
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Wat : van x 100%

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?

  1. €conomie in 5
  2. Voorkennis testen: wat weet je nog van de vorige lessen?
  3. Nakijken H4
  4. uitleg nieuw onderwerpen: brutowinst als % van de verkoopprijs en iets uitdrukken in procenten
  5. Aan de slag met de sommen van H5, 6 en 7

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les weet je:

  • Hoe je brutowinst van de nettoverkoopprijs berekent
  • Hoe je brutowinst van de inkoopprijs berekent
  • Hoe je brutowinst uitdrukt als percentage van de nettoverkoopprijs
  • Hoe je brutowinst uitdrukt als percentage van de inkoopprijs

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Wat betekent het als de koers van Bitcoin $85.000 is?
A
Je moet minimaal $85.000 investeren in Bitcoin
B
Alle Bitcoins samen zijn $85.000 waard
C
Eén hele Bitcoin is ongeveer $85.000 waard
D
Bitcoin is dit jaar $85.000 in waarde gestegen

Slide 5 - Quiz

In 2010 vond een beroemde transactie plaats: iemand betaalde 10.000 Bitcoin voor twee pizza's. De pizza's waren samen ongeveer $41 waard.

Vraag: hoeveel was 1 Bitcoin toen ongeveer waard?
A
$0,00041
B
$0,0041
C
$0,041
D
$4,10

Slide 6 - Quiz

Stel dat die 10.000 Bitcoin niet waren uitgegeven aan pizza, maar waren bewaard.

Bij een koers van $85.000 per Bitcoin:

Hoeveel zouden 10.000 Bitcoin dan waard zijn?
A
$8,5 miljoen
B
$85 miljoen
C
$850 miljoen
D
$8,5 miljard

Slide 7 - Quiz

Volgens het artikel steeg Bitcoin in korte tijd van ongeveer $75.500 naar $85.000.

Met hoeveel procent is de koers ongeveer gestegen?
A
9,5%
B
11,2%
C
12,6%
D
15,4%

Slide 8 - Quiz

Je had bij $75.500 voor €2.000 aan Bitcoin gekocht. De waarde stijgt met 12,6%. Hoeveel is je investering nu waard?
A
€2.126
B
€2.252
C
€2.520
D
€2.612

Slide 9 - Quiz

Voorkennis!

Slide 10 - Slide

De consumentenprijs is € 9,99. Het BTW tarief is hoog. Hoeveel bedraagt de netto-verkoopprijs?
A
7,89
B
8,25
C
8,26
D
7,90

Slide 11 - Quiz

Wanneer je Valma Ruitenwisservloeistof winter 5liter koopt betaal je € 3,56 aan BTW (hoog tarief). Hoeveel bedraagt de netto-verkoopprijs?
A
20,51
B
16,95

Slide 12 - Quiz

Voorkennis: een product heeft een inkoopprijs van
€ 140,-. De winkelier wil een brutowinst maken van
€ 60,-. Hoeveel bedraagt de nettoverkoopprijs?
A
€80,-
B
€ 200,-

Slide 13 - Quiz

Voorkennis: Een winkelier betaald inkoop € 12,- voor zijn product. Hij wil een brutowinst maken van 20% van de inkoopprijs.
Bereken de nettoverkoopprijs.

Slide 14 - Open question

Nakijken
We gaan hoofdstuk 4 nakijken. 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Brutowinst




Dit percentage kan op 2 manieren worden uitgedrukt:

1. als percentage van de inkoopprijs
2. als percentage van de nettoverkoopprijs
Inkoopprijs
Brutowinst             +
Netto-verkoopprijs

Slide 17 - Slide

Brutowinst als percentage van de inkoopprijs


Brutowinst als percentage van de verkoopprijs
De inkoopprijs van een product is € 2-. De winkelier rekent met een brutowinst van 20% van de inkoopprijs. Bereken de nettoverkoopprijs.
De brutowinst is een percentage van de inkoopprijs. Dus: de inkoopprijs is 100%. Dat betekent dat de verkoopprijs 120% is. 

Berekening: € 2,- : 100 x 120
De inkoopprijs van een product is € 2-. De winkelier rekent met een brutowinst van 20% van de verkoopprijs. Bereken de nettoverkoopprijs.
De brutowinst is een percentage van de verkoopprijs. Dus: de verkoopprijs is 100%. Dat betekent dat er 80% overblijft voor de inkoopprijs.

Berekening: € 2,- : 80 x 100

Slide 18 - Slide

De inkoopprijs van een laptop is € 350,- De winkelier rekent met een winst van 30% van de nettoverkoopprijs.
Hoeveel bedraagt de nettoverkoopprijs?

Slide 19 - Open question

Antwoord en berekening:
De brutowinst is 30% van de verkoopprijs, dus de verkoopprijs is 100%. Blijft er 70% over voor de inkoopprijs.
€ 350 / 70 x 100

Slide 20 - Slide

Een tube tandpasta heeft als inkoopprijs € 1,70. De winkelier wil een brutowinst maken van 45% van de nettoverkoopprijs. Bereken de nettoverkoopprijs.

Slide 21 - Open question

Antwoorden en berekening
De brutowinst is 45% van de verkoopprijs, dus de verkoopprijs is 100%. Blijft er 55% over voor de inkoopprijs.
€ 1,70 / 55 x 100

Slide 22 - Slide

Iets uitdrukken in procenten


Stel nou dat de vraag is: hoeveel procent is 14 van 150?

Dit vraagstuk kun je oplossen met bovenstaande formule: 
wat : van x 100%.
stap 1: stel de vraag anders: wat is 14 van 150?
stap 2: vul de formule in.
  wat is 14 ....                          wat : van x 100%                          14 : van x 100%
  van 150 ....                            wat : van x 100%                          14 : 150 x 100%
9,3%
Wat : van x 100%

Slide 23 - Slide

Hoeveel procent is 85 van 160?

Slide 24 - Open question

Uitwerking
stap 1: stel de vraag anders: wat is 85 van 160?
stap 2: vul de formule in.
  
wat is 85 ....                       wat : van x 100%                        85 : van x 100%
  van 160                                wat : van x 100%                       85 : 160 x 100%
53,13%

Slide 25 - Slide

De brutowinst van een product is €5,-
De inkoopprijs van dit product is € 14. Hoeveel procent bedraagt de brutowinst van de inkoopprijs?

Slide 26 - Open question

uitwerking
stap 1: stel de vraag anders: wat is 5 van 14?
stap 2: vul de formule in.
         wat is 5 
           van 14
          x 100%
                   wat : van x 100%                 5 : 14 x 100% =  

 
35,7%

Slide 27 - Slide

De nettoverkoopprijs van een product is € 60,-. De brutowinst is € 15,-. Hoeveel is de brutowinst als percentage van de nettoverkoopprijs?
A
25%
B
20%

Slide 28 - Quiz

Kies de 2 juiste antwoorden. Welk antwoord hoort op de stippellijn te staan?
De brutowinst van een product is € 4,-.
De inkoopprijs van dit product is € 8,-
De nettoverkoopprijs van dit product is € 12,-.

De brutowinst is .... % van de inkoopprijs
De brutowinst is .....% van de nettoverkoopprijs

A
25% en 33,3%
B
33,3% en 100%
C
50% en 25%
D
50% en 33,3%

Slide 29 - Quiz

Aan de slag!
Je gaat aan de slag met hoofdstuk 5, 6 & 7 uit de reader. 


Slide 30 - Slide

Evaluatie

Je weet nu:
  • Hoe je brutowinst van de nettoverkoopprijs berekent
  • Hoe je brutowinst van de inkoopprijs berekent
  • Hoe je brutowinst uitdrukt als percentage van de  nettoverkoopprijs
  • Hoe je brutowinst uitdrukt als percentage van de inkoopprijs

Slide 31 - Slide